
DE AARDAPPEL
door Erik Hurink
In Nederland worden veel aardappels gegeten. We eten
ze gekookt,gebakken,als puree of als friet. Het is makkelijk voedsel, niet duur
en het past overal bij. Aardappels zijn ook gezond, er zit veel vitamine C in.
In andere landen, bijvoorbeeld in Azie, eten de mensen juist weer veel rijst en
helemaal nooit aardappels.
Vroeger waren we echt een aardappel-volk. Zestig jaar geleden aten Nederlanders 130 kilo aardappels per persoon per jaar. Nu is het minder geworden: 80 kilo. We eten nu steeds vaker rijst,spaghetti,pizza en andere dingen. Toch staan de aardappels nog steeds op de eerste plaats. Iedereen kent ze,maar niet iedereen weet dat er zoveel leuks te vertellen is over de aardappel. Jij wel als je hier verder leest.
Bewaren
Niet te koud, te warm, te droog of te nat. Je kunt
aardappels lang bewaren. Bijvoorbeeld in een kuil onder de grond. Met flink wat
stro erop om de vorst tegen te houden. Dat noemen we: inkuilen.
Tegenwoordig worden de aardappels meestal eerst in
een machine geborsteld, daarna gewassen en weer droog geblazen. Een speciaal
poeder zorgt ervoor dat de aardappels geen spruiten krijgen . Met spruiten
bedoelen we beginnende wortels. De aardappels gaan daarna naar een speciale
opslagplaats. Daarin kan de temperatuur en de vochtigheid geregeld worden. Dat
moet allemaal precies goed zijn. Het moet er koel zijn, maar de aardappels mogen
niet bevriezen. Want dan smaken ze niet meer lekker. Te veel vocht? Dan gaan ze
rotten. Maar als het te droog is, krijgen ze rimpels. Dat bewaren is dus een
heel precies werkje. Thuis kun je ze ook bewaren op een droge, donkere plek. Uit
de verpakking! Niet te warm. Maar ook niet in de koelkast, daar worden ze zoet
van. Als je gekookte aardappelen over hebt, kun je die wel in de koelkast
bewaren. En ze dan de volgende dag lekker opbakken!
Hoe de aardappel in Europa kwam.
Vroeger groeiden er geen aardappels in
Nederland. Niemand wist dat ze bestonden. Er gingen ontdekkings-reizigers naar
Zuid-Amerika. In Peru woonden de Inca’s. Die aten kleine ronde bolletjes, die ze
onder de grond vandaan haalden. Aardappels dus. De aardappelplant werd
meegenomen naar Europa. Maar sommige mensen aten van de besjes van de plant en
van de bladeren. Die zijn giftig. Dus die mensen werden ziek en zeiden: Weg met
die plant. Pas later kregen ze in de gaten dat het om de knollen onder de aarde
ging!
Voor arm en
rijk.
Omdat de aardappel niet duur was, werd hij het
voedsel voor de arme mensen.
In
Frankrijk woonde een meneer. Die zat in de gevangenis en daar kreeg hij alleen
maar aardappels te eten. Hij voelde zich heel gezond, dus hij dacht: die
aardappels zijn zo gek nog niet. Later heeft hij ervoor gezorgd dat ook de
rijkere mensen aardappels gingen eten. Uiteindelijk de Franse koning! Ook
zeelieden waren maar wat blij met de aardappels. Op hun lange tochten over zee
aten ze weinig verse groente en fruit. Door vitamine-gebrek werden zeelieden
vaak ernstig ziek: ze kregen scheurbuik. Later namen ze aardappels mee op hun
verre reis. Want in een aardappel zit veel vitamine C.
Hoe een bintje aan zijn naam
kwam.
De mensen gingen allerlei verschillende aardappels kweken. Een beroemde Nederlandse kweker was Klaas de Vries. Hij was schoolmeester. Op een dag had hij een heel goede soort gekweekt. Maar daar had hij nog geen naam voor. Een meisje in zijn klas heette Bintje Jansma. Naar haar noemde hij de nieuwe aardappelsoort. En nu eet iedereen bintjes.
Appels groeien aan bomen. Maar aardappels groeien
onder de grond, aan de wortels van de aardappelplant. Een aardappel is geen
fruit, zoals de appel. Het is een soort groente, een knolgewas. Er groeien een
stuk of twaalf aardappels aan de plant. Hij krijgt in de zomer bloemen (wit of
paars) en er komen ook besjes aan de plant. Bloemen, bladeren en besjes zijn
giftig. Niet eten dus. In september gaat de plant dood. Dan moeten de aardappels
uit de grond gehaald worden.
De aardappel heeft vijanden.
Aardappels en planten kunnen ziek worden. Om de
planten daartegen te beschermen, worden ze bespoten met een chemisch middel.
Maar in de grond zitten soms ook beestjes (aaltjes) die aan de wortels knagen.
Daarvan gaat de plant dood. Om dit te voorkomen, verbouwt de boer aardappels
niet altijd op dezelfde grond. Op een veld doet hij een jaar aardappels, dan
vier jaar iets anders en dan pas weer aardappels. In die vier jaren gaan bijna
alle aaltjes dood. Een grote vijand van de aardappelplant is de colorado-kever.
Als die zijn gang mag gaan, vreet hij de plant helemaal kaal.
Aardappels worden om verschillende redenen
verbouwd:
1.
Om op te eten
De aardappels die je op kunt eten, noemen we
consumptie-aardappels. Er zijn veel verschillende rassen: bintjes, eigenheimers,
dore`s. Je hebt ook rode aardappels.
2. Als grondstof in de
fabriek
Aardappels bestaan voor driekwart uit water. En er
zit ook meel in: zetmeel. In sommige aardappels zit extra veel zetmeel. Die zijn
niet lekker om te eten. Ze gaan naar de fabriek. Daarom noemen we ze:
fabrieks-aardappels. In het noorden van ons land heb je veel
aardappelmeel-fabrieken. Daar raspen en zeven ze de aardappels. Na droging
blijft het zetmeel over. Daarvan maken ze van alles: plaksel, vla, plakjes
snoep, inkt, verf, creme, pillen, lippenstift, goudvissenvoer, kleding en nog
veel meer. Je kunt er ook papier van maken, bijvoorbeeld frietzakjes. Als je dan
je friet op hebt, kun je het zakje ook nog opeten!
2.
Om nieuwe
aardappels te kweken.
Een poot-aardappel is niet bedoeld om op te eten. Hij is er speciaal voor om nieuwe aardappels mee te kweken. Daarvoor wordt de poot-aardappel in de grond gestopt. Onder de grond groeien aan de wortels van de pootaardappel andere aardappels en boven de grond: een nieuwe aardappelplant. In Nederland worden veel poot-aardappels verbouwd, die verkocht worden aan het Buitenland. Ze moeten er goed uitzien en mogen geen ziekten hebben. Sommige poot-aardappels leveren comsumptie-aardappels. Of ze leveren fabrieks-aardappels. Er zijn ook poot-aardappels die weer nieuwe poot-aardappels voortbrengen.
Kalender
Zo groeien ze, van maand tot maand
Maart:
In het voorjaar moeten de poot-aardappels ontkiemen.
Dus veel licht erbij. Er beginnen worteltjes aan te groeien.
April:
De poot-aardappels worden gepoot: met een machine
worden ze in de grond gestopt.
Mei:
De eerste stukjes groen komen boven de grond
uit.
Juni:
Het veld staat nu vol met planten. Het weer is heel
belangrijk. Niet te veel regen, want dan wordt het veld te drassig en kan de
boer niet oogsten. Als het te droog is, moet er gesproeid worden.
Eind juli:
De planten sterven af.
September:
De aardappels worden gerooid: met een machine worden
ze uit de grond gehaald.
Zo verbouwd de boer aardappels op zijn land. Hij
verkoopt ze aan een handelaar. Die bewaart ze en verpakt ze in zakken. En dan
gaan ze naar de winkel. In de plastic zakken zitten gaatjes. Het is belangrijk
dat er lucht bij de aardappels kan komen. De zak moet ademen.
Blauwe en groene plekken
Een belangrijke bouwstof is eiwit. Het eiwit in de
aardappel zit vlak de schil. Nieuwe aardappels hebben maar een dunne schil. Die
kun je daarom best in de schil koken, dan gaat er niets van het eiwit verloren.
Oude aardappels worden wel geschild. Dat kan met een aardappelmesje, of met een
dunschiller. Als je , schilt kom je wel eens een blauwe plek tegen. Net als
mensen krijgen aardappels blauwe plekken als ze zich stoten. Je kunt die blauwe
plekken gewoon eten, als je wilt. Maar het is niet zo’n mooi gezicht. Daarom
snijden de meeste mensen de blauwe plekken er af. Heeft een aardappel te veel in
het licht gelegen? Dan wordt hij een beetje groen. Het is een giftige.
Stof(solanine)die daarvoor zorgt. Dat groen moet je dus wel
wegsnijden.
Bloemige
knollen
Aardappels kun je
niet rauw eten. Je moet ze eerst koken of bakken. Dan pas zijn ze lekker. Bij
het koken hoeven de aardappels niet helemaal onder water te staan. Een laagje
water onder de pan is genoeg. Zo blijven de vitamines beter bewaard. Laat de
aardappels ongeveer 20 minuten koken. Controleer met een vork of ze gaar zijn.
Als je er makkelijk in kunt prikken, zijn ze gaar. Sommige aardappels worden
tijdens het koken kruimelig. Dat noemen we bloemig. Soorten die mooi strak
blijven, noemen we vast-koken. Na het koken, Moet je het water weggooien. Dus
geen soep van maken of zo. Er zitten licht-giftige stoffen in (solanine en
nitraat).
Als koude salade zijn aardappels ook heel
lekker.
Dit heb je nodig:
-500 gram aardappels
-3 eieren
-een appel (jonagold of elstar)
-10 augurkjes(zoetzuur)
-mayonaise

Kook de aardappels en laat ze afkoelen.
Kook ook de eieren.
Snij alles in kleine stukjes, ook de appel en de
augurkjes.
Doe alles in een kom met een paar lepels mayonaise
erbij.
Goed roeren en dan in de ijskast flink af laten
koelen.
Heel lekker op een warme zomerdag met een paar
stukjes stokbrood erbij.
DIT WAS MIJN SPREEKBEURT.
ZOEK JE MEER INFORMATIE OVER DIT ONDERWERP??
Zoek dan bij
GOOGLE