


Ik
doe mijn spreekbeurt over afvalverwerking. Iets waar je niet iedere dag over na
denkt. Maar we maken wel een hele hoop troep! Per persoon bijna 500 kg afval per
jaar. Met al dat bij elkaar opgetelde afval kun je een rij vuilniswagens van
6000km vullen. Dat is een rij van hier naar Portugal en weer terug. En dat is
nog niet alles. Bedrijven zorgen voor nog meer afval bij het maken van
producten. Met dat afval moet iets gebeuren want als we het gewoon op straat
zouden gooien zouden we al gouw niet meer over de berg troep heen kunnen kijken.
Dus gooien we het afval in de
prullen bak of container. Hupsakee alles in 1 bak. De vuilnis wagens halen het
wel
op, opgeruimd staat netjes. Maar dat moet je niet doen je kan veel beter zorgen
dat alles apart is. Want niet alles hoeft verbrand te worden. Dus je moet het
chemisch afval in de chemobak doen of naar de chemokar brengen. GFT afval in de
groene container. Glas, papier, textiel, stenen en hout breng je naar de
milieustraat. Steen en hout staan niet bij alle milieustraten. Ook wordt er veel
verbrand. Vooral verpakkings materiaal, maar ook meubels pannen bouwmaterialen.
En als het bij geen van deze pas wordt het op stortplaatsen gegooid. Maar wat je
ook doet alles heeft ook voordelen. In
andere hoofdstukken hier meer over. Ook in Mariënheem wordt alles apart
ingezameld. Wie heeft er thuis geen groene en grijze container? Glas breng je
naar de glasbak. Papier en ijzer wordt opgehaald. En kleding kan je ook naar een
bak brengen. Af en toe komt hier een chemokar langs. En stortafval breng je naar
de stort in Raalte.
In verf en batterijen zitten
giftige stoffen. Dat noemen we CHEMISCH AFVAL. Dat afval kan niet bij het gewone
afval worden verbrand. Daarom wordt het door de chemokar opgehaald (plaatje 5)
en op een speciale plaats verbrand. In de rook zitten vaak dan chemische
stoffen. De rook wordt heel goed
gefilterd zodat de giftige stoffen
niet de lucht in gaan. Steeds vaker wordt chemisch afval ook hergebruikt, denk
maar aan oplaatbare batterijen.
GFT
afval betekent groente- fruit en tuinafval. Dus alle groenten mogen in de groene
container, al het fruit en alles uit de tuin mag in de groene container. Alles
uit de groene container wordt op een hoop gegooid en gaat rotten. Dat heet
composteren. Wat er overblijft is een beetje zwarte aarde dat heel vruchtbaar
is. Zo gaat het ook in de natuur: een plant leeft, hij gaat dood, hij verteert,
hij wordt grond waar nieuwe planten op kunnen groeien, en een nieuwe plant
leeft. En zo gaat het rond en rond.
Sommige
grote spullen kun je niet in de container gooien. Daarom zijn er speciale
milieustraten (plaatje 4). Dat is een plaats waar grote bakken staan. Een voor
stenen, een voor houd, een voor papier, een voor glas en een voor oude kleren.
Om de paar weken worden die bakken leeg gehaald. In kleinere dorpen zijn er ook
wel eens wat bakken maar veel kleiner, en alleen voor papier glas en soms ook
kleding. Papier wordt nat gemaakt zodat het 1 vloeistof wordt en niet meer
100.000 velletjes. Dan wordt het in een vorm gedaan en wordt al het water eruit
geperst en je hebt weer nieuw papier. Glas wordt naar een hete oven gebracht en
wordt daar gesmolten en wordt er nieuw glas van gevormd. En kleding wordt
verzameld in een grote container en wordt (meestal) per vliegtuig naar de arme
landen gebracht.
Spullen dat je niet weer kunt
gebruiken, geen GFT of giftig afval is, maar toch weg moet, wordt verbrand. Vaak
is dat verpakkingsmateriaal, zoals plastic bakjes, potjes en tubes. Ook grotere
dingen worden verbrand zoals: banken en kasten, potten en pannen en
bouwmaterialen. Alles wordt opgehaald en naar de afvalverbrandingsinstallatie
gebracht.
De
verbrandingsinstallatie lijkt op een grote fabriek. Als het aan komt wordt het
in een grote bak gegooid. Daar wordt het aan
mootjes gehakt en met enorme grijpers naar de oven gebracht. In de oven is het
±900°C die altijd brand, dag en nacht, ‘s zomers en ’s winters. De rook
wordt natuurlijk goed gefilterd.
Maat het belangrijkste is dat er energie wordt gewonnen. Onder de oven zit een
bak met water. Het water wordt verhit en er komt stoom af. Die stoom wordt na
een tijdje dik en raakt de bak vol met stoom en wordt het naar een enorme dynamo
gebracht die gaat draaien. Zie plaatje 1. En verder gaat
het net zo als de dynamo op je fiets. Er komt stroom van. En niet zo’n beetje
ook: genoeg om 900.000 gezinnen er hun
lampen van kunnen laten branden. De stoom wordt dan gebruikt voor stads
verwarming.
Als het echt niet anders kan.
Niet hergebruikt worden, niet verbrand worden en het is niet chemisch dan wordt
het op een stortplaats gegooid en blijft het liggen. Vaak zijn dat spullen zoals
dakbedekking van huizen of borden en bekers van steen of kalk. Vroeger werd
alles op een stortplaats gegooid dus werd het een grote stinkende hoop. Daarom
werden er valken tegen de andere vogels los gelaten. Zie plaatje 2. Tegenwoordig
wordt er een beschermlaag van klei aan gebracht. Dan wordt het vuil er op
gegooid en nog een beschermlaag en dan wordt er gras op gezaaid. Zie plaatje 3.
De bacteriën die er nog zitten. Proberen zo goed als het kan alles verteren.
Daarbij komt een stinkende gas vrij biogas. Dat gas wordt ook als aardgas
gebruikt. Het regen dat op de hoog valt gaat door het afval heen en komt ten
slotte bij het grondwater uit dat dan vervuild wordt. Om dat tegen te gaan zijn
er buizen onder de stortplaatsen geplaatst die het water naar het riool brengt.
Bedrijven maken veel afval.
Natuurlijk moeten zij ook hun afval scheiden. Maar er zijn ook nog andere regels
voor de bedrijven. Bijvoorbeeld een fabrikant uit Duitsland verkoopt wasmachines
in Nederland. Maar hij moet de verpakking dat om de wasmachines zat wel weer
meenemen. Anders zou elk bedrijf zijn spullen alleen in het buitenlandland
verkopen zodat het land, waar hij zijn bedrijf voortzet geen last van heeft.
Helpen
(slot)
Het afval verwerken is heel
duur. Het kost 45 tot 70 euro per persoon per jaar. Hoe minder afval je maakt
hoe goedkoper het is. Je kunt helpen minder afval te maken door:
Koop zo min mogelijk plastic
verpakking voor het eten (komkommers zonder plastic hoesje).
Neem een tas mee naar de winkel
zodat je geen plastic tasje nodig bent.
Koop geen 6 kleine pakjes
appelsap, maar 1 groot pak.
Gooi geen spullen weg als ze
gemaakt kunnen worden.
Gooi geen spullen weg waar een
ander nog wat aan heeft (kleding naar de 3e wereld).
Koop niet iets nieuws als het
oude het ook nog best wel doet.
Koopt geen blikjes frisdrank
maar een fles met statiegeld.
Gebruik oplaatbare batterijen.
Koop geen spullen die dubbel
zijn verpakt zoals brinkie koekjes in een zak.
En zo zijn er nog veel meer dingen dat je kan doen. Ik ben bij de VAR geweest en daar kreeg ik een puntenslijper en het lijkt me leuk om die nu uit te delen. Dit was mijn spreekbeurt.
Zoek je meer informatie over dit onderwerp?? Zoek dan met GOOGLE.