
![]()
Elektriciteit…… elke dag
hebben we ermee te maken! Je komt de kamer binnen, je drukt op een schakelaar en
het licht gaat aan. Je drukt op een knop en de radio speelt.Je steekt de stekker
in het stopcontact en je elektrische trein loopt. Elektriciteit is overal: niet
alleen thuis, maar ook op school, in kantoren, fabrieken en buiten op straat.
Overal maken we gebruik van apparaten en machines die alleen maar met
elektriciteit kunnen werken.
Elektriciteit is voor ons
heel gewoon. Het is overal.
Maar dat is niet altijd zo
geweest.
Elektriciteit heeft, toen
men ontdekte hoe je het kunt gebruiken, grote veranderingen gebracht in het
dagelijks leven van de mens. In een eeuw is er meer veranderd dan in alle eeuwen
daarvoor. Edison slaagde er in 1879 als eerst in om een bruikbare gloeilamp te
maken. In de jaren daarna volgde de ene uitvinding op de andere. Overal in de
wereld hielden geleerden en uitvinders zich bezig met elektriciteit. Ze deden
proeven, ontdekten nieuwe dingen en vonden allerlei mogelijkheden uit om
elektriciteit te gebruiken.
Stopcontact
Tegenwoordig heeft ieder huis in Nederland stopcontacten. Je stopt de
stekker van de stofzuiger erin en je kunt aan het werk. Het stopcontact is
eigenlijk een bron. Een bron waaruit
elektriciteit komt. Een stroombron want elektriciteit noemen we ook wel stroom.
De stroom, die wordt gemaakt in een elektriciteitscentrale, wordt door het
elektriciteitsbedrijf naar het stopcontact gebracht. Door kabels boven of onder
de grond gaat de stroom naar onze huizen. Maar er zijn meer
stroombronnen.
Een
batterij bijvoorbeeld.
In een batterij is door een fabriek elektriciteit gestopt. Als de elektriciteit op is, is de batterij leeg. Een batterij die je weer met elektriciteit kunt opladen, noemen we een oplaadbare batterij of accu.Als deze leeg is laden we hem weer op via een speciaal apparaat dat we in het stopcontact steken. De stroombron voor het oplaadapparaat is dan het stopcontact.
Stroom loopt altijd
rond Stroomkring.
Aan
een stroomkring zitten altijd twee aansluitpunten. Kijk maar naar het
stopcontact en naar een batterij. Ze dienen voor de aanvoer en de afvoer van de
stroom. De aan - en afvoer moeten met elkaar verbonden worden als we iets willen merken van de stroom. Dat noemen
we een stroomkring. In een stroomkring kan een lamp zitten. De stroomkring moet
altijd gesloten zijn, anders brandt de lamp niet.
Spanning
Elektriciteit moet kunnen
rondgaan of rondstromen. Van de aanvoer naar de afvoer.Vandaar de naam stroom.
Als er geen verbinding is kan er wel elektriciteit zijn. Zoals in een batterij
of in een stopcontact. Dan zeggen we dat er spanning in zit, of eigenlijk op
staat. Er zit dus elektriciteit in de batterij. Die wil stromen, maar dat kan
niet. Er staat spanning op. Die spanning komt pas als je de schakelaar
verzet]
Zekering
Wanneer de stroom uitvalt is
er meestal een stop doorgeslagen. Een stop is een beveiliging die voor alle
zekerheid tussen de kabel en het stopcontact is aangebracht. Tegenwoordig noemen
we dat een zekering. Die beveiliging is nodig omdat het elektriciteitsbedrijf
een erg grote hoeveelheid elektriciteit door de kabels naar je huis stuurt. Veel
meer dan er in een batterij gaat. Een stop of zekering stopt dan ook de stroom.
In een zekering zit een dun draadje dat de stroom gewoon door laat gaan. Gaat er
te veel stroom door lopen, zoals bij een kortsluiting, dan smelt dat dunne
draadje. De verbinding met de kabel wordt dan verbroken: de stop slaat
door.
Weerstand
Het
verbinden van de aanvoer met de afvoer doe je niet met een slang of een touwtje.
Daar gaat elektriciteit niet doorheen. Het werkt alleen als de verbinding van
metaal is. Het ene metaal is beter dan het andere. Door koperdraad bijvoorbeeld
kan elektriciteit veel sneller
stromen dan door ijzerdraad. Een
dunne draad geeft ook meer weerstand dan een dikke. Loopt er veel stroom door een dunne draad dan
zal die draad warm worden. In een
zekering zit een veel dunnere draad dan in de elektriciteitskabel. Als er veel
stroom gaat lopen dan zal de draad in de zekering meer weerstand geven en zo
heet worden dat hij smelt. Gelukkig eerder dan de kabel!
Watt.
Op
lampen, batterijen en elektrische apparaten zie je altijd getallen en vreemde
woorden staan. Volt, ampere, watt en soms ohm. Het zijn namen van mensen. Mensen
die onderzoek hebben gedaan naar elektriciteit. Ze hebben zoveel ontdekt dat hun
ontdekkingen naar hen genoemd zijn.
Volt
Als er wel elektriciteit is, maar nog geen stroomkring, bijvoorbeeld in een stopcontact, dan zeggen we dat er spanning op staat. De hoeveelheid spanning drukken we uit in het aantal Volt. In Nederland is dat altijd 220 volt geweest. Sinds een jaar is dat 230 Volt. Dit is veranderd om binnen Europa een gelijke spanning te krijgen. Allerlei elektrische apparaten en lampen zijn geschikt gemaakt voor 230 volt. Dat staat altijd op de buitenkant. Er zijn ook apparaten die op een lagere spanning werken, op een batterij bijvoorbeeld. Een walkman werkt op 6 volt. Er moeten 4 batterijen van 1,5 volt in. Een lamp die geschikt is voor 230 volt brandt niet op de 4 batterijen van de walkman. Die geven te weinig spanning. De walkman werkt ook niet op 230 volt. Dan is er teveel spanning en gaat de walkman kapot.
Ampere
We
maken een stroomkring met een gloeilamp en er gaat stroom lopen. De hoeveelheid
stroom die gaat lopen noemen we
ampere. Bij de lamp gaat er 1/4 ampere stroom lopen. Een wasmachine heeft veel
meer stroom nodig. Soms wel 10 ampere.
Ohm
De
lamp en de wasmachine geven een bepaalde weerstand, anders zou er kortsluiting
ontstaan. De hoeveelheid weerstand drukken we uit in het aantal ohm. Die staat
meestal niet op de lamp of het apparaat. Hoe minder weerstand, hoe meer stroom
er gaat lopen.
Watt
Als
er meer stroom gaat lopen noemen we
dat ook wel dat er meer vermogen verbruikt wordt.Vermogen wordt gemeten in het
aantal watt. Dat staat wel op een lamp of apparaat. Een lamp van honderd watt
geeft meer licht dan een lamp van zestig watt.Door de honderd watt lamp loopt
dus meer stroom.Ook een stofzuiger met een vermogen van 1000 watt gebruikt meer
stroom dan een van 650 watt. Die van 1000 watt zuigt dan ook beter.
Hoe maken we elektriciteit
Als
je een magneet langs een koperdraad beweegt gaat er een piepklein stroompje
lopen door de draad. Als je de draad oprolt, en je beweegt er een magneet langs,
dan gaat er een grotere stroom lopen. Hoe groter de rol draad en hoe sterker de
magneet, hoe groter de stroom.[De opgerolde koperdraad noemen we een spoel.] Een
spoel en een magneet zitten in een dynamo. In de auto zit een dynamo en ook op
je fiets zit er een. In de elektriciteitscentrale
zitten er een heleboel. Die zijn heel groot. Zulke dynamo's noemen we
generatoren. Een dynamo kan op verschillende manieren worden aangedreven
namelijk door stoom, water, zon, windmolens en benzine en
dieselmotoren.
Stoom
Gas, kolen en kernenergie worden gebruikt om water te laten koken. De stoom die ontstaat wil met grote snelheid ontsnappen. Die ontsnappende stoom laat een wiel draaien en aan dat wiel zit de generator. In de generator draait een spoel in een magneet.Meestal noemen we de centrale naar de manier waarop die het water laat koken. Bijvoorbeeld een centrale die kolen gebruikt om het water te laten koken, heet een kolencentrale. De Eemscentrale is de grootste en schoonste gasgestookte centrale van Europa. Op de volgende link kun je heel veel informatie vinden over deze centrale en krijg je een soort van rondleiding. http://www.electrabel.nl/content/corporate/aboutelectrabel/vrtour/vrtour_start_nl.asp
Water
Vlak over de grens, in
Duitsland bij Eupen, heb je een
groot meer. Dat meer is ontstaan nadat men een enorme dam had gebouwd in de
rivier. Zo'n dam heet een "stuwdam" en het meer heet een "stuwmeer". Door het
water uit het meer langs een wiel te laten stromen gaat, net als
bij stoom, het wiel draaien. De
generator die aan dat wiel zit maakt elektriciteit. 
Zon
Na
de tweede wereldoorlog waren geleerden bezig met experimenten. Ze ontdekten dat
als ergens licht op viel de hoeveelheid stroom veranderde. Ze ontdekten ook dat
als er helemaal geen stroom
liep, er toch stroom ging lopen zodra er licht op viel. Ze hadden een zonnecel
ontdekt. Hoe meer licht, hoe meer stroom er gaat lopen. Je kent zonnecellen wel
van rekenmachientjes en sommige horloges. Ook bekend zijn de zonnecellen uit de
ruimtevaart.
Windmolens
In
landen met veel wind laten windmolens generatoren draaien. Overal in ons land
staan grotere en kleinere windmolens. Niet de oude houten of stenen molens, maar
hoge masten met metalen wieken en
een klein kastje waarin de generator zit.
Benzine- en dieselmotoren
Tenslotte worden er nog
benzine- en dieselmotoren gebruikt om elektriciteit te maken. Dat zijn net zulke
motoren als in een auto. Zo'n motor met dynamo wordt ook generator genoemd.
Generatoren worden overal gebruikt waar geen stopcontact in de buurt is.
Bijvoorbeeld om met een elektrische heggenschaar een heg te knippen of om in een
haven met een elektrische boormachine een steiger te repareren.
Natuurlijke elektriciteit


Elektriciteit is geen menselijke uitvinding. Het is al zo oud als de wereld. Sommige dingen zijn van zichzelf al elektrisch geladen. Ze hebben een positieve of een negatieve lading. Dit noemen we statische elektriciteit. Komen verschillende statische ladingen bij elkaar in de buurt dan krijg je een stroom van positief [=iets] naar negatief [=niets]. Dat is wat er gebeurt wanneer een positief geladen wolk bij de negatief geladen aarde in de buurt komt. Het gevolg is dat er een stroom gaat lopen van positief naar negatief. We zien dat als een vonk of bliksem. Een ander voorbeeld van statische elektriciteit is het aanraken van een plastic kam met je haar.Als je erg droog haar hebt en hard kamt, dan gaan je haren soms rechtop staan.Op zo'n moment moet je je kam eens bij een papiertje houden.De positief geladen kam trekt meteen het negatieve papiertje aan.Als je uit een auto stapt ben je wel eens statisch geladen door de bekleding van de stoel. Als je de deur aanraakt springt er een vonk over.Houd je hand ook maar eens vlak voor de beeldbuis van een televisietoestel.
Veiligheid
Elektriciteit kan erg gevaarlijk zijn. Als je per ongeluk onderdeel bent van een stroomkring kan het wel eens helemaal fout gaan. Niet bij een batterij, want daar staat een hele lage spanning op. Maar hoe hoger de spanning, hoe gevaarlijker. De 230 volt van het stopcontact kan een dodelijke schok veroorzaken.Wees daarom heel voorzichtig met elektriciteit.Vooral wanneer er water in de buurt is zoals in de badkamer of de keuken. Water kan elektriciteit namelijk heel goed vervoeren. Zorg dus steeds voor een droge omgeving.Ga bijvoorbeeld nooit met elektriciteit buiten in de regen werken. Elektriciteit geeft ons vele mogelijkheden maar we moeten er zorgvuldig en voorzichtig mee omgaan.
Vragen
1. Noem 10
verschillende apparaten op die werken op elektriciteit.
2.
Wat geeft meer licht: een lamp van
60 Watt of een lamp van 100 Watt
3.
Waarom heb je een stop of zekering in je huis
4.
Welke stofzuiger zuigt beter: die van 1000 watt of die van 650 Watt
5.
Hoe noem je dit apparaat (een spoel)
Erik Pinxterhuis
Wil je meer informatie over elektriciteit?? Kijk dan hieronder bij GOOGLE.