
door
Jessica Schoenmakers
40.000
Vlamingen hebben epilepsie. Toch weten veel mensen weinig of niets over deze
aandoening. Misschien hebben ze wel eens meegemaakt dat iemand een grote aanval
kreeg, maar dat is maar één manier waarop epilepsie zich kan manifesteren. Wat
iedereen over epilepsie zou moeten weten:
°
Epilepsie kan
niet genezen. Maar met de juiste medicijnen kunnen veel mensen aanvalsvrij
worden. Vaak weten mensen niet eens dat iemand uit hun omgeving epilepsie heeft!
°
In principe kan
iedereen op elke leeftijd epilepsie krijgen.
°
Epilepsie heeft
niets te maken met intelligentie of karakter.
°
Epilepsie is niet
besmettelijk
Epilepsie
wat is dat eigenlijk?
Alles
wat een mens denkt en doet, wordt gestuurd door de hersenen. Zonder die
aansturing kan hij of zij zich niet bewegen, niet horen, zien, ruiken of zelfs
ademhalen. Hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen, die voortdurend
boodschappen aan elkaar doorgeven. Dat gebeurt via elektrische stroompjes
(impulsen) en chemische stoffen (neurotransmitters).
Soms raakt dit systeem verstoord. Er treedt ‘kortsluiting ‘ op. Een
epilepsieaanval is het gevolg van overmatige elektrische activiteit in de
hersenen, die het normale functioneren tijdelijk verstoord. Deze functiestoornis
uit zich dan in een aanval. Pas wanneer iemand bij herhaling last heeft van
dergelijke aanvallen, kun je zeggen dat hij of zij epilepsie heeft. De plaats in
de hersenen waar de storing begint, bepaalt wat voor soort aanval iemand krijgt.
Wie
krijgt epilepsie en ‘wanneer’?
Het
is niet altijd duidelijk waardoor iemand epilepsie krijgt. Epilepsie is het
hebben van aanvallen. Die aanvallen kunnen het gevolg zijn van hersenletsel,
maar ze kunnen ook spontaan optreden, zonder dat er spraak is van duidelijk
hersenletsel. Bij sommige mensen is aanleg of een grotere gevoeligheid voor
aanvallen al voldoende om ook werkelijk aanvallen te krijgen. Sommige mensen
krijgen slechts één keer in hun leven een aanval. Anderen krijgen er wel tien
of meer op één dag. Dat is dus heel verschillend. Epilepsie kan op elke
leeftijd optreden, maar komt het meeste voor bij kinderen. Bij baby en heel
jonge kinderen, komen soms ernstige vormen van epilepsie voor (bepaalde
syndromen). Soms gaan aanvallen na een tijd vanzelf over maar het is mogelijk
dat ze later terugkomen. Het komt ook voor dat mensen pas op latere leeftijd
voor het eerst epilepsieaanvallen krijgen. Dat is dus heel verschillend.
Waardoor
wordt epilepsie veroorzaakt?
°
Epilepsie kan
ontstaan voor of tijdens de geboorte. Een infectie of doorgaande ziekte tijdens
de zwangerschap, een aangeboren hersenbeschadiging of zuurstofgebrek tijdens de
geboorte kunnen later epilepsie tot gevolg hebben. Een minimale
hersenbeschadiging, gecombineerd met een zekere aanslag, is soms al genoeg om
later epilepsie te ontwikkelen.
°
Ook een ernstige ziekte zoals hersenvliesontsteking kan epilepsie veroorzaken,
evenals een hersenbeschadiging na een ernstig ongeluk. In die gevallen is een
zekere hersenbeschadiging de directe oorzaak van de latere epilepsieaanvallen.
Dat wil niet zeggen dat iedereen na een ziekte of een hersenbeschadiging
epilepsie krijgt. Je moet er ‘aanleg’ voor hebben.
°
Sommige mensen krijgen aanvallen
door sterke lichtprikkels, bijvoorbeeld wanneer ze bepaalde computerspelletjes
spelen, of bij discolicht. Lang niet iedereen met epilepsie is hier gevoelig
voor; het betreft slechts een klein percentage.
°
Verstandelijk
gehandicapten hebben vaker last van epilepsie dan andere. De hersenbeschadiging
die verantwoordelijk is voor de verstandelijke handicap is dan vaak ook de
oorzaak van de epilepsie.
°
Bij oudere mensen kunnen aanvallen optreden na een hersenbloeding of -infarct.
Ook een hersentumor of –gezwel (of andere hersenaandoeningen) kunnen epilepsie
tot gevolg hebben.
°
Vaak is geen duidelijke oorzaak aan
te wijzen voor het optreden van epilepsie. Een lange drempel voor het optreden
van aanvallen, of een grote erfelijke aanleg kan dan al voldoende zijn.
Dit
zijn de meest voorkomende oorzaken. Vaak denken mensen datje epilepsie kunt
krijgen door spanningen. Spanningen zijn echter geen oorzaak
van epilepsie, maar ze kunnen wel aanvallen ‘uitlokken’. Nader onderzoek
naar de eventuele oorzaken van de epilepsie is altijd noodzakelijk om een goede
diagnose te kunnen stellen.
Is
epilepsie erfelijk?
Zeker
als geen duidelijke oorzaak valt aan te wijzen, kan een grotere aanleg om
epilepsie te krijgen erfelijk bepaald zijn. Daarom hoeft epilepsie in het
algemeen geen belemmering te zijn om kinderen te krijgen. De kans dat de
kinderen van iemand epilepsie ook epilepsie krijgen, is nauwelijks groter dan
bij mensen zonder epilepsie. Alleen als beide ouders epilepsie hebben, is er een
grotere kans dat hun kinderen ook epilepsie krijgen. Er zijn echter bepaalde
vormen van epilepsie waarbij erfelijkheid wel een duidelijke rol speelt. Maar
als je toch van plan bent om te gaan trouwen, zou het heel onverstandig zijn
epilepsie te verzwijgen. Want je partner heeft er recht op om zich af te vragen
of hij of zij het aankan. Het is altijd verstandig een eventuele kinderwens
eerst met je arts te bespreken met je arts te bespreken. Ook wanneer een meisje
met epilepsie de pil wil slikken, kan ze dat het beste met een arts overleggen.
Waarschijnlijk zal ze een speciale dosis of een speciale pil krijgen.
Hoe
weet u dat iemand epilepsie heeft?
Aan
de mogelijkheid van epilepsie wordt voor het eerst gedacht als iemand een aanval
krijgt. Maar lang niet altijd is dan sprake van een epilepsieaanval. Er zijn ook
aanvallen die er alleen maar op lijken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij
flauwvallen, hyperventileren, een hartaanval of hypoglykemie (daling van de
bloedsuikerspiegel). Een Electro-encefalogram (EEG) wordt gebruikt om de
diagnose Epilepsie
te bevestigen. Daarbij wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten.
Een storing in de hersenactiviteit kan wijzen op epilepsie. Toch is op de EEG
niet altijd duidelijk te zien dat iemand epilepsie heeft. Bij een structurele
afwijking is de kans op epilepsie groter. Soms wordt daarom ook nog beeldvormend
onderzoek gedaan. Met bepaalde apparatuur, zoals een CT-scan, een MRJ-scan of
een worden dan computerfoto’s van de hersenen gemaakt met behulp van röntgenstralen
(CT-scan) of magneetvelden (MRJ-scan). Hierdoor kunnen afwijkingen in de
hersenen opgespoord worden, die verantwoordelijk zijn voor de epilepsie, zoals
een gesprongen bloedvat of littekenweefsel. Ook is er nog de EMG. Het doel van
een EMG-analyse is informatie te verkrijgen over de toestand en het functioneren
van de spier door het meten van de elektrische spieractiveit. Deze meting
gebeurt door oppervlakte elektroden op de huid te plakken. Een signaal wordt
gedetecteerd dat de activiteit van de onderliggende spier weergeeft.
Epilepsie
is geen ziekte, je hoeft er niet voor in bed te blijven liggen. Je hebt ook geen
koorts. Er is ook niets mis met je verstand. Maar lastig is het wel. Zo moet je
bijvoorbeeld extra goed uitkijken met fietsen. Zolang je nog aanvallen hebt, is
het beter dat er iemand met je mee fietst (krantenartikel2). Ook zwemmen hoeft
geen probleem te zijn, als je er maar voor zorgt dat er in ieder geval iemand in
de buurt is die weet wat er aan de hand is. Alleen in bad gaan? Link natuurlijk.
Je voelt je waarschijnlijk beter in de douche. En touwklimmen kun je maar beter
overslagen. Toch kun je met epilepsie de meeste sporten wel doen, als je maar in
de buurt blijft van andere mensen die je kennen.
Autorijden
Of
je met epilepsie mag deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer kan alleen worden
uitgemaakt aan de hand van officiële richtlijnen. Deze zijn gebaseerd op het
type aanval en op de kans van herhaling van een aanval binnen een bepaalde tijd.
Werken
Voor
de meeste banen is het geen probleem om epilepsie te hebben. Maar er zijn
natuurlijk banen die voor iemand met epilepsie niet zijn weggelegd. Piloot bv.
of acrobaat. Het is verstandig je dat bijtijds te realiseren, zodat je er al bij
de keuze van een opleiding rekening mee kunt houden. Jammer genoeg speelt het
bij sollicitaties vaak een
rol
dat iemand epilepsie heeft, ook al is iemand al vele jaren aanvalsvrij. Heel
vaak wordt iemand met epilepsie op een
bepaalde functie afgewezen. Het is daarom te begrijpen dat veel mensen hun
epilepsie verzwijgen wanneer ze gaan solliciteren. Zonde dat nodig is want ook
iemand met epilepsie kan veel bereiken. Epilepsie kwam voor bij sommige van de
beroemdste mensen van de geschiedenis. Alexander de Grote bijvoorbeeld,
Napoleon, Julius Caesar en Flaubert hadden epilepsie.
Ook Napoleon had epilepsie
Moet
iedereen het weten?
Epilepsie
is niets om je voor te schamen en wat dat betreft zou het vanzelfsprekend moeten
zijn dat iemand die epilepsie heeft dat gewoon aan de mensen om zich verteld.
Maar de praktijk is anders. Mensen met epilepsie worden vaak voor raar
uitgemaakt. Er wordt soms gedacht dat ze ook in andere opzichten anders dan
andere zijn. Dat is niet zo, maar het is moeilijk er tegen in te gaan, vooral
omdat die gedachten niet hardop worden uitgesproken. Als mensen er wat gewoner
over zouden denken, zou het voor degene die epilepsie heeft ook niet zo
vervelend zijn om het te vertellen. En het is natuurlijk juist zo belangrijk om
het te vertellen omdat het voor je eigen veiligheid beter is als de mensen in je
omgeving het weten. Klasgenoten, leraren, sporttrainers, tandartsen moeten in
ieder geval op de hoogte worden gebracht.
Wat
is er aan epilepsie te doen?
Epilepsie
kan over het algemeen goed behandeld worden. Van alle mensen met epilepsie wordt
circa 75 procent aanvalsvrij dankzij medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica).
Medicijnen tegen epilepsie verminderen of stabiliseren de aanvallen. Ze genezen
de epilepsie niet, maar ze sturen als het ware bij. Indien na verloop van tijd
de juiste medicatie niet is gevonden, kan doorverwijzing plaatsvinden naar een
van de speciale poliklinieken voor epilepsie, verspreid door het hele land. Deze
zijn verbonden aan een van de drie epilepsiecentra Nederland. Is iemand een
aantal jaren vrij van aanvallen gebleven, dan kan worden geprobeerd het medicijn
gebruik af te bouwen. In ongeveer de helft van alle gevallen komt epilepsie dan
niet meer terug. Daar staat tegenover dat ruim een kwart van alle mensen met
epilepsie levenslang last houdt van aanvallen. Opereren is soms mogelijk.
Jaarlijks worden in Nederland rond de vijftig mensen geopereerd, uiteraard na
uitgebreid onderzaak. Het gaat dan meestal om mensen die niet (meer) reageren op
de medicijnen en bij wie de epilepsie zodanig gelokaliseerd is dat opereren
mogelijk.
Er
zijn te veel soorten aanvallen om ze hier te beschrijven. Globaal zijn eer twee
groepen:
°
gegeneraliseerde aanvallen
°
partiële
aanvallen
Gegeneraliseerde
aanvallen
Letterlijk:
‘algemene’ aanvallen. Ze worden zo genoemd omdat hierbij grote delen van de
zenuwcellen van de rechter- en de linkerhersenhelft betrokken zijn. Iemand met
zo’n aanval is totaal bewusteloos. De meest voorkomende verschijningsvormen
van gegeneraliseerde epilepsie zijn:
1.
grote aanvallen (tomisch-clonisch)
2.
absence, (aanvallen die
gekenmerkt worden door korte perioden van afwezigheid)
Partiéle
aanvallen
Letterlijk:
‘gedeeltelijke’ aanvallen. Alleen een bepaald deel of bepaalde delen van de
hersenen zijn hierbij betrokken. Bij partiele aanvallen is het bewustzijn soms
nog intact, soms vermindert en soms helemaal afwezig. Dit is afhankelijk van het
soort aanval. Partiele aanvallen kunnen worden onderverdeeld in:
3.
Eenvoudig partiele
aanvallen
4.
Complex partiele
aanvallen
1.
grote aanvallen (tonisch-clonisch)
Bij
een grote aanval zijn grote gebieden van de hersenen gelijktijdig betrokken.
Zulke aanvallen zijn het bekends. De oude term ‘vallende ziekte’ komt van
deze vorm van epilepsie, omdat mensen hierbij werkelijk neervallen. Deze term is
onjuist; de meeste soorten aanvallen verlopen zonder vallen. Bij een
tonisch-clonische aanval is de betrokkene geheel buiten bewustzijn. Hij of zij
voelt tijdens de aanval geen pijn.
Er
zijn tijdens een grote aanval drie fases te onderscheiden:
°
Tonisch fase
°
clonische fase
°
verslappingsfase
Tonische
fase
Deze
eerste fase van de aanval duurt ongeveer een halve minuut. Door een massale
ontlading van hersencellen worden alle spieren aangespannen, waardoor het hele
lichaam verstijft. Door samentrekking van de borstspieren wordt de lucht uit de
longen naar buiten geperst; dit kan een soort schreeuw veroorzaken. Tijdens die
verkramping van de borstkas en omdat tegelijkertijd veel energie verbruikt
wordt, is de ademhaling verstoord en kan de betrokkene blauw aanlopen. Omdat
slikken tijdelijk niet mogelijk is, hoopt speeksel zich op in de keel. Door het
plotseling aanspannen van de kaakspieren, kan de tong beklemd raken tussen de
tanden. Deze ‘tongbeet’ veroorzaakt een wondje aan tong of wang, waardoor
bloed uit de mond kan lopen. Dit lijkt meestal erger dan het is.
Clonische
fase
De
tweede fase duurt een halve tot anderhalve minuut. De ontladingen in de hersenen
roepen een verdedigingsmechanisme op, waardoor het lichaam gedurende korte tijd
verslapt, gevolgd door het opnieuw spannen van de spieren. Dit afwisselend
verslappen en aanspannen veroorzaakt schokken in armen, benen en gezicht. In de
clonische fase komt de ademhaling weer hortend op gang. Het opgehoopte speeksel
(soms vermengd met wat bloed) wordt als schuim naar buiten geblazen.
Verslappingsfase
Deze
derde fase varieert in duur van één tot enkele minuten, soms ook wat langer.
Geleidelijk nemen de schokken af en nemen de perioden van verslapping toe totdat
het hele lichaam ontspannen is. De huid is vaak bleek en de ademhaling is diep
en rochelend. Soms is sprake van onvrijwillig urineverlies of braken. De een
komt meteen bij, de ander valt in een diepe slaap. Hij of zij is na afloop vaak
suf en klaagt over hoofdpijn of misselijkheid. De herstelfase verloopt op
verschillende manieren: de een kan na vijf minuten weer aan het werk, de ander
heeft een hele dag of langer nodig om bij te komen.
Wat
te doen bij een grote aanval?
Een
aanval is vervelend voor de betrokkene, zeker als hij of zij urine verliest of
moet braken. Houd daarom nieuwsgierige omstanders op afstand. U kunt iemand
tijdens een aanval het beste helpen door:
°
het hoofd met iets
zachts of met uw handen te beschermen
°
de omgeving van de
betrokkene vrij te maken
°
knellende kleding
los te maken, een (eventuele) bril af te nemen
°
steeds bij de betrokkene te blijven, te observeren wat er gebeurt en de tijd op
nemen
°
hem of haar zo
nodig naar een veiliger plek te verplaatsen
Zodra
de ademhaling weer op gang komt
°
betrokkene op de
zij draaien
°
het hoofd iets
naar achteren draaien en
indien nodig de
mond schoonmaken om de luchtweg vrij te maken (eventueel gebit verwijderen)
°
betrokkene zoveel
mogelijk gerust stellen, erbij blijven
Wat
u niet moet doen bij een grote aanval
°
Stop niets tussen
de tanden om een tongbeet te voorkomen. Een aanval treedt meestal zo onverwacht
op dat u toch al te laat bent om een tongbeet te voorkomen. Het lukt dan niet
meer om iets tussen de tanden te krijgen omdat de kaken al op elkaar geklemd
zijn. Probeert u dit toch, dan kunt u uw eigen vingers beschadigen of de tanden
van de betrokkene (zeker als u een hard voorwerp gebruikt). De betrokkene kan
zelfs stikken als het voorwerp dat u tussen de tanden probeert te stoppen, in de
keel terechtkomt en daar de luchtweg blokkeert.
°
Probeer niet de
heftige arm -en beenbeweging tegen te houden; die zijn vaak zo krachtig dat u
botbreuken of spierscheuren kunt veroorzaken, bovendien gaan ze na korte tijd
vanzelf over.
°
Geef geen
medicijnen, tenzij betrokkene op doktersvoorschrift een rectiole bij zich
draagt.
°
Geef niets te
drinken of te eten voordat de betrokkene helemaal bij bewustzijn is.
°
Koud water in het
gezicht gooien om hem /haar bij bewustzijn te brengen heeft geen enkele zin.
°
Mond -op-
mondbeademing heeft geen zin, omdat de luchtwegen geblokkeerd zijn.
°
Bel niet meteen
een dokter of ambulance, vaak is dat niet nodig.
Wat
is een ‘status epilepticus’ en wat kunt u doen?
Een
status epilepticus is niet een bepaald soort aanval, maar een aanval die blijft
voortduren. Het is een aanvalstoestand die lang duurt of een serie aanvallen
waarbij de ene aanval overgaat in de volgende. Het kan bij alle aanvalssoorten
voorkomen maar is vrij zeldzaam. Medisch ingrijpen is meestal noodzakelijk. Met
een status wordt vaak een status van grote aanvallen bedoeld. Als de ene
tonisch-clonische aanval op de andere volgt, is dat een levensdreigende situatie
met een zware belasting voor de hersenen en het hart, als gevolg;
ademhalingsproblemen. Als een aanval langer dan 5 minuten duurt, moet worden
ingegrepen. Er hoeft dan nog niets aan de hand te zijn, maar omdat het even
duurt voordat de hulpverlening aanwezig is, is het raadzaam na 5 minuten een
arts of 100 te bellen. Bij een status is het nodig medicijnen toe te dienen,
intraveneus (via de ader). Soms is een opname in een ziekenhuis noodzakelijk.
Een bekende kan wel alvast een rectiole toedienen, zodat geen tijd verloren gaat
tot een arts komt. Een rectiole is een tubetje gevuld met een vloeibaar medicijn
dat de aanval afbreekt.
2.
Absences
Het
woord absence betekent afwezigheid. Een absence is een gegeneraliseerde aanval.
Iemand is gedurende korte tijd buiten bewustzijn, vaak zonder dat andere er iets
van merken. De ogen draaien even weg of knipperen. Soms treden kleine schokjes
in de handen op, het hoofd kan vooroverzakken, of juist achteroverbuigen. Vaak
staart de betrokkene met een lege blik voor zich uit en reageert niet op de
omgeving. Voor een buitenstaander lijkt het alsof degene die het betreft aan het
dagdromen is. In de regel duren absences niet langer dan een aantal seconden
(maximaal een halve minuut). Wel kunnen ze meermalen per dag voorkomen, soms
zelfs heel vaak. Op het moment zelf merken mensen die een absence hebben, er
niets van. Ze zijn zich er pas van bewust als ze ‘terug’ zijn, bijvoorbeeld
omdat ze dan de draad van hun verhaal kwijt zijn. In de klas weten kinderen na
een absence even niet waar de leraar gebleven is. Dat kan leerproblemen geven.
Een beetje begrip is bij een absence harder nodig dan eerste hulp. Ingrijpen is
alleen nodig als gevaar voor verwonding bestaat.
3.
eenvoudige
partiele aanvallen
Partiele
aanvallen worden zo genoemd omdat ze ontstaan in slechts een deel (part) van de
hersenen. Bij een eenvoudig partiele aanval blijft de betrokkene wel bij
bewustzijn, maar hij of zij kan niets doen om de aanval tegen te houden. De
omgeving merkt vaak niet eens dat er een aanval gaande is. Zo’n aanval kan
zich op verschillende manieren uiten, namelijk door:
°
Plotselinge, ongecontroleerde bewegingen van een arm of been.
°
De persoon in kwestie ruikt iets, heeft een vreemde smaak in de mond of voelt
ineens prikkelingen en/of tintelingen, bijvoorbeeld in de vingers. Trekkingen om
de mond komen ook voor.
°
De betrokkene hoort of ziet gedurende korte tijd dingen die andere niet horen of
zien.
4.
Complex
partiele aanvallen
Bij
complex partiele aanvallen is het bewustzijn per definitie gestoord, maar deze
stoornis hoeft niet volledig te zijn. De betrokkene beleeft het begin van de
aanval vaak bewust. Hij of zij krijgt bijvoorbeeld een onbestemd gevoel vanuit
de maag, of ruikt een vreemde geur. Angst komt ook voor. Zo’n voorgevoel of
aura kan worden opgevat als een soort waarschuwing. Er zijn verschillende
soorten complexe aanvallen, afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de
ontlading begint. Het bekendst zijn de temporale aanvallen, die uitgaan langst
de slaapkwab of de temporaalkwab. Een aanval vanuit dit gebied in de hersenen
kan lijken op slaapwandelen. De betrokkene reageert nog wel, maar als in een
droom. De gelaatskleur is meestal bleek, de ogen zijn opengesperd, de blik is
starend en angstig. Hij of zij maakt onbewuste bewegingen als smakken, likken,
slikken, en/of verricht doelloze handelingen als plukken aan de kleding, wrijven
of friemelen. Het gelaat kan rood zijn of juist wit. Rondlopen kan gevaar
opleveren, want de betrokkene krijgt geen pijnprikkels. Hij of zij kan zich
ergens aan stoten of verbranden aan een hete kraan. Complex partiele aanvallen
beginnen geleidelijk, duren over het algemeen één of enkele minuten, waarna
het bewustzijn geleidelijk terugkeert. Vaak weet de betrokkene niet goed wat er
aan de hand is of waar hij zich bevindt. Ook van de aanval zelf kan hij zich
meestal weinig herinneren.
Een
eenvoudige partiele aanval kan overgaan in een complex partiele aanval en/of een
gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval. Het eenvoudige, partiele begin heet
dan aura. Als een aura lang genoeg duurt, kunnen de mensen een veilige plek
opzoeken voordat de tonisch-clonische aanval begint.
Wat
kunt als iemand een absence heeft, of een partiele aanval?
Bij
een absence of een eenvoudig partiele aanval kunt u weinig doen. Deze aanvallen
duren maar kort en gaan vanzelf weer over. Anders is het bij een complex
partiele aanval. Enkele eerstehulptips die voor de meeste aanvallen gelden:
°
blijf in de buurt en let goed op (neem eventueel de tijd op, kijk hoe de aanval
verloopt)
°
probeer de betrokkene niet tegen te houden; de aanval moet zijn beloop hebben en
kan niet worden gestopt
°
voorkom gevaar dus houd de betrokkene uit de buurt van water, vuur en verkeer
°
wees rustig; tijdens een aanval kan de betrokkene een verlaagd bewustzijn hebben
waardoor een goed bedoelde 'stevige’ aanpak kan leiden tot een afwijzende of
zelfs agressieve reactie. (deze reactie is puur instinctief: u kunt het de
betrokkene niet kwalijk nemen.)
°
probeer iemand na een aanval gerust te stellen en te beschermen tegen
onaangename ervaringen
°
vertel kalm wat er gebeurd is, stel de persoon gerust en breng hem of haar als
het nodig is naar huis
wanneer
moet u wel een arts of 112 bellen?
. Als de betrokkene zich tijdens een aanval ernstig heeft verwond.
.
Als de aanval langer duurt dan 5 minuten of als de ene aanval overgaat in de
andere en een ‘status’ dreigt.
Mensen met epilepsie
zijn gewone mensen met een lastige kwaal. Epilepsie heeft helemaal niks met je
verstand of je persoonlijkheid te maken. Er zijn aardige mensen met epilepsie en
onaardige; slimme en domme. Maar door de maatschappij worden ze wel als anders
behandelt. Kinderen met epilepsie hebben het op school soms wat moeilijk omdat
niemand begrijpt wat er met hen aan de hand is en hun klasgenootjes het maar
griezelig vinden en niet naast hen willen gaan zitten. Soms plast iemand tijdens
een aanval in zijn broek. Tijdens een grote aanval ben je immers bewusteloos en
kun je dus ook je plas niet ophouden. Het zou dan ook heel onaardig zijn
kinderen met epilepsie daarmee te pesten. Het kan gebeuren dat iemand na een
aanval graag wil slapen. De hersenen zijn erg moe omdat ze in korte tijd
vreselijk veel tegelijk hebben gedaan. Het is dan niet fijn om direct als een
zieke naar huis gebracht te worden, want je bent niet ziek. Er is op school vast
wel een bed of een bankje waar je op kan liggen. Soms wordt iemand met epilepsie
echt gediscrimineerd. Hij of zij wordt bijvoorbeeld niet uitgenodigd op feestjes
of mag niet meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd omdat het team bang is
dat het zal verliezen als zo iemand een aanval zou krijgen. Dat is natuurlijk
heel erg. Niet het verliezen dus, maar dat iemand daarom niet zou mogen meedoen.
Want wat is er nu eigenlijk belangrijk?
Dit was mijn spreekbeurt ik hoop dat jullie er wat van geleerd hebben. Zijn er nog vragen?
Wil je meer informatie over epilepsie?? Kijk bij GOOGLE.