


HET HARMONIEORKEST
door
Vincent
Uiterweerd
Spreekbeurt
groep 6 basisschool – leeftijd ca. 9 jaar
HET HARMONIEORKEST
Ik
heb dit onderwerp gekozen omdat ik het leuk vind naar orkesten te kijken en
luisteren. De muzikanten spelen niet allemaal precies hetzelfde en het is zo
knap dat het samen juist heel mooi klinkt. Een orkest met allemaal
blaasinstrumenten en slagwerk heet een harmonieorkest.
In
deze spreekbeurt over het harmonieorkest ga ik wat vertellen over:
Ø
Een paar verschillende soorten
orkesten en de instrumenten die daarin thuishoren ;
Ø
De dirigent ;
Ø
De muziek die het
harmonieorkest speelt ;
Ø
Het leren spelen op een
muziekinstrument.
Verschillende
orkesten
Het
grootste orkest is het symfonieorkest. Daarin spelen violen en nog meer
instrumenten die strijkinstrumenten
heten, omdat je met een strijkstok over de snaren moet strijken. Maar er spelen
ook muzikanten die blazen op een
instrument.
Dat is een blaasinstrument. Er zijn veel verschillende blaasinstrumenten. Die
kun je in twee groepen indelen. Daarover straks meer. En er is
ook slagwerk in het symfonieorkest.
Een
symfonieorkest speelt bijna altijd alleen in een concertzaal. Misschien heb je
dat wel eens op de televisie gezien. Strijkinstrumenten zijn niet zo geschikt om
buiten te bespelen. Ze klinken dan erg zacht. En regen is niet zo goed voor die
instrumenten. Ook niet als het juist erg warm weer is.
Verder
zijn er blaasorkesten.
Het
harmonieorkest en het fanfareorkest
zijn het meest bekend. Ze lijken wel op elkaar. Ze spelen ook vaak in een
concertzaal. Soms spelen ze ook wel buiten, maar vroeger deden ze dat vaker. Nu
doen vooral de drumbands en andere muziekgroepen dat. In een optocht moet een
orkest marsmuziek spelen. Dat is nodig om te kunnen marcheren. Alle muzikanten
lopen dan gelijk en in rechte rijen. Het lijkt dan alsof orkesten alleen marsen
spelen, maar in de concertzaal spelen ze heel andere muziek. Ook daarover straks
meer.
Ik
ga jullie nu iets vertellen over het
Harmonieorkest
Groepen
instrumenten
De
eerst groep zijn de blaasinstrumenten.
Het
harmonieorkest heeft heel veel verschillende blaasinstrumenten. Die kun je in
twee groepen verdelen:
Ø
Houten blaasinstrumenten ;
Ø
Koperen blaasinstrumenten.
Houten
blaasinstrumenten
zijn van hout gemaakt. Bijvoorbeeld de klarinet en de hobo. Dat kun je ook wel
zien.
Maar
de dwarsfluit is niet meer van hout.
Vroeger wel. Toch hoort die wel bij de houten blaasinstrumenten. Je moet in een
gat blazen en met de vingers kun je verschillende tonen maken door de gaatjes
open te laten of af te dekken. Omdat er veel meer gaatjes dan vingers zijn,
heeft een houten blaasinstrument klepjes die hetzelfde doen.
Ook de saxofoon heeft zulke klepjes
boven de gaatjes. En het mondstuk waar je op moet blazen heeft een plat riet.
Die zorgt voor de toon. Als je met je lippen tegen een vloeitje of crêpepapier
blaast, voel je wat de lucht en het riet doen. Instrumenten met een riet horen
tot de groep houten blaasinstrumenten, ook al zijn ze niet van hout gemaakt. De
hobo en de fagot hebben alleen maar een riet om op te blazen. Als je daarmee
ergens tegen aanstoot, is dat riet direct kapot.
Koperen
blaasinstrumenten
zijn gemaakt van (meestal) glimmend metaal. Ze hebben een mondstuk,
dat ook van metaal is. Met je lippen kun je maar een paar tonen maken. De meeste
koperen blaasinstrumenten hebben ventielen.
Die moet je indrukken om alle andere tonen te kunnen spelen. Alleen de trombone
heeft een schuif. Als je die ver uitschuift klinkt de trombone laag.
Families
Sommige
instrumenten hebben een familie. Denk maar aan een kind, moeder, vader en opa.
In de muziek is het kind met het hoge stemmetje de sopraan. Moeder is de alt.
Vader is de tenor. En opa is de
bas; die klinkt het laagst.
Dit kun je goed zien bij de familie saxofoon, maar ook wel bij de familie
klarinet. In het orkest zijn de families niet altijd compleet. Soms is er geen
vader of opa meer of doen ze niet mee. Dat is ook zo bij de familie fluit.
Sommige
families hebben zoveel kinderen dat die kinderen zich in groepjes verdelen. Elk
groepje kan iets anders spelen, maar de muziek van alle groepjes samen past
precies bij elkaar. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de fluiten, de klarinetten en
de trompetten.
Kleine
instrumenten (de kinderen, dus de sopranen) klinken hoog. Grote instrumenten (de
opa’s, dus de bassen) klinken laag. Sommige instrumenten lijken niet groot,
maar ze zijn het wel. Kijk maar eens goed naar hun opgekrulde buizen. Als je die
uitrolt of uittrekt (in je fantasie) krijg je heel lange buizen.
De
slagwerkgroep is de tweede groep
Het
harmonieorkest heeft ook een slagwerkgroep. Op de slaginstrumenten speel
je met stokken of handen. Er zijn slaginstrumenten waarop je een melodie kunt
spelen. Bijvoorbeeld de xylofoon. Op andere slaginstrumenten kan dat niet.
Bijvoorbeeld de drums of de grote trom. Maar ze zijn wel heel belangrijk. Als
zij het niet goed doen, gaat het in het hele orkest verkeerd. Er zijn heel veel
slaginstrumenten in het orkest en je moet die allemaal kunnen bespelen.
‘Vreemde
instrumenten’
Heel
vaak heeft een harmonieorkest bij de bassen een contrabas. Dat is een
strijkinstrument, de opa van de viool. We zien ook wel eens bij een
harmonieorkest een piano of een harp. Maar dat komt alleen voor bij speciale
muziekstukken.
De
dirigent
Dit
is de leider van het orkest. Deze meneer of mevrouw staat altijd voor het orkest
te ‘zwaaien’. Meestal heeft die in de ene hand een dirigeerstokje vast. Met dat stokje zorgt de dirigent ervoor dat het
orkest gelijk speelt. De andere hand spreekt geheimtaal. Die hand heeft aan
wanneer een groep instrumenten moet beginnen. Maar ook als muzikanten wat
zachter of luider moeten spelen.
Niet alleen de handen vertellen de muzikanten hoe ze moeten spelen, maar ook het
gezicht van de dirigent.
De
muziek die het orkest speelt
In
een optocht kan een orkest alleen marsmuziek spelen. Als je alleen maar op
straat orkesten ziet en hoort, dan denk je dat ze alleen maar marsen spelen. In
de concertzaal spelen ze heel andere muziek. En heel veel verschillende soorten.
Er
zijn muziekstukken die kort of heel lang geleden door symfonieorkesten werden
gespeeld. Daarvoor is het nodig dat iemand die muziek wat verandert. Want het
harmonieorkest heeft geen strijkinstrumenten.
Andere muziek die voor een harmonieorkest wordt veranderd zijn hele bekende
liedjes die je op de radio hoort, dus popmuziek. Maar ook filmmuziek. Er is
bijvoorbeeld nu ook muziek van Harry Potter en van Lord of the Rings.
Er
zijn mensen die speciaal voor het harmonieorkest nieuwe muziek bedenken en
opschrijven. Iemand die dat doet heet een componist.
Het
leren spelen op een instrument
Je kunt je al aanmelden bij een orkest als je nog niet op een instrument kunt spelen. Sommige orkesten hebben leraren die je les geven. Soms krijg je alleen les en soms in groepjes. Andere orkesten hebben zelf geen leraren, maar laten de leraren van de muziekschool lesgeven.
Je
moet thuis veel oefenen, het liefst elke dag. Als je heel goed je best doet, dan
kun je ook voor diploma’s leren.
Sommige orkesten hebben een speciaal orkest voor muzikanten die nog niet klaar
zijn met leren. Dat heet het leerlingenorkest. Als je daarin mag meedoen kun je
alvast wennen aan het samenspelen. Het is belangrijk dat je ook leert luisteren
naar de andere muzikanten.
Als
laatste
Er
is natuurlijk véél meer te vertellen over het harmonieorkest en ook over
andere orkesten. Als je meer hierover wilt weten kun je in de bibliotheek en op
internet informatie zoeken. En er zijn ook wel video’s die je kunt bekijken.
En misschien komt er wel een keer een mooi concert bij je in de buurt. Dan moet
je echt eens gaan kijken en luisteren!
Wil je meer informatie over het Harmonieorkest?? Kijk dan bij GOOGLE.