


De Jack Russel
door
Jacqueline Puijk
Hoi jongens en meisjes.
Ik houd mijn spreekbeurt over Jack Russel omdat de Jack Russel een van mijn lieveling honden is.

Jack Russel
Wat is een Jack Russel Terriër ? Een JR is een kleine gebruikshond waarvan de
herkomst Engeland is. Het woord "terriër" komt van het Latijnse woord
"terra" wat aarde betekent. Het werk van de hond was onder de grond te
gaan om het wild uit het hol te stoten. Tegenwoordig worden JR meer als huishond
gehouden en dit kan omdat hij ook goed met kinderen overweg kan. Een JR heeft
wel veel beweging (een JR neemt niet snel genoegen met een km ) en aandacht
hebben.
Geschiedenis
Engeland kent al een eeuwenoude jachttraditie waarbij de jacht op vossen
deel uit maakt. Voor de vossenjacht werden honden gebruikt die het vossenspoor
opzochten en vervolgens het spoor luidkeels gingen volgen. De jagers volgden de
honden te paard en wisten zo soms na uren een vos te schieten. Het kwam geregeld
voor dat een vos zich verstopte in zijn hol, zodat de honden hem niet te pakken
konden krijgen. Op dat moment verscheen er voor dit specifieke probleem een
gefokte terriër op het toneel. Deze terriër kon namelijk het vossenhol
betreden dat soms wel meters onder de grond zit, zodra de terriër de vos had
gevonden bleef hij deze net zo lang aanblaffen tot hij zijn hol verlaat. De
terriërs die voor de jacht op de vos gebruikt werden , werden working terriërs
genoemd. Ook de fox terriër behoorde tot deze groep honden.
Huisdier of werkhond
De Jack Russel Terriër is door zijn vrolijke en levendige aard een geliefd
hondje waar veel mee gedaan kan worden. Deze kleine terriërs is een bijzondere
kindervriend en is altijd voor een geintje te porren. Als huishond kan hij goed
uit de voeten. Een Jack Russel Terriër die zich verveelt kan een ware sloper
worden en misschien uw konijnen, kippen of uw meubilair onder handen gaan nemen.
Hij is eigenlijk een beetje een werkhondje, maar wordt nu eigenlijk als huishond
gebruikt.
Kenmerken
Schofthoogte (Jack Russel): 20,5 tot 30,5 cm.
Schofthoogte (Parson): 30,5 tot 35 cm.
Gemiddeld gewicht: 5 tot 8 kg.
Gemiddelde leeftijd: ongeveer 12 jaar.Kenmerken: intelligent, dominant, fel,
energiek en leergierig.
Karakter
Beide types behoren witte of overwegend witte met tan, lemon, zwart (of
driekleurige) aftekeningen te zijn. Bij voorkeur met aftekeningen op het hoofd
en bij de staartaanzet. Het hoofd moet wigvormig zijn met sterk gespierde kaken,
perfect scharend gebit en kleine V-vormige oren die naar voren vallen. We kennen
drie vachttypes: gladharig, broken-coated en ruwharig. Het belangrijkste is dat
de vacht van nature stug en dicht is en het lichaam goed kan beschermen tegen
alle weersomstandigheden en tijdens de jacht. Beide types moeten makkelijk te
omspannen zijn met beide handen van gemiddelde grootte (net achter de schouders
van de hond). Met een te grote borstomvang raakt de hond vastgeklemd in een
nauwe vossenpijp.
De verzorging
Probeer een Jack Russel niet te veel te wassen. Ze hebben onder hun haartjes een
beschermlaag en door veelvuldig te wassen tast je deze aan. De nageltjes moeten
niet veel bijgeknipt worden als uw hond veel beweging heeft.Want door het vele
lopen slijten de nageltjes zelf af. De oogje kan je al eens proper maken met
speciale druppeltjes of een beetje rozenwater. Je moet de hond ook niet vaak
borstelen vermits ze kortharig zijn maar af en toe met de
handschoen borstelen kan heus geen kwaad . Integendeel daar zullen ze harder van
blinken.
De voeding
Deze hond is allesbehalve kieskeurig. Als pup vraagt hij vier maal/dag voeding.
Bijvoorbeeld 's morgens twee
sneetjes brood met een beetje confituur of smeerkaas of gewone kaas. Ook
cornflakes of magere yoghurt lust hij.
's Middags geef je bijvoorbeeld puppykorrel(van Hills of Pro-plan)gedrenkt in
warm water of soep.
Rond 16 à 17 uur geef je hem wat puppy korrel met rijst of spaghetti.Stukjes
vis of een beetje mager vlees. Overschotjes van groenten is ook welkom, zoals
wortelen, soepgroenten maar geen koolsoorten of erwten. Een stukje rauwe wortel
of appel lusten ze ook wel al eens en bovendien is dit gezond. 's Avonds herhaal
je het zoals 's morgens met een beetje lauwe melk erover.Dit alles wordt gegeven
tot hij drie à vier maand oud is. Daarna schakel je over op drie maaltijden per
dag en als hij vijf maanden oud is op twee per dag.Vanaf dan kan je altijd eens
een beetjes korrel geven met een beetje blikvoeding(van friskies bijvoorbeeld)en
met een sneetje brood. Zoals je ziet, je kunt alle kanten uit.
Herkomst
van de Jack Russel
Voor de herkomst van de Jack Russel gaan we terug naar de vossenjacht in
Engeland omstreeks de negentiende eeuw. Voor die vossenjacht werd gebruik
gemaakt van de Foxterriër. Een oorspronkelijk landras dat in diverse
vormen over heel Groot-Brittannië verspreid was. Ondanks dat dit
uitstekende jachthonden waren voor de vossenjacht genoten ze geen groot aanzien.
Daar ze de restjes voedsel kregen van andere rassen of zelf hun eten moesten
zoeken, ontstond er bij dit ras een natuurlijke selectie op durf,
doorzettingsvermogen, scherpte en jachtpassie. Een groot liefhebber en fokker
van de Foxterriër was de Britse dominee John(Jack) Russel. Deze dominee
werd geboren in het Engelse graafschap Devonshire in 1795. Hij was een sportief
man die enorm veel van de jacht hield. In zijn Oxford-tijd had hij al een
klein, wit terriër teefje gekocht, Trump genaamd. Trump 1819, had een
kleine bruine vlek op de staartwortel en een donkere vlek op beide oren.
Trump wordt beschouwd als de stammoeder van Russels kennel. Jack Russel kocht
ook allerlei kleine terriërs die geschikte werkeigenschappen hadden. Het was
Jack zijn bedoeling om terriërs te kweken die uitblonken in moed maar geen
overmoed. Ze moesten de vos uit zijn hol jagen en luid blaffen. In 1826
trouwde Russel met Penelope Bury, een vrouw die veel van de jacht
hield en haar man volledig steunde. Toen de bisschop oordeelde dat zijn
interesse voor zijn honden te groot werd, liet Russel zijn meute overschrijven
op de naam van zijn vrouw. Russell zijn passie voor honden werd hierdoor
nog aangewakkerd. De honden die Russell bezat waren niet anders dan de
gewone Foxterriër uit die tijd. Hij had zowel ruwharige als gladharige
exemplaren met dit verschil dat hij de staart niet coupeerde. Zijn honden
blonken uit in moed en jachtpassie. De werkkwaliteiten waren voor hem
belangrijker dan het uiterlijk. Hij fokte dan ook selectief op het
karakter. Omdat de honden ook bedreven moesten zijn in het vangen van
muizen en ratten werden ze gekruist met andere rassen, ondermeer de kortbenige
Sealyham Terriër. Daardoor werd de werkterriër kleiner dan de
oorspronkelijke werkterriër van Jack Russel. Later werd deze werkterriër
Jack Russell genoemd.
De Jack Russel is officieel niet erkend
als ras.
Wil je meer informatie over de Jack Russel?? Kijk dan bij GOOGLE.