
Dit
werkstuk is gemaakt door: Jade Boes
|
Inhoud |
Blz.:
01 |
|
Inleiding |
Blz.:
02 |
|
Wat
is kanker? |
Blz.:
03 |
Soorten kanker |
Blz.:
05 |
|
In
het kinderziekenhuis |
Blz.:
08 |
|
Wat
kan je doen tegen kanker? |
Blz.:
10 |
|
Afsluiting |
Blz.:
12 |
|
Bronvermelding |
Blz.:
13 |
Inleiding
Ik houd mijn werkstuk over kanker, omdat het mij een moeilijk maar interessant onderwerp leek. Iedereen zegt dat het een dodelijke ziekte is. Ik wilde heel graag weten waarom dit zo is. De laatste en de belangrijkste reden voor dit werkstuk is dat een vriendin van mij er dood aan gegaan is. Ik hoop dat je het een leerzaam werkstuk vind. Ik zelf heb door het maken van dit werkstuk veel geleerd over de ziekte van mijn vriendin Kirsten Dinkla.
Kanker
is een hele erge ziekte, waar aan je dood kunt gaan. Je lichaam bestaat uit hele
kleine cellen. Het zijn net kleine steentjes van een huis. Eén klein steentje
is maar een heel klein deel van een huis.Maar een hele groep steentjes vormt
samen wel een stevig huis. Zo is het ook met je lichaam. Eén cel is niet genoeg
om je hele lichaam gezond te houden. Je hebt daar een groep voor nodig. De
cellen kun je alleen bekijken met een microscoop. Er zijn heel veel
lichaamsdelen gemaakt van cellen bijvoorbeeld: botten, huid, darmen, longen en
hersenen. Een cel is een levend deeltje in je lichaam die in de meeste gevallen
je lichaam gezond houdt.
In
Nederland zijn groepen mensen die voor een aantal dingen zorgen.
Bijvoorbeeld er is een groepje die zorgt dat er goeie wegen
zijn.Een ander groepje zorgt ervoor dat het water schoon gemaakt wordt zodat wij
er van kunnen drinken. Zo delen cellen zich zelf ook in groepjes. Het ene
groepje cellen zorgt ervoor dat de hersenen goed werken. Een ander groepje
cellen heeft weer een andere taak. En die groepjes cellen hebben ook regels. Net
zoals Nederland regels heeft.
Er
gaan ook cellen dood. In al die groepjes moeten dan ook nieuwe cellen worden
gemaakt. Cellen worden niet geboren. Cellen delen zich zelf. Het gaat zo. Het
belangrijkste stukje van een cel heet de kern. De kern is op dit plaatje roze.
De kern deelt zich in twee precies dezelfde stukjes. Daarna gaan die twee kernen
heel langzaam uit elkaar in dezelfde cel. De cel wordt daardoor groter. De
kernen gaan steeds meer hun eigen kant op. Net zo lang tot dat ze helemaal
alleen verder kunnen. Van één cel zijn er nu twee cellen. De
nieuwe cellen moeten leren van de ouwe cellen wat de regels zijn in dat groepje.
Net zoals een baby moet leren van zijn ouders. Soms wil een nieuwe cel niet
luisteren naar een oude cel. Deze
nieuwe cel deelt zich zelf ook weer. Dan groeien er steeds meer nieuwe cellen
bij die niet luisteren naar de oude cellen. Die vormen dan samen een groepje. Ze
houden zich dan niet aan de regels van dat groepje en horen in het groepje niet
thuis. Zo een groepje cellen noemen we een tumor. Een tumor hoeft niet altijd
slecht voor je te zijn. Sommige tumoren zijn rustig en proberen zichzelf aan de
regels van dat groepje te houden. We noemen zulke soorten tumoren “goedaardige
tumoren”. Dan is er nog één ander soort tumor. Die groepjes tumoren trekken
zich nergens iets van aan. Soms groeien ze zo erg dat ze dwars door een groepje
cellen heen gaan die goed zijn voor je lichaam. De goede en de slechte cellen
gaan met elkaar vechten. Als
de slechte tumoren verliezen dan kan dit gebeuren. De tumoren komen in de
bloedbaan terecht. Een bloedbaan kan je vergelijken met een transportweg in je
lichaam. De
vrachtwagens die op de transportweg in je lijf rijden vervoeren bloed. Daar
komen de tumoren dan ook in terecht. Uiteindelijk komen ze ergens in je lichaam
uit. Op die plek gaat de tumor zich weer groter en ook sterker maken. Als er
niets aan zo’n groepje slechte cellen gedaan wordt, zullen de tumoren weer van
alles kapot maken. Dit is een kwaadaardige tumor wat kanker wordt genoemd.
Dit
is een plaatje van de wegenkaart in je lichaam. Dit zijn de belangrijkste
bloedbanen. Die heten slagaderen of met een moeilijk woord Aorta’s.
Soorten kanker
Er zijn veel kankersoorten. Ik zal er een paar opnoemen: borstkanker, longkanker, huidkanker. Ik ga het in dit hoofdstuk hebben over bloedkanker.
Bloedkanker
wordt met een moeilijk woord acute lymfatische leukemie genoemd. Je kan ook
gewoon leukemie zeggen. Je bloed bestaat uit vloeistof en in die vloeistof
zitten bloedcellen. Bloedcellen zijn net als de hersencellen groepjes met eigen
taken. Er zijn rode en witte bloedlichaampjes. Bloedlichaampjes zijn hetzelfde
als bloedcellen. Die bloedlichaampjes kun je alleen onder microscoop zien.
Rode
bloedlichaampjes zorgen er voor dat je zuurstof in je lichaam krijgt. Ze zorgen
er ook voor dat je bloed een rode kleur krijgt. De witte bloedlichaampjes zijn
ook heel belangrijk. Ze zorgen er voor dat je minder snel ziek wordt.
Bacteriën
zijn kleine deeltjes die je ziek kunnen maken. Als bacteriën van buiten
proberen je lichaam in te komen dan zorgen de witte bloedlichaampjes er voor dat
de bacteriën opgeruimd worden: ze worden in de prullenbak gegooid.
Eerst
eten de witte bloedlichaampjes de bacteriën op, zodat ze je niet meer ziek
kunnen maken. Als de witte bloedlichaampjes bezig zijn om de bacteriën op te
eten voel je dat van binnen in je lichaam. Je voelt je niet zo lekker en je hebt
hoge koorts.
Als de witte bloedlichaampjes de bacteriën helemaal hebben opgegeten ben je weer beter.
Hier zie je dat de
witte bloedlichaampjes de bacteriën op eet.
Er zijn niet alleen
rode en witte bloedlichaampjes, maar ook bloedplaatjes. Die bloedlichaampjes
zorgen er voor dat je bloed goed stolt. Je bloed is vloeibaar en het stollen
zorgt er voor dat je bloed dikker wordt.
Als
je gevallen bent en je bloed stolt niet goed, dan gaat die wond op je knie niet
snel dicht. Ik heb al verteld dat
alle cellen dood gaan en dat er ook weer cellen bij moet worden gemaakt. Die
cellen worden gemaakt in je beenmerg.
Dit is het beenmerg bij leukemie
Net zoals de andere
cellen kunnen ook een aantal bloedcellen slecht voor je zijn. Het kan dus
gebeuren dat er geen goeie bloedcellen in het beenmerg worden gemaakt. Die
bloedcellen zijn dus niet goed en doen hun taken ook niet goed. Als er dan te
veel van die bloedcellen worden gemaakt,
dan gaan ze de goede bloedcellen een beetje pesten. De slechte bloedcellen
zorgen ervoor dat de witte bloedcellen hun taak niet meer zo goed kunnen doen.
Als dat gebeurt kunnen er aantal dingen gebeuren. Je wordt ziek, je kan pijn in je botten krijgen, je krijgt meer ontstekingen, je wordt sneller moe en je krijgt ook sneller blauwe plekken. Je witte bloedlichaampjes zijn dus heel belangrijk voor je lichaam. Leukemie is dus een ziekte die van één slechte bloedlichaampje een helen boel slechte bloedlichaampjes maakt. Het is geen tumor, maar het zijn wel cellen die zich niet aan de afspraak van dat groepje houden. Ze horen in dat groepje dan ook niet thuis en pesten alleen maar de andere cellen in je bloed die goed voor je zijn. Daarom wordt leukemie ook wel bloedkanker genoemd.
In het kinderziekenhuis
Het
kinderziekenhuis heeft net als een gewoon ziekenhuis verschillende afdelingen.
Maar een kinderziekenhuis lijkt niet op een ziekenhuis voor volwassenen. Er zijn
grote en kleine kamer in het kinderziekenhuis. In de grote kamers liggen meestal
drie
of vier kinderen met kanker. In de kleine kamers ligt meestal één kind.Dat
kind ligt alleen in een kamer, omdat hij
extra in de gaten moet worden gehouden.
Hier
zie een box waar één kind ligt.
De
kinderen hoeven niet altijd in de boxen te blijven. Je ziet soms driewielers of
skelters over de gangen rijden. Er zijn niet alleen driewielers en skelters maar
ook: c.d. speler, televisie,
videorecorder en er ligt overal speelgoed. Er
werken veel mensen in het kinderziekenhuis. Die mensen heten verpleegkundigen.
De verpleegkundigen dragen geen witte kleren, maar hun gewone kleren. De
kinderen mogen ook gewoon in hun eigen kleren blijven lopen en spelen. En ze
mogen de
verpleegkundigen bij hun voornaam noemen. In het ziekenhuis komen soms ook
mensen die met de kinderen speurtochten door het hele ziekenhuis gaan doen. Of
ze gaan met de kinderen puzzelen en knutselen. In het kinderziekenhuis is ook
een school. De meesters en juffrouwen komen best vaak langs. Als de kinderen
zich niet slecht voelen, gaan de meester of juffrouw rekenen en taal doen. Ze
krijgen net als wij ook huiswerk mee
en moeten ook gewoon lezen. Dit moeten de kinderen doen, omdat als weer op hun
eigen school zijn, ze ongeveer even veel weten als hun klasgenootjes.
Hier zie je kinderen
in een poppenhoek van het ziekenhuis spelen
Wat kun je tegen kanker doen?
Je
kunt op verschillende manieren proberen van kanker af te komen. Je kan het
proberen via medicijnen, via een operatie of via een bestraling.
Medicijnen zorgen ervoor dat de kankercel niet meer zo snel andere kankercellen kan maken. Zo’n medicijn heet “Cytostatica”. Aan deze medicijnen zitten ook nadelen. Ze zorgen ervoor dat de kankercellen hun werk niet goed meer kunnen doen, maar ook dat de goede cellen, bloedplaatjes en bloedlichaampjes niet meer goed kunnen werken. Als je dan bijvoorbeeld longontsteking krijgt, moeten de goede cellen tegen een groepje slechte cellen vechten. Maar de goede cellen kunnen niet goed meer vechten vanwege de medicijnen, de Cytostatica. Het kan zelfs gebeuren dat je dan niet doodgaat door de kanker, maar door de longontsteking die je erbij gekregen hebt.
Een
2e mogelijkheid om je
kanker proberen kwijt te raken is door een operatie. Tijdens een operatie snijdt
de dokter de tumor weg. Hij moet dan wel goed bij de tumor kunnen komen om het
weg te kunnen halen. De dokter moet ruim om de tumor heen snijden. Doet hij dit
niet, dan kan er alsnog een kankercel zitten die
weer kan groeien tot een nieuwe tumor. Als de dokters er te laat achter
komen dat je een tumor hebt, dan kan de tumor zo groot geworden zijn dat hij
niet meer weggesneden kan worden.
Je
kan het ook proberen via een bestraling. Bij zo’n bestraling lig je op een
soort bed. Om het bed heen draait een groot apparaat. Dat apparaat gaat met een
soort laserstraal door je huid heen en brandt de tumor kapot. Dat gaat kankercel
voor
kankercel. De bestraling wordt een paar keer overnieuw gedaan. Alle kankercellen
moeten worden weggehaald. De bestraling zelf duurt niet zo heel lang.
Tijdens
de bestraling voel of merk je niks. Je begint het pas te voelen na de
bestraling. Je merkt dat je minder goed tegen de zon kan, of je haren vallen
uit. Maar je kan je ook heel moe en duf voelen. En soms kun je niet goed eten of
slapen.
Afsluiting
Ik vond het een heel leerzaam onderwerp. Het klinkt misschien gek, maar ik had er ook plezier in om het te maken. Ik begon veel liever aan mijn werkstuk dan aan mijn huiswerk. En nu ik mijn werkstuk af heb, heb ik ook antwoord op mijn vraag “waarom kanker een dodelijke ziekte is” gekregen. Ik heb mijn informatie en plaatjes uit boeken en van het internet gehaald. Mijn moeder heeft me geholpen met de spellingsfouten.
Toen ik begon aan dit werkstuk was Kirsten Dinkla heel erg ziek. Kirsten is niet beter geworden en is aan deze ziekte dood gegaan.
Kanker |
Ton Ransijn |
|
Nieuwe
Medische Encyclopedie |
Gerhard Haneveld |
|
Medisch
Gezond Heids Boek |
G.T.
Hanenveld |
Medisch Handboek |
- |