



Hoofdstuk
2 De
natuur van Oostenrijk
Pagina 5
Hoofdstuk
3 De
geschiedenis van Oostenrijk
Pagina 9
Hoofdstuk
4 De
bevolking
Pagina 11
Hoofdstuk
5 Toerisme
Pagina 13
Hoofdstuk
6 Skiën
in Oostenrijk
Pagina 15
Hoofdstuk
7 Provincies
Pagina 17
Nawoord
en bronnen
Pagina 20
In
onderstaand kaartje kan je alvast zien aan welke landen Oostenrijk grenst.

H
1
Oostenrijk
Oostenrijk
grenst aan acht landen.
Duitsland, Italië, Zwitserland, Slovenië, Hongarije, Slowakije,
Liechtenstein en Tsjechië. De
hoofdstad van Oostenrijk is Wenen. Andere grote steden zijn: Salzburg,
Innsbruck, Graz en Eisenstadt. Oostenrijk heeft veel verschillende gebieden.
Het heeft uitgestrekte bossen, dreigende bergen en schitterende gletsjers.
Oostenrijk is een ruim land. Het heeft een oppervlakte van 83.859 vierkante
km. Van die 83.859 vierkante km is 68 % onbewoonbaar. Bergen en bossen zijn
niet de ideale plekken om te wonen. Hoewel Oostenrijk twee keer zo groot is
als Nederland, heeft het maar 8 miljoen inwoners. Er zijn weinig
rijtjeshuizen. Bijna iedereen heeft een vrijstaand huis met in ieder geval een
klein lapje grond. Ongeveer 25% van de bevolking woont in Wenen. In Oostenrijk
spreekt 91% van de bevolking Duits.Vroeger werd Oostenrijk ook wel
Felix Austria genoemd. Toen was het een land dat
zich uitstrekte over een groot deel van de Balkan en Centraal Europa
tot in de Oekraïne toe.

H 2 De natuur van
Oostenrijk
Doordat
Oostenrijk veel bossen en planten heeft, is er veel leven. Met 38% bos is
Oostenrijk een van de bosrijkste landen van Europa. In de bossen vind je nog
veel dieren. Herten vind je nog overal. Maar ook reeën, marters en
alpenmarmotten laten zich graag zien. Als je één van de symbolen van de
Alpen wilt zien heb je geduld en een verrekijker nodig. De steenbok, lynx en
de wilde kat zijn namelijk schuwe dieren. Maar het meest bijzonder is toch de
bruine beer. Dit beest was eigenlijk in de Oostenrijkse bossen uitgestorven.
Men denkt dat de bruine beer vanuit Slovenië de grens is overgestoken.
De
bergen zorgen ook voor veel bekijks. Het gebergte in Oostenrijk heet
de Alpen. De hoogste berg
in de Oostenrijkse Alpen is de
Grossglockner. Het lijkt of de bergen er altijd zijn geweest, maar zo´n
tweehonderd miljoen jaar geleden moeten de Alpen er totaal anders uit hebben
gezien. Waar nu het gebergte de Alpen ligt was vroeger niks anders dan water.
Het was een oerzee waar nu de Middellandse zee vandaan komt. Men weet dat
doordat er schelpen en fossielen hoog in het gebergte zijn gevonden en omdat
er lagen liggen die ook laten zien dat er vroeger water is geweest. De Alpen
groeien al vijfenzestig miljoen jaar onafgebroken door. Boven de drieduizend
meter ligt eeuwige sneeuw. In de winter valt er namelijk zoveel dat het in de
zomer niet allemaal weg kan smelten.
De
begroeiing van de berghellingen verschilt door de temperatuur. Tot de 800
meter heb je veel akkers en weiden. Boven de 800 meter vind je het meest
loofbossen en niet veel hoger de naaldbomen. Boven de 1800 meter kunnen geen
bomen meer groeien, daar is het te koud voor. Wel groeit er nog gras. Maar ook
dat kan boven de 2200 meter niet meer overleven. Het enige dat daar nog is
zijn rotsen, mos, en af en toe een verdwaald vetplantje.
GLETSJERS
Veel mensen bekijken ´s zomers gletsjers, dit zijn dikke pakken ijs. Vanuit de verte lijkt het net eeuwige sneeuw. Gletsjers ontstaan uit dikke pakken sneeuw die blijven blijft liggen in kommen en tussen bergtoppen. De pakken ijs kunnen honderden meters dik worden. De onderste lagen sneeuw worden samengedrukt door de bovenste lagen, zo ontstaat er ijs. Op een gegeven moment wordt de druk op de onderste lagen zo groot dat deze beginnen te schuiven. Uit de ijslagen stroomt smeltwater. Het water is troebel en lijkt op een witachtige pap. Oostenrijk telt ongeveer 2000 gletsjers. Een voorbeeld is de Rhone gletsjer.
LAWINES
Bijna
elk jaar verschijnt er wel een bericht over een sneeuwlawine in de krant. Een
sneeuwlawine is een pak losse sneeuw dat plotseling als een witte wolk naar
beneden komt rollen. Vooral als het een koude nacht is geweest en er flink
veel sneeuw is gevallen, staan er vaak borden dat je op moet passen voor
lawinegevaar. Je hebt plakkerige sneeuw en je hebt poedersneeuw. Bij
plakkerige sneeuw heb je niet zo gauw een lawine, maar bij poedersneeuw wel.
Omdat de sneeuw los ligt kan ook maar een enkel schokje de sneeuw doen rollen.
De snelheid van een lawine kan wel een snelheid van 300 kilometer per uur
bedragen. De luchtdruk die voor de lawine uitgaat kan wel zo sterk zijn dat
hij op een tegenoverliggende helling een bos kan ontwortelen. Vooral op de
noordoostelijke hellingen is men altijd erg voorzichtig.
De
belangrijkste rivier die door Oostenrijk stroomt is de Donau. De Donau is 350
kilometer lang. Oostenrijk telt ongeveer 90 meren. Vooral in het gebied de
Traun zijn veel meren met onder andere de Attersee, het grootste alpenmeer van
Oostenrijk.
Grotten zijn bijna altijd ontstaan onder invloed van stromend water. Ze komen dan ook vrijwel uitsluitend voor in kalkgesteenten die goed oplosbaar zijn in water. Ondergronds kan zo´n gesteente uitgehold zijn door een groot aantal karstgangen. Er stroomt een rivier doorheen die ergens onder de oppervlakte verdwijnt en ergens anders weer te voorschijn komt. Druipsteengrotten zijn net zo ontstaan voordat het gesteente boven de waterspiegel werd opgeheven. Er vormde zich druipsteen toen er regenwater door de kalklagen boven de grot sijpelde en van het dak van de grot naar beneden viel. Van de kalk die in het water was opgelost, bleef een dun laagje achter aan het plafond. In de loop van vele eeuwen ontstonden op deze manier stalactieten aan het dak. De op de grond vallende druppels vormden daar stalagmieten.
IJSGROTTEN
In
sommige holensystemen hebben zich in de loop van de eeuwen reusachtige
hoeveelheden ijs opgehoopt. Bijvoorbeeld in de buurt van Salzburg:
Eisriesenwelt. Het ijs dat tijdens de winter word gevormd smelt in de zomer
niet weg. Dit verschijnsel is te wijten aan het verschil in gewicht tussen
warme en koude lucht. In de winter stroomt koude, en dus zware lucht de grot
in. Die kan er in de zomer niet uit weg, zoals een open koelkast. Om de stroom
bezoekers te kunnen verwerken werd de toegang tot de grot aangepast. Nu krijgt
de warme lucht wel de mogelijkheid om binnen te komen. Het ijs smelt nu dan
ook wel weg in de zomer.
WIND
& SNEEUW
Sneeuw valt overal gelijkmatig maar de wind veroorzaakt verschillen in de dikte van de sneeuw. Op bergtoppen en kammen en op open vlaktes wordt de sneeuw snel weggeblazen, maar op beschutte plekken blijft de sneeuw liggen en de sneeuw die wordt weggeblazen komt daar ook bij. In troggen en keteldalen kan de sneeuw wel meters hoog liggen. Op heldere dagen kan je op de bergkammen sneeuwwolken zien in de vorm van grote vlaggen. Over de top word de helling dan met losse sneeuw overladen en dan komt er gevaar voor lawines. Wanneer sneeuw tegen een hindernis aanwaait, bijvoorbeeld een rots of een boom, dan ontstaat er een kolk, een uitholling die gevormd word door de stuwing van de sneeuw aan de windzijde en een draaikolk aan de zijde die in de windschaduw ligt. Zo´n kolk biedt bescherming tegen de wind en kan in noodgevallen dienst doen als bivak in de storm voor bergbeklimmers.
KLIMAAT
In
de bergen komt de temperatuur boven de 1800 meter niet hoger dan 10 graden
Celsius. Het verschil tussen het noorden en het zuiden van een helling kan
tientallen graden schelen. De gemiddelde hoeveelheid neerslag is 620
millimeter per jaar. In grote delen van het land komt de wind bijna altijd uit
het westen en het noordwesten. In Oostenrijk zijn er drie verschillende
klimaten; in het oosten heb je het pannonnische klimaat, ( in juli meestal
boven de 19 graden Celsius en de neerslag in een jaar is vaak minder dan 800
mm)in de Alpen heb je het alpiene klimaat, (veel neerslag, korte zomers en
lange winters) In de rest van het land heb je het gematigd vochtig Midden -
Europees klimaat. (Neerslag in een jaar tussen de 700 en de 2000 mm
afhankelijk van de hoogte en de ligging. De temperatuur ligt meestal tussen de
14 en de 19 graden. Een bekend verschijnsel is de föhn. Koude lucht botst aan
de noordzijde tegen de bergen, er valt neerslag en er ontstaat föhnwind aan
de zuidzijde van de bergen.
Zoals
ieder land zijn eigen stuk geschiedenis heeft, heeft Oostenrijk die ook. De
eerste door mensen achter gelaten sporen werden ongeveer 20.000 jaar geleden
gemaakt.
·
Twintigduizend
jaar geleden leefde men in holen en lemen hutten en leefden van de jacht en
wat veeteelt.
·
Vanaf
1000 voor Christus vestigden zich in het huidige Oostenrijk Illyriërs en
Kelten. Belangrijk in die periode was de Hallstatt- cultuur, die voor het
eerst ijzer bewerkte.
·
In de
eerste eeuw voor Christus werd het gebied onderworpen door de Romeinen, die
daarmee hun noordgrens verlegden tot bij de Donau. In die tijd ontstond de
grenspost Vindobona, de huidige hoofdstad Wenen.
·
Na de
vijfde eeuw ging het West-Romeinse rijk ten onder. Diverse stammen ( Hunnen,
Oostgoten, Longobarden en andere Germaanse stammen) drongen het land binnen.
·
In 791
werd Oostenrijk een deel van het Frankische rijk. In de negende eeuw vielen de
Hongaren Oostenrijk binnen, maar werden in 955 weer verslagen.
·
In 996
verscheen voor het eerst de naam Ostarrichi in een keizerlijke oorkonde. Deze
naam sloeg op het gebied rond St. Pölten. Het gebied werd rond die tijd
overheerst door het geslacht Babenberg. In 1246 sneuvelde de laatste
Babenberger.
·
Tot
1272 werd er gestreden om de opvolging van de Babenbergers. In 1273 werd
Rudolf I van Habsburg door de rijksvorsten tot Duits koning benoemd. In 1373
viel ook Tirol aan Habsburg toe. Door delingen
en broederruzies, opstandige boeren en de pest verzwakte het Habsburgse
koninkrijk van binnenuit. Vanaf
1438 begon de tot 1806 ononderbroken Habsburgse opvolging.
·
In de
tijd van Napoleon verloor Oostenrijk verschillende gebieden aan Frankrijk.
Napoleon erkende toen niet langer het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie.
Op het congres van Wenen in 1815 werd Europa opnieuw verdeeld door Oostenrijk,
Engeland, Frankrijk, Rusland en Pruisen. Oostenrijk kreeg de macht over midden
Europa en een groot deel van Italië.
·
Rond
1860 wisten Italiaanse nationalisten zich aan Oostenrijk te ontworstelen en na
een oorlog tegen Pruisen was ook de rol van Oostenrijk in de Duitse politiek
uitgespeeld. In 1867 kwam de Oostenrijks- Hongaarse dubbelmonarchie tot stand.
·
In
1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Karel I zou als laatste op de Habsburgse
troon plaatsnemen. Hij wilde in 1917 de oorlog beëindigen maar dat lukte hem
niet. Na de verloren oorlog werd Oostenrijk ontbonden. Tsjecho-Slowakije,
Hongarije en Joegoslavië werden zelfstandig. Roemenie en Italië pikten ook
nog wat resten in. Wat er nog
over was een klein arm land met 7 in plaats van 50 miljoen inwoners.
·
Hitler,
in Oostenrijk geboren en aan de macht in Duitsland, wilde in 1933 Oostenrijk
in zijn macht krijgen. Met behulp van Mussolini uit Italië voorkwam men een
overval door de Duitsers. De socialisten verzetten zich hier hevig tegen en
werden gevangen genomen of vermoord. Oostenrijkse nazi’s deden in 1934 een
greep naar de macht maar die mislukte.
·
In
1936 werd Schlusschnigg de nieuwe bondskanselier. Begin 1938 werd deze door
Hitler zwaar onder druk gezet om de nazi Seyss- Inquart in de regering op te
nemen. Omdat Schlusschnigg onheil voorzag zocht hij tevergeefs steun bij
Frankrijk en Engeland. Op 12 maart 1938 rukte Hitlers troepen Oostenrijk
binnen en werd Seyss- Inquart
rijksstadhouder van Oostenrijk dat voortaan Ostmark heette. Zo raakte
Oostenrijk betrokken in de tweede wereldoorlog.
·
Tijdens
de tweede wereldoorlog verdwenen duizenden Oostenrijkers in kampen en
gevangenissen. De helft van Joodse bevolking vluchtte en de andere helft kwam
om. De economische opleving aan het begin van de tweede wereldoorlog was van
korte duur. Honderdduizenden mannen moesten in dienst en velen sneuvelden.
·
Na
de oorlog werd Oostenrijk bezet door de Russen, Fransen, Engelsen en
Amerikanen. Wenen werd in vijf sectoren verdeeld. Het ging heel toen ook heel
slecht met de economie. In mei 1955 werd Oostenrijk weer een zelfstandig en
vrij land. Door onder andere door Marshallhulp, uitbreiding van
elektriciteitswerken en industrieën, groei van de handel en toerisme kwam
Oostenrijk er weer langzaam bovenop.
·
Van
1970 – 1982 zette bondskanselier Kreisky Oostenrijk ook weer op de politieke
kaart. In 1986 werd de door zijn oorlogverleden omstreden Kurt Waldheim
bondspresident.
·
Op 16
april 1996 schafte de Oostenrijkse staat een wet uit 1919 af, die het leden
van de Habsburgse koninklijke familie verbood het land binnen te komen, zolang
zij hun aanspraken op de troon niet hadden afgezworen.
· Op 1 februari 2000 werd de zeer omstreden Jörg Haider gekozen tot bondskanselier van Oostenrijk. Snel daarna kwamen buitenlandse sancties vanuit Europa op gang vanwege het extreem rechtse karakter van Jörg Haider en werden de contacten beperkt tot een minimum.
Het
Oostenrijkse volk is ontstaan uit vele Etnische groepen: Illiriers, de Kelten,
Germanen, Hongaren e.a. De bevolkingsdichtheid is ongeveer 95 inwoners per
vierkante km. De bevolking is voor 97% Duitstalig. Er zijn een aantal
uitzonderingen: Hongaren, Tsjechen, Slovaken, Slovenen, en Kroaten. In
Oostenrijk heb je verschillende godsdiensten, 78 % is katholiek, 5 % is
protestant, en 9 % is onkerkelijk. In 1938 woonden er nog 180.000 joden in
Wenen. Nu zijn dat er nog maar 10.000.
Vanaf
hun vierde jaar mogen Oostenrijkse kinderen naar school. Net als bij ons. De
basisschool wordt in Oostenrijk de Volksschule genoemd. Voor die tijd gaan de
kinderen naar de kindergarten. Na de Volksschule kunnen de kinderen kiezen uit
drie richtingen: de Hauptschule is de hoogste, de andere twee zijn lager
beroepsonderwijs.
ECONOMIE
In
Oostenrijk is er bijna geen
werkloosheid en als je kijkt naar het bruto nationaal product (het geld dat
alle mensen in Oostenrijk met elkaar verdienen) zit dat wel goed.
Daarom is het een van de welvarendste landen van Europa. De meeste
mensen hebben een baan. De beroepen zijn erg verschillend. Er zijn
bijvoorbeeld geen 600 boeren en 23 ambtenaren, maar 600 boeren en 593
ambtenaren.
LANDBOUW,
VEE, EN BOSBOUW
Elk land handelt in spullen met andere landen. Oostenrijk dus ook. De belangrijkste uitvoerproducten zijn: ijzer, staal, kleding, textielproducten, machines, elektro-energie, hout, vee en papier. Ingevoerd worden vooral gereedschappen, voertuigen, voedingsmiddelen, minerale brandstoffen, halffabrikaten en grondstoffen. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, Italië, Japan, Zwitserland, Groot- Brittannië, de Verenigde Staten en Nederland.
VERKEER
Oostenrijk
beschikt over een goed spoor- en wegennet. Ook heeft Oostenrijk een
van de belangrijkste waterwegen, de Donau. De totale lengte van de
wegen in Oostenrijk is ongeveer 9950 km. Daarvan is zeker 1600 km snelweg. Ook
heeft Oostenrijk vijf luchtvaartmaatschappijen die vliegtuigen bezitten met
meer dan twintig zitplaatsen. Oostenrijk heeft ook nog andere
vliegtuigmaatschappijen maar die zijn een stuk kleiner.
ENERGIEVOORZIENING
In Oostenrijk bestaat de energievoorziening vooral uit steenkool, aardolie, aardgas en waterkracht. Van de 1000 elektrische centrales zijn de meeste hydro-elektrisch en leveren schone en goedkope elektriciteit. Toch moest in 1989 nog 68% van alle energie ingevoerd worden. Het meeste kwam uit Rusland ( toen nog de Sovjet-unie).
Oostenrijk
is een populair vakantieland. In de zomer trekken veel mensen naar de bergen
van Oostenrijk om te wandelen of andere bergsporten te beoefenen. In 1999
bezochten 17,4 miljoen buitenlandse gasten Oostenrijk. Bijna 8 miljoen
Oostenrijkers brachten de vakantie in hun eigen land door. In het totaal waren
er 112,6 miljoen overnachtingen, hiervan waren 81,56 miljoen buitenlanders.
Het
is nog niet zo lang geleden dat je ’s zomers dagenlang in de bergen kon
lopen zonder iemand tegen te komen. Maar ook hier heeft de tijd niet
stilgestaan. Vele toeristen trekken op een zonnige dag de bergen in en gaan de
wandelpaden op. Zo’n 25 jaar geleden had vrijwel niemand verwacht dat de
wandelsport zo populair zou
worden! Toen was er nog maar een kleine groep wandelaars en klimmers.
Ook
de diverse meren ( Zellersee, Ossiachersee) trekken veel toeristen. In de
winter trekt Oostenrijk om een andere reden veel mensen aan. Oostenrijk heeft
namelijk prachtige skigebieden! Met name Tirol is zeer geliefd bij de
wintersporters. Ook het Zillertal trekt aan met zijn vele wandel- en
skigebieden. Van ongeveer november tot april ligt er sneeuw in de Alpen en kun
er je heerlijk de bergen afroetsjen. Zelf ben ik ook al een aantal keren op
vakantie geweest in Oostenrijk. Zowel in de winter om te skieen als in de
zomer om te zwemmen en te wandelen.
Ook
een aantal grote steden in Oostenrijk trekken veel bezoekers aan. Vooral in
Wenen heb je veel toeristische attracties en bezienswaardigheden. In de
binnenstad bevindt zich de hofburg met
de Spaanse rijschool en de beroemde Stephansdom. Ook heb je het Uhrenmuseum
met meer dan 3.000 slingerklokken, pendules en zakhorloges. Zo zijn er nog
veel meer verschillende musea. Salzburg
is één van de culturele hoogtepunten van Europa. Trekpleisters zijn
de Dom en de Domplatz, Mozarts woonhuis, het Dommuseum en het Speelgoedmuseum.
Ook Innsbruck trekt veel bezoekers. Zij is de culturele hoofdstad van Tirol
met onder andere de Spitalkirche uit 1320.
In
Niederösterreich vind je vele kloosters, burchten, paleizen en idyllische
stadjes. Heel bekend is het klooster Melk, een van de mooiste barokabdijen van
Europa. Ook heb je de Neusiedler See, het grootste steppemeer van Europa. In
Steiermark heb je ook veel
abdijen en kastelen. Voor actieve vakantiegangers zijn er veel voetganger en
fietspaden. In de hoofdstad Graz worden jaarlijks talloze culturele feesten en
evenementen georganiseerd.
Om
de vele toeristen onderdak te bieden, zijn er in de bergen een groot aantal
berghutten gebouwd. Ze zijn te vinden in alle delen van de Alpen. We kunnen
ons de primitieve berghutten maar nauwelijks voorstellen. Vier muurtjes van
rotsblokken met daaroverheen een blikken dak. De meeste hutten kunnen honderd
mensen herbergen en je kunt er een goede maaltijd nuttigen. In de meeste
Oostenrijkse berghutten is de koude waterbak van vroeger al lang vervangen
door warme douches en in de hutten staan bedden. Omdat je met de auto steeds
dichter bij de hutten kunt komen, worden deze steeds luxer. Maar door deze
luxe blijft er ook hoe langer hoe meer rommel achter. Achteloos weggesmeten
blikjes, plastic zakken, lege gasbusjes … noem maar op. Tot op grote hoogte
zijn de sporen van het bergtoerisme al te vinden. Allerlei dingen worden
omhoog gesleept, maar vrijwel niemand piekert erover de verpakking mee terug
te nemen. Maar hoog in de bergen komt nu eenmaal geen vuilnisman en de waard
van de hut en zijn vrouw hebben ook wel iets anders te doen dan de rommel van
de toeristen op te ruimen! Daarom wordt de afvalberg van jaar tot jaar steeds
hoger en ook de hoeveelheden afvalwater die op beekjes en gletsjers worden
geloosd nemen bedenkelijke vormen aan. Op sommige plaatsen is het al
voorgekomen dat het gletsjerwater waar bergdorpen van dronken, zo vuil was dat
de bevolking drinkwater van ergens anders moest importeren!
Gelukkig
worden steeds meer hutten verplicht om hun afval naar het dal af te voeren en
om het afvalwater ter zuiveren. Omdat dit erg veel geld kost, zal het lang
duren eer het milieu bij de berghutten echt schoon is. Bovendien liggen veel
hutten ver weg waardoor het bijna onmogelijk is het afval te verwerken of af
te voeren. Bergwandelaars en klimmers kunnen zelf ook hun steentje bijdragen
aan een schone bergwereld. Zij moeten hun lege verpakkingen zelf mee naar
beneden nemen. In veel berghutten zijn daarvoor gratis afvalzakjes op te
halen. Met een beetje goede wil van de bergliefhebber moeten sport en
milieubescherming dan samen kunnen gaan!
H
6 Skiën in Oostenrijk
Veel
mensen komen in de winter naar Oostenrijk om te skiën. Ze huren dan een
appartement, gaan met een caravan op een camping staan, of slapen
in een simpel hutje. Vaak nemen de mensen les, of ze gaan gewoon vrij
skiën. In de winter biedt de wintersport ook werkgelegenheid. Skileraren zijn
in die tijd hard nodig. Ook zijn er mensen nodig om de skiliften te bedienen
en om de gasten in de hotels te verzorgen. Mensen huren of kopen skikleding.
Skikleding bestaat vaak uit een waterafstotend pak of een losse broek en trui
en ook skischoenen zijn nodig. Sinds kort dragen sommige mensen ook een helm.
Om geen koude handen en nek te krijgen draag je natuurlijk ook handschoenen of
wanten en een sjaal. De skihellingen zijn verdeeld in verschillende
afdalingen. Die heten pistes. De blauwe piste is het makkelijkst. Daarna komt
de rode piste en daarna heb je de zwarte piste. Die gaat bijna steil naar
beneden. In Frankrijk heb je ook nog de groene piste. Die is nog makkelijker
dan de blauwe piste. Meestal valt er in de winter wel genoeg sneeuw om te skiën.
Soms is dat niet zo. Maar ja……, ze kunnen niet al die wintersporters laten
staan. Dus bespuiten ze ‘s nachts
de pistes met sneeuwkanonnen. Dat zijn kanonnen die water heel hoog de lucht
in spuiten zodat het bevriest. Zo wordt het sneeuw. Er worden zo keurige banen
gemaakt. ‘s Nachts worden ook de banen geprepareerd. Dat is dat er een soort
schuiver over de sneeuw gaat en die de sneeuw weer mooi maakt voor de volgende
dag.
Het
lijkt allemaal zo mooi, dat wintersporten in de bergen. Door alle reisbureaus
wordt deze sport aangeprezen op tv en
in de gidsen. Toch zit er ook een groot nadeel aan vast. Vaak worden hele
stukken bos opgeofferd en bergen opgeblazen om skipistes te maken. Het mooie
landschap verandert dus in een snel tempo. Aan de natuur van de Alpen wordt
ogenschijnlijk geen schade toegebracht maar voor de planten- en dierenwereld
heeft het grote gevolgen. Wanneer wij in de zomer in de bergen zijn, valt ons
meteen het veelkleurige bloementapijt op waarmee de alpenweide bedekt zijn. Al
die bloemen trekken insecten waaronder vlinders aan. Van al die insecten
profiteren de vogels, die in een groot aantal aanwezig zijn. Wij kunnen ons
niet voorstellen dat onder zo´n enorme berg sneeuw zo´n rijke plantenwereld
schuilgaat. Je kunt het vergelijken met een
dekbed.
Als je daar onder kruipt, houdt het je lekker warm. Net zo houdt de lucht in
de sneeuw het beetje warmte van de aarde vast. De wortels van de planten zijn
´s winters daardoor niet bevroren. Sneeuw is dus niet schadelijk zoals wel
eens wordt beweerd, maar zorgt er juist voor dat planten en dieren niet
doodvriezen! Wat gebeurd er nu als deze velden opeens als skipiste worden
gebuikt? De sneeuw wordt er telkens opnieuw vastgestampt, niet alleen door de
vele skiërs maar vooral door de zware pistemachines die worden gebruikt om de
piste in goede staat te houden. De aangestampte sneeuw verliest daardoor zijn
lucht en verandert dus in ijs. Daardoor kan de sneeuw de warmte van de aarde
niet meer vasthouden en bevriest de grond. Als in het voorjaar de sneeuw gaat
smelten, blijft op de piste nog weken lang een laag ijs liggen. Het begin van
de korte alpenzomer wordt daardoor nog eens enkele weken vertraagd. In de
zomer kun je zien wat voor schade de sneeuwmachines hebben aangericht.
Zij stampen de grond zo vast aan, dat deze ondoordringbaar wordt voor water.
Zo stroomt het smeltwater en later het regenwater over de grond naar beneden
en slepen losse steentjes en plantenresten met zich mee. Dit verschijnsel
noemen we erosie. Door deze erosie worden grote stukken grond verplaatst naar
lager liggende plaatsen waar de weiden bedolven worden. Als je zou proberen om
deze grond terug naar zijn oude plek te brengen, ontstaat er gevaar voor
lawines omdat de los opgebrachte grond makkelijk wegglijdt. De skisport is dus
lang niet zo onschuldig als gezegd wordt. In sommige landen weet men dat wel.
In Duitsland is al een plan gemaakt waar men zich aan regels moet houden bij
het maken van een skigebied. In Oostenrijk, Frankrijk en Zwitserland zijn
actiegroepen die zich verzetten tegen het toenemende gevaar voor de natuur.
Net
als in Nederland is ook Oostenrijk verdeeld in stukken. Provincies. Oostenrijk
heeft negen provincies; Burgerland, Karinthië, Neder-Oostenrijk,
Opper-Oostenrijk, Salzburg, Stiermarken, Tirol, Wenen en Voararlberg.
Ik ga nu over iedere provincie iets vertellen.
Burgerland:
Burgerland
grenst aan Neder Oostenrijk en Stiermarken en het is de oostelijkste provincie
van Oostenrijk. Het heeft een
oppervlakte van 3965 vierkante kilometer en heeft 270.880 inwoners. Met
270.880 inwoners heeft burgerland het minst mensen dan in alle andere
provincies. Burgerland is ontstaan in 1921 uit de Duitstalige randgebieden van
Hongarije. Burgerland is een echte landbouwstaat. Er wordt tarwe, maïs,
groente, fruit maar vooral wijn gemaakt. Het mooie landschap in Burgerland
trekt veel bezoekers. Vooral de Neusiedler see, het enige steppemeer in Midden
– Europa, is een groot toeristenattractie. De hoofdstad van Burgerland is
Eisenstadt. De stad heeft 10.000 inwoners. In juli en augustus worden er Opera´s
opgevoerd in de Neusiedler see. In juli is er ook het kamermuziekfeest in
Lockenhaus.
Karinthië:
Karinthië
is de meest zuidelijke provincie van Oostenrijk. Het heeft een oppervlakte van
9533 vierkante kilometer, en ongeveer 540.000 inwoners. De bevolkingsdichtheid
is 57 inwoners per vierkante kilometer. Een
groot deel van Karinthië bestaat uit bergen, waarvan driekwart hoger
dan vijfhonderd meter is. De hoogste is de Grossglockner (ook de hoogste van
Oostenrijk want hij is 3797 meter.) De hoofdsteden van Karinthië zijn
Villach
en Klagenfurt. Dat zijn namelijk de enige steden met meer dan
50.000 inwoners. Karinthië is een merengebied. De grootste meren zijn
de Wörther See, de Ossiacher See en de Millstätter See. Alledrie liggen ze
beneden de 500 meter hoogte. Ondanks het bergmeren zijn en ze zijn ontstaan
uit ijskoude bergstroompjes, kun je er in de zomer heerlijk zwemmen. Het water
krijgt soms wel een temperatuur van 26 graden Celsius. De boomgrens ligt in
Karinthië rond de 2000 meter. De sneeuwgrens ligt rond de 2700 meter. Erg
opvallend zijn de alpenweiden oftewel almen. Ze vervullen een belangrijke rol.
Ze dienen namelijk als zomerweide voor het vee. In de bergen heb je ook veel
subtropische planten. Karinthië
staat ook bekend om zijn vele roofvogels. Je hebt ook nog wilde zwijnen,
marmotten, en heel soms een gems of een steenbok. Maar als je die twee laatste
dieren wilt zien dan geldt de regel; vroeg op, verrekijker mee, en er maar het
beste van hopen. Heel misschien kom je ook nog een bruine beer tegen, maar die
is zo zeldzaam, bovendien kom ik er liever geen tegen!!!!!
Drieënveertig
procent van de bevolking is katholiek. Zeven procent is protestant, en de rest
is onkerkelijk. In Karinthië spreekt men hoog Duits. Het is veel zangeriger
en de mensen hebben er ook zelfbedachte woorden en zinnen bij. Het hoog Duits
bevat ook veel Slavische woorden die de Karinthiërs overgenomen of geleend
hebben. Het leven in Karinthië gaat in een duidelijk rustiger tempo dan bij
ons. De mensen maken eerder tijd voor een praatje, en als je op straat de weg
vraagt, zal het niet zelden gebeuren dat de persoon een eindje meeloopt om de
weg te wijzen. Karinthiërs zijn
over het algemeen heel behulpzaam.
Wie
van lekker eten en drinken houdt zit in Karinthië wel goed. Onder de wat
zuinige streken valt Karinthië absoluut niet. Er wordt twee keer per dag warm
gegeten. De eerste warme maaltijd wordt gegeten tussen 12.00 en 14.00 uur. De
tweede tussen 19.00 en 20.00 uur. Het standaard ontbijt dat je in Karinthië
geserveerd zal krijgen, bestaat uit koffie of thee, enkele harde broodjes,
(die ze daar Semmeln noemen)of sneden zuur bruin brood, boter, jam, en een
schaaltje kaas en vleeswaren. Er bestaat een groot aantal aan pastagerechten
en sterk gekruide gehaktgerechten. Ook de Hongaarse goulash staat op
bijna elke menukaart. De specialiteit van de Karinthische keuken zijn echter
de Nudeln, deegwaren met een hartige of zoete vulling. Käsenudeln
zijn met kaas gevuld en zeker niet te versmaden. Andere nudelsoorten
zijn met worst of vlees gevuld. Sommige hotels en restaurants organiseren
zelfs speciale Nudelwochen om de gasten de grote verscheidenheid aan noedels
te laten proeven.
Karinthië
heeft veel gelegenheid om te sporten. Aan de oevers van diverse meren zijn
zeil- en surfscholen. Op de Drau, Möll, en de Lieser kan je wildwatervaren.
Een andere heel erg spectaculaire sport is natuurlijk bergbeklimmen. Ook kun
je golfen op de prachtige golfbanen. Ook parachutespringen doet men wel eens.
Neder-Oostenrijk:
Neder-Oostenrijk
ligt net als Opper-Oostenrijk aan
de Donau. Het is de grootste staat qua oppervlakte. Namelijk 19.174 vierkante
kilometer. Neder-Oostenrijk heeft ongeveer 1,473.813 inwoners. Sinds 1986 is
St. Pölten de hoofdstad. De stad heeft ongeveer 50.000 inwoners.
Neder-Oostenrijk heeft van alle staten de meeste bouwgrond, dat wil zeggen
akkers, tuinen en wijngaarden. Met talrijke landbouw producten, zoals tarwe en
suikerbieten staat Neder-Oostenrijk op de eerste plaats. Ook de wijnen uit die
staat worden zeer gewaardeerd. Het kernland van de Oostenrijkse staat heeft
ook een heleboel bodemschatten,
en het is een land van de industrie. Ten noorden van de Donau liggen de
grootste aardolievelden van Oostenrijk. De raffinaderij produceert ongeveer 10
miljoen ton olie per jaar. Langs de Donau en aan een van de zijrivieren, de
Kamp, staan belangrijke energie- en krachtcentrales. Neder-Oostenrijk is
bekend om zijn opgravingen.
Opper-Oostenrijk:
Opper-Oostenrijk
heeft een oppervlakte van ongeveer 11.980 vierkante kilometer. Het heeft
zo’n 1,333.480 inwoners. Het
merengebied van het Opper-Oostenrijkse Salzkammergut
behoort tot het landschappelijk mooiste gedeelte van Oostenrijk. Het
water van de Atter-, Traun- of Wolfgangsee, om slechts enkele te noemen, is
niet helemaal zo warm als het water van de Karinthische meren. De natuur is
ook wat anders. In het heuvelland is de landbouw heel belangrijk. Hier ligt
ook het in grootte tweede aardolie en aardgasveld van Oostenrijk. Een aantal
grote krachtstations langs de Donau en een bijrivier de Enns ontstaan.
Salzburgerland:
Salzburg heeft een
oppervlakte van ongeveer 7.154 vierkante kilometer. Het heeft zo’n 482.365
inwoners. Al eeuwen wordt hier zout geëxploiteerd. Daarom heet Salzburg ook
Salzburg. Salz betekent in het Duits zout. De staat bestaat voor een deel uit
de Kalkalpen. De hoofdstad van Salzburgerland is Salzburg. Salzburg heeft
144.000 inwoners.
Stiermarken:
Stiermarken heeft
een oppervlakte van 16.388 vierkante kilometer, en 1,184.720 inwoners.
Stiermarken word de ,,Grüne Mark’’ genoemd. Uitgebreide bossen bedekken
rond de helft van het grondoppervlak. Een ander kwart wordt ingenomen door
weilanden, almen en wijngaarden. Het noordelijke gedeelte van de staat bevat
veel ijzer. In de mijnbouw staat Stiermarken aan de top van de Oostenrijkse
deelstaten: negen tiende van het geëxploiteerde ijzererts komen uit de hier
gelegen Erzberg. Bruinkool wordt in het westen ontgonnen. Stiermarken beschikt
over rijke magnesietaderen; magnesietproducten worden naar talrijke landen geëxporteerd.
Tirol:
Tirol
heeft oppervlakte van 12.648
vierkante kilometer, en 631.410 inwoners. Het is een van de bekendste
vakantielanden ter wereld. De wereld heeft van Tirol een zeer bepaalde indruk,
waarin bergen en bossen, alpinisme en wintersport, oude boerderijen en
gewoonten overheersen. Tirol leeft bijna van het toerisme. De hoofdstad van
Tirol is Innsbruck. Innsbruck heeft ongeveer 118.000 inwoners.
Vorarlberg:
Vorarlberg
heeft een oppervlakte van 2.601 vierkante kilometer. Het staatje heeft 331.472
inwoners. Vorarlberg is de meest westelijke (en als je Wenen niet meetelt) ook
de kleinste. Bij buitenlandse gasten is Vorarlberg erg populair. De grootste
stad met de meeste inwoners is Dornbirn, met zo’n 41.000 inwoners.
Wenen:
Wenen
is de hoofdstad van Oostenrijk maar tegelijkertijd ook een kleine staat. Het
ligt midden in de staat Neder- Oostenrijk. Een van de redenen
waarom Wenen als een
van de belangrijkste grote Europese steden is aangemerkt, is de
gunstige verkeerspolitieke ligging. Zij is namelijk gelegen aan het kruispunt
van de verkeerswegen van de Donau met de verbindingswegen van de Oostzee naar
de mediterrane regio. Wenen is ook een
van de rijkste EU-regio’s. Wenen
is ook een congresstad van wereldformaat. Parijs staat op de tweede plaats.
Wenen was eeuwenlang de hoofdstad van de Habsburger monarchie. Bijzondere
betekenis kreeg Wenen als stad van de muziek. Wenen is onder andere ook
middelpunt van de kunstnijverheid en de mode. De grote Oostenrijkse banken,
spaarbanken, verzekeringsmaatschappijen en de meest grote Oostenrijkse
ondernemingen hebben hun hoofdzetel in Wenen. Als jaarbeursstad presenteert
Wenen zich in het voorjaar en in de herfst met internationale jaarbeurzen maar
ook met talrijke vakbeurzen en onderstreept hiermee zijn betekenis als
internationale handelsplaats.
Nawoord
Ik
vond het leuk om het werkstuk te maken, vooral op het laatst, want toen
mochten de plaatjes erbij. Zelf vind ik het wel een mooi werkstuk
geworden. In het begin kon ik heel weinig informatie vinden en moest ik alles
wat ik had uitbreiden, maar toen ik steeds meer informatie kreeg werd het
gemakkelijker om tekst te maken en het werd ook leuker.
Bronnen
Boeken:
Karinthië
geschreven door Hans Buiter
BPA
Austria feiten en cijfers geschreven
door de Regeringsvoorlichtingsdienst
Wenen
geschiedenis, kunst en cultuur geschreven door Felix Czeike
Bergen,
een fascinerende wereld gemaakt door het wereld natuur fonds
Internet:
http://www.oostenrijk.beginthier.nl
http://www.salzburg-airport.at
http://www.bruck-grossglockner.at
http://www.kitzbueheler-alpen.com
Wil je meer informatie over OOSTENRIJK?? Kijk dan bij GOOGLE.