
De
Optimist 
door
Merel
Inleiding
Ik
ga mijn spreekbeurt houden over de optimist. Ik heb mijn spreekbeurt in 4
hoofdstukken verdeeld.
1.
de optimist
2.
de geschiedenis van de optimist
3.
veilig zeilen
4.
Het cwo diploma jeugdzeilen
1.
De optimist
Een
optimist is een klein eenpersoons zeilbootje voor de jeugd.
Het bootje is
Nu
ga ik jullie vertellen hoe de onderdelen van de optimist heten. AANWIJZEN
1.
De voorkant van de optimist heet
een boeg
2.
Het is een zeilboot dus het heeft
een zeil, dat vast zit aan de mast.
3.
Er is ook een stok die houdt het
zeil omhoog. Dat is niet de mast maar de spriet
4.
Onder het zeil is ook nog een stok,
die heet de giek
5.
Er zit ook altijd een vlaggetje in
de mast. Dat heet een vaantje. Hiermee kan je zien waar de wind vandaan komt.
ZEIL,GIEK,SPRIET, VAANTJE LATEN ZIEN
6.
In een optimist is een kast, de
zwaardkast. Daar moet het zwaard in.
ZWAARD LATEN ZIEN
7.
Het zwaard steekt ongeveer 
8.
En dan heb je nog het roer. Hier
stuur je mee.
ROER LATEN ZIEN
De
optimist is 50 jaar geleden voor het eerst bedacht in Amerika. De kinderen
hielden daar wedstrijden met karretjes,
die ze zeepkisten noemden.
Er gebeurden veel ongelukken op straat mee.
Een
man bedacht dat het misschien ook op het water kon en dat dat een stuk veiliger
zou zijn. Die man vroeg een scheepsbouwer of hij voor 50 dollar een bootje
kon maken.
Hij ging ermee akkoord en bouwde een bakje van hout, van
Het
had een gordijnroe als mast en een zeiltje van drie vierkante meter.
De
Jeugdclub die deze wedstrijd wilde organiseren heette de optimisten. Zo kwam het
bootje aan zijn naam.
Al
snel hadden ze een hoop bootjes waarin veel kinderen van de jeugdclub de
optimisten, zeilen konden leren.
In
1954 voeren er al 1500 optimisten rond in Amerika.
Een
Deense schipper van een groot zeilschip zag de bootjes tijdens een bezoek aan
Amerika.
Hij
vond ze zo leuk dat hij de bouwtekeningen mee nam naar Europa. Inmiddels zijn de
optimisten over de hele wereld populair en worden er wedstrijden mee gevaren.
Er zijn nu inmiddels 150 duizend optimisten verspreid over 100 landen die wedstrijd zeilen. Van geen een andere soort boot zijn er zoveel.
Zeilen
zul je als iedere sport moeten leren.
Er zijn een paar manieren. Je kunt bijvoorbeeld naar een zeilschool gaan. Of het
van je ouders, oom, tante,oma,opa kortom
familie leren. Hoe
je het leert is niet belangrijk. Als je het maar goed leert
want het is geen ongevaarlijke sport en er zijn heel veel regels zoals:
O
Je moet minstens
O
Je moet goede zeilkleding dragen.
Het liefst een droogpak. Hierin blijf je droog en warm ook als je in het water
terecht komt.
O
Een zwemvest is ook belangrijk
zelfs als je goed kan zwemmen. 
O
Het is het beste om alleen in de
boot te zitten je hebt dan niet de zorg voor de veiligheid van een ander en kan
je concentreren op de boot.
Om
veilig te kunnen zeilen is het belangrijk dat je een opleiding volgt en je
diploma’s haalt. Er zijn zeilscholen die zomerkampen organiseren in de
vakantie. En er zijn verenigingen waar je tijdens weekenden of door de week kan
leren zeilen. Je leert er de technieken van het zeilen en de verkeersregels op
het water. Ook leer je hoe je de boot moet onderhouden zodat het materiaal in
goede staat blijft en daardoor veilig is.
Foto’s
zeilschool laten zien
De
diploma’s die je kunt halen heten CWO diploma’s. CWO betekend Commissie
Watersport Opleidingen. Het doel van de CWO is om te zorgen voor een goede
kwaliteit van de vaaropleidingen in Nederland.
Met
een optimist kun je het diploma CWO jeugdzeilen halen.
Je
hebt daarin drie niveaus:
O
Jeugdzeilen 1
Dit
is bedoeld voor kinderen die nog nooit gezeild hebben. Je leert de begin dingen
van het zeilen zoals het op- en aftuigen van de boot, het sturen, de bediening
van de zeilen en het overstag gaan. Ook leer je verschillende knopen te maken.
En je krijgt theorie over veiligheid en enkele vaarregels op het water. Met dit
diploma kun je varen in een rustig vaarwater met een matige wind van windkracht
3. Eigen vorderingenstaat laten zien
Dit
is het vervolg op jeugdzeilen 1 en je leert nu wat moeilijkere dingen zoals
tegen de wind in opkruisen en het afmeren van de boot. Je kunt met dit diploma
op een niet te druk vaarwater tot windkracht 4 varen.
O
Het hoogste niveau is
jeugdzeilen 3
Hierin
leer je alles wat je als gevorderde moet weten en kunnen. En je leert
wedstrijdzeilen. Met dit diploma kun je varen op druk vaarwater tot en met flink
harde wind. (windkracht 5).
Als je alle drie deze diploma’s hebt kun je als je dat wil verder met dipoma’s voor andere, grotere boten. Bijvoorbeeld zeezeilen, catamaranzeilen of motorbootvaren. Je kunt ook je instructeurdiploma’s halen. Daarmee kun je dan zelf les gaan geven op de zeilschool of bij een vereniging.