


DE OLYMPISCHE SPELEN
door
Noortje
Ik
hou mijn spreekbeurt over de Olympische Spelen omdat ik altijd naar de Olympische
Spelen kijk op tv. Zelf vind ik de winterspelen het leukste, omdat ik
de sporten zoals : skien, snowboarden, schaatsen, bobslee, curling en nog veel
meer erg leuk vind. Het was ook makkelijk om het over de Olympische Spelen te
houden omdat er heel erg veel informatie over is te vinden op internet en in de
bibliotheek.
Winter
en zomer spelen.
De
Olympische Spelen zijn het belangrijkste sportfestijn van de wereld. Bijna
drieduizend jaar geleden waren de Olympische Spelen ook al hartstikke populair.
Bij de Olympische spelen komen de sterkste sportmensen bij elkaar. Je hebt de
Winter en de Zomerspelen. 
De
Zomerspelen zijn het belangrijkst, die duren 2 weken lang.
Op
het programma van de Zomerspelen staan minstens 15 sporten:
Atletiek,
basketbal boksen boogschieten, schoonspringen gewichtheffen handbal, hockey judo
kanoen paardrijden roeien, schermen schieten vijfkamp, voetbal, volleybal,
waterpolo, wielrennen, worstelen, zeilen en zwemmen. Deze sporten bestaan weer
uit verschillende dingen bijvoorbeeld bij atletiek, dat bestaat uit: hardlopen,
hoogspringen en speerwerpen. Alles
bij elkaar zijn er 237 onderdelen.
Naast
de zomerspelen zijn er ook de winterspelen sinds 1924. Deze duren meestal zo’
n 10 dagen. In
de winterspelen gaat het vooral om het schaatsen, skiën en bobsleeën.
Olympisch
dorp
Zo'n
honderd jaar geleden sliepen de Olympische deelnemers in een hotel. Of gewoon
bij mensen in huis. Dat kon ook makkelijk. Het waren er niet zo veel mensen.
Maar al snel werden de Spelen steeds groter. In Parijs (1924) was er voor het
eerst een Olympisch dorp. Alleen voor de mannen. De vrouwen sliepen in hotels.
In 1932 in Los Angeles was er voor het eerst een gemengd dorp. Er was wel een
hek. Het stond tussen het vrouwen- en het mannengedeelte. Het
was een paar meter hoog.
Tegenwoordig
slaapt iedereen door elkaar. En is het Olympisch dorp heel groot.
Aan alles is gedacht: restaurants, kerken, ruimtes met
computerspelletjes, politiebureaus, bioscopen, winkels en disco's.
Zeus
De
Grieken geloofden zo'n 3000 jaar geleden in goden. Ze hadden er een heleboel. De
ene god zorgde dat de zon scheen. Een andere dat de wind waaide. En weer een
andere dat er genoeg lekkere wijn was. Goden konden volgens de Grieken alles. Ze
konden zelfs in dieren veranderen!
De
baas van al die goden was Zeus. Zeus was dus ontzettend machtig. Daarom wilden
alle Grieken dat hij hun aardig vond. Ze wilden niet dat zeus kwaad werd. Er
werden daarom vaak feesten ter ere van Zeus gegeven. Die feesten duurden een
paar dagen. Elke dag werden er dieren geofferd aan Zeus. Soms wel 100 ossen
tegelijk! En er werd veel gezongen en gedanst. Niks bijzonders. Tot er op
een keer een hardloopwedstrijd werd gehouden. Dat
was het begin van de Olympische Spelen.
Winnaar.
Medailles
hadden ze niet in de Griekse oudheid. Het ging meer om de eer. Als prijs kreeg
de winnaar een krans van olijftakken. Maar het waren geen gewone takken. De
takken werden met een gouden mes van een heilige boom afgesneden. Soms kregen de
winnaars ook nog andere prijzen. Nu krijgen de winnaars medailles in het goud,
zilver of brons.
In
de Griekse oudheid waren alle atleten naakt. Zo konden ze goed in de gaten
houden of er geen vrouwen meededen. Dat was namelijk verboden. Getrouwde vrouwen
mochten niet eens kijken. Als ze in de gaten hadden dat er een vrouw was kon je
de doodstraf krijgen. Een keer had een moeder zich als trainer verkleed. Ze wou
haar zoon heel graag zien boksen. Toen de zoon won, sprong de vrouw juichend
over een hek. Daarbij scheurde ze haar kleren en kon iedereen zien dat ze een
vrouw was! En vanaf die dag moesten ook alle trainers in hun blootje lopen.
Geen
spelen
Meer
dan duizend jaar werden in Griekenland de Spelen gehouden. Maar aan alles komt
een eind. Dus ook aan de Spelen ter ere van Zeus. In 393 na Christus verbood de
Romeinse Keizer Theodosius I de Spelen. Hij
was toen de baas in Griekenland. Theodosius
geloofde niet in Zeus en de andere goden. Die bestonden helemaal niet, volgens
hem. Hij geloofde in God en Jezus. Spelen ter ere van Zeus vond hij maar niets.
Dus daar zijn ze mee gestopt. Eeuwen later zijn
de Olympische Spelen nog steeds niet vergeten. Sommige mensen proberen net zo'n
sportfeest te organiseren. Maar een succes werd het niet.
Ook
in Griekenland zelf probeerde men de Spelen weer in te voeren. In 1859
organiseerde de rijke graanhandelaar Zappas in Athene de eerste 'Zappas
Olympische Spelen'. Maar veel sporters kwamen er niet en Zappas stopte er mee.
Toch worden er nu al weer meer dan honderd jaar Olympische Spelen gehouden. Dat
komt door één man: baron Pierre de Coubertin. Hij kwam uit Frankrijk en leefde
van 1863 tot 1937. Pierre
had maar één doel: nieuwe Olympische Spelen. Met deelnemers uit de hele
wereld. Dat kwam doordat Pierre de Coubertin de olymische spelen helemaal te gek
vond.
–
Hij was helemaal gek op verhalen van de oude Spelen.
–
Hij vond dat er veel te weinig gesport werd.
– Hij wilde dat jongeren uit verschillende landen elkaar beter leerden kennen. I
In
1894 organiseerde Pierre de Coubertin het eerste Olympische Congres. En al twee
jaar later werden de eerste moderne Olympische Spelen gehouden. Het was in
Griekenland. Bijna alle tijd die De Coubertin had, besteedde hij aan de Spelen.
En ook bijna al zijn geld. Na zijn dood kreeg zijn vrouw bijna niets. Terwijl ze
best wat had kunnen gebruiken. Ze werd namelijk 102. Na bijna 1500 jaar waren er
eindelijk weer Olympische Spelen! En dat in hun eigen land. Iedereen verwachtte
er veel van. Maar erg druk werd het niet. Er deden 285 sporters mee. Uit dertien
landen. De sporten die op het programma stonden, waren: atletiek, gewichtheffen,
schermen, wielrennen, worstelen, schieten, tennis, turnen en zwemmen. Net als in
de Griekse oudheid mochten vrouwen niet meedoen. Maar kijken mochten ze dit keer
wel.
De
grote held van de Spelen was de Griek Spyridon Louis. Hij won tot grote vreugde
van de Grieken de marathon. Dat is een hele lange hardloop wedstrijd. Voor de
veertig kilometer van het plaatsje Marathon naar Athene had hij 2
uur, 58 minuten en 50 seconden nodig. Pas in 1924 werden er voor het eerst
aparte Winterspelen gehouden, in Chamonix in Frankrijk. Deelnemers wilden ook
kunnen skiën, schaatsen en bobsleeën. En dat ging nogal moeilijk in Athene,
Londen of Parijs. Te warm en geen hoge bergen. Toch werd er in Antwerpen in 1920
al aan ijshockey gedaan. Dat was voor die tijd heel bijzonder.
Nu:
De moderne spelen zijn om de vier jaar. De zomer spelen duren 14 dagen en de
winter spelen 10 dagen. Op het programma voor de zomer spelen moeten minstens 15
sporten staan. Je moet eerst jezelf kwalifiseren voor je mee mag doen aan de
olympische spelen. De groep die uiteindelijk mee mag doen word uitgekozen door
het olympisch comite. Het Nederland
comite is opgericht in 1912, het N.O.C. er
is ook een internationaal comite. Het
I.O.C. Je moet tot de beste 15 van die ene sport horen als je mee wil doen. De
spelen word beëindingd met het doven van het olympisch vuur.
Steeds
meer sporten
In
Athene in 1896 stonden 9 sporten op het programma. In Sydney zijn dat er 28. Pas
als een sport in een groot aantal landen wordt gedaan, kan hij een Olympische
Sport worden. Daarom is bijvoorbeeld korfbal geen Olympische sport.
Het
olympisch vuur 
In
1928 werd in Amsterdam voor het eerst een Olympisch vuur aangestoken. Het vuur
moet de hele Spelen blijven branden. Sinds 1936 wordt het vuur in Olympia in
Griekenland aangestoken. Daarna brengen duizenden hardlopers het vuur naar de
plaats waar de Spelen worden gehouden. Iedereen loopt een klein stukje. Soms
gaat het vuur ook een stuk per vliegtuig. Bijvoorbeeld als er een zee tussen
twee landen ligt.

Het
Olympische vlag bestaat uit vijf ringen. Drie boven (blauw, zwart en rood) en
twee onder (geel en groen). De kleuren zijn gekozen omdat in alle landenvlaggen
van het wereld één van deze kleuren voorkomt.
De
Olympische vlag is ontworpen door Pierre De Coubertin. De vlag werd voor het
eerst gebruikt in 1920 in Antwerpen.
Blauw
is het symbool voor Europa.
Zwart
is het symbool voor Afrika.
Rood
is het symbool voor Amerika.
Geel
is het symbool voor Azië.
Groen
is het symbool voor Australië.
Fanny
blankers-koen. Eigenlijk Francina
Elsje Blankers-Koen.
Ze leefde van 26 april 1918 tot 25 januari 2004.
fanny was een Nederlands atlete. In 1948 won ze tijdens de Olympische
Spelen in Londen 4 gouden medailles. Op 17-jarige leeftijd ging Fanny
Blankers-Koen naar de Olympische Spelen in Berlijn in 1936. Daar
werd ze vijfde bij het hoogspringen en vijfde bij de 4x100 meter estafette. Door
de Tweede Wereldoorlog werden er pas in 1948 weer Olympische Spelen
gehouden. Op 29 augustus 1940 trouwde ze met haar trainer Jan
Blankers, hij was zelf een hink-stap-sprong-atleet. In augustus 1941
werd zoon Jan geboren en in februari 1946 dochter Fanny. Kort nadat ze
voor de eerste keer moeder was geworden verbeterde Fanny Blankers-Koen
wereldrecords in 1943. Op de eerste Olympische Spelen na de Tweede
Wereldoorlog won Fanny Blankers-Koen goud op de 100 meter, de 200 meter, de 80
meter horden en de 4x100 meter estafette. Volgens sommigen had Fanny
Blankers-Koen ook de gouden medaille op het verspringen, het hoogspringen en de
vijfkamp kunnen winnen als ze meegedaan had, maar Fanny zelf zei dat ze niet
nooit de kracht voor zou hebben gehad.
Ten
tijde van de Olympische Spelen in Londen was Fanny Blankers-Koen al 30 jaar oud
en moeder van 2 kinderen. In 1952 deed ze nog mee aan de Olympische Spelen in Helsinki,
maar door blessures moest ze op de 200 meter opgeven in de halve finales en
moest ze ook in finale van de 80 meter horden opgeven. Tot 1955 deed ze
nog aan wedstrijdsport. Na haar hardloop carrière was Fanny leider van de
Olympische ploeg in 1960, 1964 en 1968. In 2003 werd Fanny
Blankers-Koen gekozen tot internationaal atleet van de 20e eeuw door de
internationale atletiek bond. De laatste tijd van haar leven woonde Fanny
Blankers-Koen in een verpleegtehuis in Hoofddorp. Daar overleed ze op 85-jarige leeftijd.
En
tot slot:
De
afgelopen zomer spelen waren in:
Peking 2008
En
die keer daarna in Pittsburgh 2012
De
volgende winter spelen zijn in:
Vancouver 2010