


door
Marloes Nijman
1.
Inleiding

2.
Geschiedenis van Overijssel
3. Kop van Overijssel
4.
Salland
Twente
6. De vlag en het wapen van Overijssel
7.
Slot

1.
Inleiding
Overijssel
is een van de 12 provincies van Nederland. Het grenst aan de provincies Drenthe,
Friesland,
Flevoland,
Gelderland en het buurland Duitsland. De hoofdstad van Overijssel is Zwolle.
Overijssel wordt ook wel de “Tuin van Nederland” genoemd, want het heeft een
grote hoeveelheid aan natuur.
Je
kunt Overijssel onderverdelen in 3 delen: De kop van Overijssel, Salland
en Twente.
Elke
streek heeft zijn eigen uiterlijk. In de kop van Overijssel tref je veel water
(meren) aan, Salland heeft heuvels met veel weilanden en in Twente zie je veel
bossen. Kortom in Overijssel is veel te ontdekken!!
De
eerste mensen die het gebied Overijssel bezochten, hadden geen vaste woonplaats.
Ze leefden als zwervers en waren volledig afhankelijk van de natuur. Zij leefden
van de jacht, de visvangst en het verzamelen van wilde vruchten, wortels en
noten.Als gereedschap gebruikten zij vuurstenen.
Deze
vuurstenen zijn in grote aantallen in de grond gevonden. Rond
2500 voor Christus begon de mens een eigen plek te zoeken. De eerste landbouwers
kozen de zandgronden van Twente en plekken langs de Vecht en Regge om te wonen.
Pas in de vroege Middeleeuwen gingen de mensen in de IJsselstreek wonen. Uit
deze tijd zijn ook veel werktuigen en gebruiksvoorwerpen van aardewerk gevonden.
Tot
de vijftiende eeuw werd Overijssel nog Oversticht genoemd. Het Sticht is een
oude naam voor Utrecht, de bisschopsstad, die tot in de dertiende eeuw macht
uitoefende over een groot gebied. Later kreeg het gebied de naam Overijssel,
deze naam was bedacht door de mensen in het westen die spraken over het gebied
aan de overzijde van de IJssel.
In
de tijd van Willem I kwam er in Overijssel meer aandacht voor handel en
nijverheid (metaal en textiel). Terwijl Willem I aan de macht is
(1835)worden er belangrijke verkeersverbindingen gemaakt. Zo krijgt Zwolle
verbinding met de IJssel en zo ook verbinding met de Zuiderzee.Doordat er meer
industrie komt, moeten er meer wegen en waterwegen gemaakt worden.In Twente is
er veel textielindustrie, Twente verandert van een boerengebied naar een snel
groeiend industriegebied.Naast de aanleg van de Overijsselse kanalen komt er
rond 1864 de eerste spoorwegverbinding.
In
de twintigste eeuw volgen de ontwikkelingen elkaar sneller. Op de steden groeien
en er worden meer wegen aangelegd, waaronder zelfs een autobaan. De sterke
bevolkingstoename zorgt er voor dat oude boerderijen verdwijnen en
nieuwbouwwijken verschijnen. Nu heeft Overijssel meerdere grote steden met
totaal 1.084.509 inwoners.
3.
Kop van Overijssel
Noordwest-Overijssel,
ook wel “de Kop van Overijssel” of “het land van Vollenhove
”
genoemd, staat bekend als een waterland. De oude veengebieden van de Wieden en
Weerribben vormen een afwisselend waterlandschap dat ook in het buitenland
bekend is. Het is een prachtig gebied om te wandelen, fietsen of te varen.
Giethoorn is een bekend plaatsje in de Kop van Overijssel. Giethoorn wordt ook
wel het Venetië van Holland genoemd, omdat het vele kanaaltjes en slootjes
heeft.
Er
zijn ook nog veel boerendorpen zoals: Paaslo, Onna en Steenwijk en de
karakteristieke Zuiderzeestadjes Blokzijl, Vollenhove en Zwartsluis.Vroeger
speelden de IJsselsteden in de provincie Overijssel een belangrijke rol. Dat
waren Kampen, Zwolle en Hasselt die in de zestiende eeuw veel te zeggen hadden.
Dankzij de goederen die over de IJssel werden vervoerd kregen deze steden veel
macht. De velen stadsarchieven bevatten veel bewijzen van de grootheid van deze
steden. Het staat te lezen in bewaarde stadsboeken, gildenboeken en kronieken.
In
de latere eeuwen zijn de IJsselsteden langzamerhand minder belangrijk geworden.
Door omstandigheden werd het minder gunstig, waardoor de steden hun belangrijke
positie niet langer konden behouden. Bij de dorpen op het platteland werden de
veranderingen veel langzamer ingevoerd. Bij de kleine steden bleef het landelijk
karakter bewaard. De verhoudingen tussen de IJsselstreek, Salland en Twente
hebben zich in de volgende eeuw bepaald.
Midden
in Overijssel ligt Salland. In Salland liggen de Nederlandse “bergen”.
Bijvoorbeeld de Friezenberg
,
Holterberg, Haarlerberg, Luttenberg, Hellendoornseberg en Lemelerberg. Veel van
die bergen zijn bedekt met heide en mos. Salland
ligt in het midden van riviertjes en beekjes. In het westen de IJssel, riviertje
de Reest in het noorden, de Regge in het oosten en de Schipbeek in het zuiden.
In Salland zie je veel verschillende landschappen. Er zijn kleine stadjes
(Ommen, Nijverdal) en bij de IJsselstreek zijn er weilanden (uiterwaarden) met
grote boerderijen en eeuwen oude Hanzesteden zoals Deventer. In de tijd dat
mensen nog nomaden waren, hadden ze hun kampen bij de Vecht en de IJssel. Bij
Dalfsen en Mariënberg zijn veel vuurstenen voorwerpen en andere dingen uit de
middensteentijd gevonden (9000-5300 voor Christus).
De
landbouwers hadden akkers nodig om voedsel te verbouwen. Daarvoor hadden ze
bossen gekapt. Die afgekapte bossen zijn toen heidevelden geworden. De meeste
heidevelden zijn weer bossen of landbouwgrond geworden. De velden die nog over
zijn gebleven zijn natuurreservaten geworden om nog een oud stukje landschap te
behouden.
5.
Twente
Twente
heeft veel geschiedenis. Het heeft veel platteland, kleine steden en grote
loofbossen. Twente is het oostelijke deel van Overijssel. Het is een mooie
streek met z’n kronkelende beekjes, riviertjes en bossen. Er zijn in Twente
veel Saksische boerderijen (dat is een type boerderij). De grondsoort in Twente
is zand en een beetje klei. Enkele plaatsen in Twente zijn: Delden, Enschede,
Oldenzaal, Almelo, Hengelo, Denekamp en Rijssen.
In
het oosten van Twente stroomt het riviertje de Dinkel.De Dinkel heeft een lengte
van 84 kilometer, maar 44
kilometer ligt in Duitsland. Het is een zijrivier van de Vecht. Langs de Dinkel
zijn mooie loof- en naaldbossen te zien en koren- en heidevelden. Aan het begin
van de Dinkel is het een smal riviertje, daarna wordt de Dinkel langzamer
breder. Twente is een
belangrijk industriegebied. De grootste industrieplaatsen zijn: Enschede, Almelo
en Hengelo. In Enschede waren veel textielfabrieken.
Ten Cate en Gelderman waren bekende namen.Na 1967 zijn er veel
textielfabrieken gaan sluiten. Niet alleen textiel was er in Twente maar ook
metaalindustrie, denk in Hengelo maar aan Stork en Holec,
Daarnaast waren er ook steenfabrieken,
waarover kortgeleden nog nieuws stond in de krant:
6.
De vlag en het wapen van Overijssel
De
vlag
De vlag van
Overijssel heeft in het midden een kleine blauwe golvende balk. Dit is het
symbool van de IJssel. Aan de boven en de onderkant is een recht rode balk. Die
loopt niet helemaal door tot de blauwe balk maar daar tussen komt nog een gele
balk. Aan beide kanten. (Zie hieronder).

Het wapen van
Overijssel is een schild met daarop een rood “klimmende” leeuw. Daar achter
loopt een golvende lijn (IJssel). Boven het schild zit een 5 bladerige kroon.
Het wapen wordt aan 2 kanten vastgehouden door 2 klimmende leeuwen van
natuurlijke kleur. (Zie hieronder).

7.
Slot
Ik vond het leuk om
dit werkstuk te maken. Ik heb er veel van geleerd.
Boeken
die ik heb gebruikt zijn:
Overijssel
voor ontdekkers
- Klaas
Goïnga
Overijssel
- Readers
Digest
Tweeduizend
jaar geschiedenis van Overijssel
– Klaas Jansma
En het internet voor teksten en plaatjes.
Wil je meer informatie over OVERIJSSEL?? Kijk dan bij GOOGLE.