De politie 

door Jolinde Fledderus 

           

  Wat doet de politie?

 De politie zorgt niet alleen voor rust, veiligheid en orde, maar ook in andere gevallen. Veel mensen denken dat politie alleen is om misdadigers op te sporen, om het verkeer te regelen of om bekeuringen uit te delen. De politie doet veel meer. Als mensen hulp nodig hebben, kunnen ze altijd de politie bellen. De politiemensen doen dan beslist moeite om te helpen.


 Samenwerking

 Ook de politie kan niet alles alleen in een aantal gevallen heeft de politie hulp nodig om een probleem te verhelpen. Denk maar aan een aanrijding . Als er gewonden zijn, werkt de politie samen met ambulancediensten en artsen. In andere gevallen weer met de brandweer. Zo heeft de politie hulp nodig van anderen.       

 


De recherche

 De recherche is een afdeling van de politie . De recherche moet misdadigers en moordenaars opsporen. Ze moeten dus niet bang zijn bij moord, diefstal en berovingen, ook goed opletten want de kleine aanwijzing kan belangrijk zijn. Er zijn veel verschillende recherches zoals bij de kinderpolitie, vreemdelingen - en Zedenpolitie er is zelfs een spoorwegrecherche


  De kinderpolitie

 Er zijn ook vrouwen en mannen die bij de kinderpolitie werken. Wanneer  komen kinderen bij de kinderpolitie? Natuurlijk niet als ze gewoon ondeugend of vervelend geweest zijn. De kinderpolitie wordt er wel bij gehaald als kinderen uit winkels stelen. Er zijn ook kinderen die in scholen, huizen of fabrieken inbreken. Of die ruiten ingooien en struiken, bomen en planten in parken vernielen. Jongens en meisjes die zulke dingen doen kunnen bij de kinderpolitie terecht komen.


 De verkeerspolitie

 In het politiebureau zijn dag en nacht agenten. Maar op straat ook. Iedere politieagent heeft zijn eigen werk. Er zijn politiemensen die zich alleen met het verkeer bemoeien. Dat is de verkeerspolitie. Agenten die bij de verkeerspolitie werken dragen meestal een witte uniformjas. De verkeerspolitie regelt het verkeer. `S morgens gaan veel mensen op dezelfde tijd naar hun werk. En veel kinderen gaan op dezelfde tijd naar school. Dan wordt het erg druk op de wegen. Vooral dan is er veel werk voor de verkeerspolitie. Erg veel auto` s, bromfietsers en fietsen moeten dan vaak over de zelfde wegen naar huis. De politie staat dan op kruispunten om het verkeer te regelen. De verkeerspolitie doet nog veel meer dan naar ongelukken toe gaan. De verkeerspolitie rijdt ook met een auto of motorfiets door de straten. Zo wordt op gelet, of mensen goed rijden of lopen.


  Mobiele eenheid

 Soms moet een politievrouw of politieman voor de mobiele eenheid werken. Dan herken je ze aan een blauwe overall, hoge zwarte laarzen, een helm, een lange wapenstok en een schild. Bij voetbalwedstrijden moeten ze meestal alles in de gaten houden. In het stadion, maar ook daarbuiten. Soms moet een ME- peloton in een bos, duinen of een weiland voor de recherche naar sporen of een vermist kind zoeken. Dan hebben ze de helm en het schild niet bij zich.



  Vingerafdrukken

 Bij een inbraak zoekt de politie altijd naar vingerafdrukken. Meestal op deuren ramen en andere voorwerpen, ze strooien er dan een bepaald poeder over. Direct kun je de vingerafdrukken zien. Op een afdeling van het politiebureau worden vergeleken met die er al zijn, bij elke afdruk in de computer staan de vingerafdrukken meestal compleet met een foto erbij. Van iedere misdadiger worden zo de vingerafdrukken bewaard.

 Rangen

 Een rang die bijna iedereen kent is de agent. Die zie je vaak in de straat of in de buurt. Toch hebben niet alle mensen met het zelfde uniform ook de zelfde rang. Je moet goed kijken op de schouder of op de pet om het verschil te zien. De surveillant heeft twee strepen, de agent drie strepen. De hoofdagent heeft er zelfs vier. Mensen die nog op de politieschool zitten, hebben maar een streep. De verschillende tekens noemen we de onderscheidingstekens.


 Politie te water

 Er is ook politie, die op het water werkt. Op kanalen rivieren en in grote havens varen grijze politieboten. Varen en werken mannen van politie te water.

 Wat doet de politie te water?

 Eigenlijk het zelfde als de politie op het land. Omdat er ook veel schepen varen, zijn er voor het water ook verkeersregels gemaakt. Die regels staan in het vaarreglement. De politie moet opletten of de schippers zich aan die regels houden. Als er een aanvaring geweest is komt de politie te water en zoekt uit wie de schuldige is. De schipper die de schuld heeft vaart wel eens door. Dan gaan ze er snel achter aan. Een politieschip heeft ook een marifoon. Dat is een apparaat waardoor  met schippers gepraat kan worden. De politie te water vaart niet alleen met speedboten. Verder hebben ze nog roeiboten, jollen,  sloepen en rubberboten. Dat zijn allemaal kleine bootjes. Die worden gebruikt in ondiep water.


   Politie honden

 Er zijn ook honden die bij de politie werken. Die honden zijn speciaal getraind om bijvoorbeeld drugs op te sporen. De honden wonen gewoon bij politiemensen thuis. En krijgen 1 keer in de week een training. 

  Bereden politie

 In  grote  steden is bereden politie. De paarden zijn speciaal voor de politie afgericht. Ze mogen bijvoorbeeld niet snel schrikken. Ze moeten rustig langs mensen lopen. Want de paarden worden vooral gebruikt als het erg druk is op straat. Bereden politie zie  je vaak `s zomers op de grote, drukke stranden. De politie gebruikt dan paarden en geen auto` s . Dit wordt gedaan omdat ze  te paard alles beter kunnen zien. Op een paard kun je over de mensen heen kijken . Het is boven dien niet zo gemakkelijk om met een auto over het strand te rijden. Op een paard gaat dat veel beter.


 Rijdende, lopende en varende politie

 Hier komt nog even op een rijtje het verschillende werk van de politie. Politieagenten kunnen werken bij de:

Verkeerspolitie

Kinderpolitie

Recherche

Politie te water en

Bereden politie

De agenten maken gebruik van fietsen, auto` s, busjes, motorfietsen, boten en paarden. Maar er zijn ook politiemensen die we gewoon lopend op straat tegenkomen. Zij letten op of iedereen zich goed gedraagt. En helpen de mensen. Ze helpen bijvoorbeeld oude mensen en kinderen die bang zijn om over te steken. Overal waar dat nodig is, helpt de politie. Want de politie is er vooral om ons te beschermen en om ons te helpen.


 Hoe kom je bij de politie? 

Om een politieman of -vrouw  te zijn, moet je een heleboel doen en kunnen. Eerst moet je een diploma van MAVO of VBO halen. Voor agent zelfs op C -niveau. Om inspecteur of inspectrice te worden, moet je een diploma van het VWO hebben. Verder moet je minstens 17 of 18 jaar zijn. In de selectie kijken ze  onder andere of je slim bent, goed kunt leren, eerlijk  bent, niet snel boos wordt, niet te verlegen bent, een goede conditie hebt en gezond bent. Als alles goed genoeg is, stuurt het regiokorps je naar de politieschool. Daar leer bijvoorbeeld alle wetten, hoe je met mensen moet omgaan en wat je wel en niet mag doen. Ook krijg je sportlessen. En niet alleen om goede conditie te krijgen of te houden. Je leert ook jezelf te verdedigen en om de wapenstok en handboeien te gebruiken. Voor de meeste functies leer je ook met een pistool om te gaan. Hoe  moet je schieten, maar vooral wanneer mag of moet je schieten en wanneer niet. Hoe lang de opleiding duurt, ligt aan de functies die je gaat uitvoeren. Dat kan 6 maanden zijn of 16 maanden, maar ook 4 jaar.


 

Dit was mijn verhaal over de politie en nu heb ik nog wat vragen voor jullie.

 

Vraag 1. Met wie werkt de politie bij een aanrijding samen?

Met ambulancediensten en artsen.

Vraag 2. Wat is de Recherche?

Een afdeling van de politie.

Vraag 3. Wat heeft de mobiele eenheid meestal aan en mee?

Een blauwe overall, hoge laarzen, een helm, wapenstok en een schild

Vraag 4.Wat is een rang

Een teken op de pet en op de schouder

Vraag 5. Hoe veel keer per week trainen politiehonden?

1 keer per week.

  Terug naar spreekbeurten