HET TROPISCH REGENWOUD

door

Inge

 

Wat is een regenwoud?

 

Een tropisch regenwoud is een heel bijzonder bos. Nergens op aarde leven er zoveel dieren als daar. Al miljoenen jaren leven er lawaaierige, kleurrijke wouden mensen samen met planten en dieren. Maar tegenwoordig wordt elke seconde een stuk regenwoud, zo groot als een voetbalveld, verwoest. Allerlei daar voorkomende dieren en planten verdwijnen daardoor. Misschien sterven ze wel uit.

 

Een tropisch regenwoud bestaat vooral uit bomen. Vanuit de lucht lijken de boomtoppen op een heeeeeeeel  groot, groen tapijt, dat duizenden kilometers land bedekt.. In een regenwoud is het erg warm en vochtig zo’n ………….. graden! Behalve bomen groeien er overal planten in allerlei soorten en maten. Er zijn zelfs planten die op de bomen groeien. Het is een lawaai van jewelste: je hoort er de vogels fluiten en andere dieren en gezoem van insecten.  

 

Waar ligt het regenwoud?

 

Voor het gemak hebben we over de aarde een denkbeeldige lijn getrokken: de evenaar. Tropische regenwouden vind je in alle werelddelen die vlak bij de evenaar liggen. Het is er altijd warm en vochtig  . Het grootste regenwoud ligt in Zuid-Amerika. Er loopt ook een grote rivier doorheen: de Amazone. Maar ook van dit woud zijn hele stukken verwoest.

 

donkergroen= regenwoud 2003

lichtgroen =daar was vroeger ook nog regenwoud 

 

Het Klimaat en leven

 

De tropische regenwouden liggen vlak bij de evenaar. De zon staat er recht boven .

Zonnestralen zijn nergens zo heet als op de evenaar. Het is er dus altijd warm. Meestal minstens 27 oC  en nooit onder de 18 oC. Maar regenen doet het er wel. Het heet niet voor niks het REGENwoud. Bijna iedere dag valt er wel regen. De bomen en planten nemen veel regenwater op. Wat overblijft, verdamt weer. De warme waterdamp stijgt op, koelt weer af en verandert in waterdruppels. Alle waterdruppels samen worden wolken. Daar valt weer regen uit en de waterkringloop begint weer op nieuw.

Door de lekkere tempratuur en al die regen groeit bijna alles goed in het regenwoud. Nergens vind je zoveel soorten dieren en planten als daar! Alleen al in Zuid-Amerika woont de helft van alle dieren  en planten op aarde. En er worden nog steeds planten en dieren ondekt in het oerwoud. Planten die gebruikt kunnen worden als medicijn. Of planten en vruchten die we nog niet kennen. 

 

Bewoners


Al duizenden jaren wonen er mensen in de tropische regenwouden. In Zuid-Amerika zijn dat indianen, in Afrika pygmeeën en in Zuidoost-Azië Papoea’s bijvoorbeeld. Deze mensen weten alles over het oerwoud. Ze weten welke vruchten giftig zijn en welke lekker. Ze weten welke planten je kunnen genezen en welke dieren ze op welke manier moeten vangen. Van de spullen in het woud bouwen ze huizen en maken ze gereedschap. Ze weten precies hoe je je in het oerwoud moet gedragen om te overleven. En ze doen dat zonder het regenwoud te beschadigen.
Sommige regenwoudbewoners doen aan zwerflandbouw. Ze hakken op een klein stuk grond de bomen om. Dan branden ze het gebied af. De voedingsstoffen in de verbrande planten zijn mest voor de bodem. Daarna planten de mensen gewassen als rijst en maïs. Als na een aantal jaren de grond minder vruchtbaar wordt, verhuizen ze. Een stuk verderop beginnen ze opnieuw. Het oude gebied verandert langzaam weer in regenwoud. Deze zwerflandbouw beschadigt het regenwoud daarom niet voor altijd. Zolang het niet te veel gebeurt, tenminste
.

Mensen kunnen van het regenwoud leven zonder het te vernielen.

                                                              

Veel regenwoudbewoners zijn doodgegaan toen ze kennis maakten met Europeanen. Die kwamen een paar eeuwen geleden naar Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en Afrika. De Europeanen brachten ziekten mee die de oerwoudbewoners niet kenden. Maar erger nog, waar ze niet tegen konden. Ze gingen bijvoorbeeld dood aan een 'simpel' griepje, de mazelen of verkoudheid.
En natuurlijk zijn er heel wat stammen weggejaagd of vermoord. Zodat de vreemdelingen rustig hout konden kappen, goud konden delven en plantages konden aanleggen. Dit gebeurt nog steeds!
      

 

                                                    Producten

 

We bouwen hele huizen van regenwoud-hout. Kozijnen, deuren, (tuin)meubels en papier. Soms zelfs wc-papier en zakdoekjes die je gewoon weggooit!  Natuurlijk drink je wel eens thee. En sommige mensen willen willen het ook met een beetje suiker. En als het kan met een stukje chocolade erbij natuurlijk. Wist je dat géén van de drie uit Europa komt?
Je zult verbaasd zijn als je hoort hoeveel er uit de regenwouden komt. Geen vreemde dingen, maar gewoon spullen die jij iedere dag gebruikt: thee en suiker, rijst en maïs, koffie, cacao en noten. Ananas, bananen, sinaasappelen, citroenen en nog veel meer soorten fruit. Kruiden komen er ook vandaan: peper, kaneel en kerrie. Het komt allemaal uit het regenwoud.

Tropisch hout is hartstikke populair in het westen. Het is hard en sterk en het rot niet. Het beschadigt niet snel en gaat lang mee. Daarom heet het ook hardhout. Mahonie en teak zijn twee soorten hardhout. Teak gebruiken ze vaak voor tuinstoelen en mahonie voor kozijnen.
En wat dacht je van rubber? In het regenwoud groeit de rubberboom. Het sap van die boom heet latex. Als je die latex goed uit de boom haalt, gaat de boom er niet dood van. Je maakt groeven in de stam. Daar loopt latex uit, en die wordt in bakjes opvangen. Van latex kun je rubber maken. Autobanden zijn van rubber en elastiek, maar je hebt ook latexmatrassen.
Verder worden veel medicijnen gemaakt van regenwoudplanten. Goud, zilver, kwik, ijzererts en koper kun je soms in de regenwoudbodem vinden. En we maken kaarsen, zeep en make-up van palmolie. 

 

De vijand


Het tropische regenwoud kan wel tegen een stootje. Eigenlijk heeft het maar één vijand. Dat is wel een heel gevaarlijke: de mens! Mensen kappen bomen, leggen wegen aan, richten bananenplantages in, vangen dieren en halen goud en ijzer uit de grond. En wat we niet doen, is de schade herstellen die we aanrichten.
En dat terwijl de gevolgen rampzalig zijn:
– De leefgebieden van mensen, dieren, planten en bomen verdwijnen. Het duurt honderden jaren voor die zijn hersteld. Als ze al herstellen.                                                      

– Onder het kopje 'Tropische regenwouden zijn onmisbaar' lees je hoe houtkap het broeikaseffect verergert en er steeds minder zuurstof in de lucht komt.
– Met de bomen verdwijnen de wortels die de bodem bij elkaar houden. De regen spoelt de vruchtbare bodem weg. Het land blijft onvruchtbaar achter en de rivieren raken vol modder.
– De mijnbouw brengt schadelijke stoffen in het milieu. Zoals kwik, dat de tropische rivieren vervuilt. Eerst gaan de rivierplanten en -dieren eraan. Komt de rivier eenmaal in de oceaan, dan wordt die ook vergiftigd.
– Door het stropen van dieren dreigen steeds meer soorten uit te sterven. Zoals de orang-oetan.
– De buitenlanders jagen de regenwoudbewoners weg, waardoor die hun land en

voedselbronnen kwijtraken.

– Plantensoorten verdwijnen voordat ze ontdekt zijn. Hun schoonheid, lekkere smaak of zelfs geneeskracht zullen we nooit kennen.
– Vruchtbare grond wordt droge woestijn, waar niets meer groeit.

En er zijn nog veel meer erge gevolgen te noemen. Dom dus! Dom! Dom! Dom!

 

Bescherming


Langzaam beginnen mensen te begrijpen dat we dom bezig zijn. Nog niet alle mensen hebben het door, maar het worden er gelukkig steeds meer.
– Steeds meer landen maken van hun (regen-)wouden natuurreservaten. Zo beschermen ze de bomen, planten, dieren en mensen die er leven.
– Over de hele wereld verbieden landen de handel in bedreigde dieren en planten. En ze controleren ook steeds strenger op illegale handel.
– Bij ecotoerisme bezoeken kleine groepjes toeristen een regenwoud, en betalen daarvoor. Op die manier verdienen de regenwoudbewoners geld zonder het woud te beschadigen of bedreigde dieren te vangen. Bovendien kunnen ze geld verdienen door zelfgemaakte producten te verkopen.
Er zijn ook organisaties die zich inzetten om de regenwouden te beschermen. Een paar voorbeelden: de World Rainforest Movement (Wereld Regenwoud Beweging), Greenpeace, Milieudefensie, NOVIB en het Wereld Natuur Fonds. Zij voeren acties tegen iedereen die regenwouden beschadigt. Ze proberen de mensen wakker te schudden: 'Kijk eens wat er met de regenwouden gebeurt! Doe er iets aan!'
– In 1993 is door 25 landen de Raad voor Goed Bosbeheer opgericht: in het Engels de FSC. Bij goed bosbeheer worden niet alle bomen in een woud tegelijk omgehakt. Er blijven steeds genoeg bomen over om het bos in stand te houden. Houtkapbedrijven planten nieuwe bomen op de lege plekken. Opzichters controleren de houtkap. De FSC steunt bedrijven die goed met bossen omgaan en geeft het hout een FSC-stempel. FSC-hout is dus goed hout.

Wat kun jij er aan doen?

 Je kunt:

-         lid worden van een milieuorganisatie.

-         Tegen je ouders zeggen dat ze geen hardhout moeten kopen.(dat is hout uit het regenwoud) En willen ze dat toch, vertel ze dan over het FSC-hout.

-         Ervoor zorgen dat jij en je ouders ervoor zorgen dat je geen foute souvenirs kopen.

-         Zuinig zijn met papier. Gebruik kringlooppapier. En gooi al je gebruikte papier niet in prullenbak maar in de papierbak.

-         Geen beschermde dieren of planten kopen, zoals orchideeën en papegaaien.

-         Een spreekbeurt erover houden.

-         Je kan met je klas een geldactie houden en dan opsturen naar het  WNF. 

 

Rampen 

-Tussen het jaar 1500 en 1970 is 1 procent van het Amazonegebied in Brazilié gekapt. Tussen 1970 en nu is 14 procent van dat gebied gekapt. Dit is een gebied groter dan Frankrijk.

-In 1990 verwoest een brand 40% van een Braziliaans reservaat waar leeuwaapjes wonen.Leeuwaapjes zijn 1 van de zeldzaamste apensoorten ter wereld.

-In 1997 zijn er zo’n 47000 branden in het regenwoud in het Amazonegebied.Een jaar later, in 1998, zijn er dat veel meer: ongeveer77000.

-In 2001 schat Greenpeace dat 80 % van de houtkap in het Amazonegebied illegaal gebeurt.

 

Wat doen we eraan?

 

Sinds 1989 zijn ocelots beschermde dieren. Ze mogen niet meer gedood of gevangen geworden.

-In 1990 geeft de regering van Colombia in Zuid-Amerika de helft van het land rond de rivier Amazone terug aan de regenbewoners.

-In 1992 starten de organisaties Milieudefensie en NOVIB de actie Hart voor Hout. Ze willen ervoor dat de mensen geen fout tropisch hardhout meer kopen.

-In 1992 komen deskundigen en mensen uit de politiek uit 150 landen bij elkaar in Brazilië. Ze praten over de regenwouden. Ze spreken af om meer stukken regenwoud te gaan beschermen.

  – Vanaf 1993 doen verschillende doe-het-zelfzaken in Nederland mee aan de Hart voor Hout-actie. Sommige soorten hardhout verdwijnen uit de winkels.
– In 1996 sluit het Wereld Natuur Fonds zich aan bij de actie Hart voor Hout van Milieudefensie en NOVIB.
– In 1999 importeert Nederland nog steeds hardhout uit Brazilië. Een deel daarvan is goed hout
.

                                                       

Hoofdkronendak

 Een tropisch regenwoud ziet er heel anders uit dan een bos bij jou in de buurt. Er zijn  3 verdiepingen in een regenwoud.

  De begane grond: de bosvloer
De bosvloer is bedekt met afgevallen bladeren en takken die voor de nodige voedingsstoffen zorgen. Het is er ook zeer donker omdat het zonlicht er bijna nooit doordringt. Op de bosvloer groeien mossen en varens en leven naast ontelbare insecten ook schildpadden, kleien hertjes, wilde varkens, ...

De eerste etage: de onderlaag
Hier vinden we varens, jonge bomen, struiken en lianen. Ook hier schijnt maar weinig zonlicht. In deze etage voelen boomkikkers, eekhoorns, apen en vogels zich thuis.

De tweede etage: de kroonlaag en de reuzenbomen

 

Slimme trucjes 

 

De kleinere bomen in de onderlaag van het regenwoud hebben een probleem. Ze hebben namelijk licht nodig om te leven. Maar veel licht krijgen ze niet, dus moeten ze wat anders verzinnen.
De wurgboom is zo'n 'kleine' boom. Hij heeft een goede truc. Het begint zo: een vogel laat een wurgboom-zaadje op een tak van een boom vallen. Uit dat zaadje groeien wortels en takken. De wortels groeien strak langs de stam van de 'gast'-boom naar
beneden. Ze houden hem in een wurggreep. De 'gast'-boom krijgt het steeds benauwder en sterft af. De wurgboom blijft over.

Wat je ziet, zijn de takken van de wurgplant. De échte boom zit binnenin.                                                     

Lekker warm


Verschil tussen zomer of winter heb je niet in een tropisch regenwoud. Het is er het hele jaar warm en vochtig. De bomen zijn altijd groen. De bladeren verkleuren niet en vallen nooit, zoals bij ons.
De temperatuur is gemiddeld 27°C. Een lekker temperatuurtje voor bomen. En dat is te zien! In het regenwoud groeien honderden soorten bomen. Nergens vind je zo veel verschillende soorten bomen! Op een stuk grond zo groot als een voetbalveld staan wel 200 soorten. Voor wie dat niet veel vindt: in heel Frankrijk komen hoogstens vijftig verschillende boomsoorten voor!
We gaan niet alle tropische soorten opnoemen, hoor! Dan zijn we úren bezig. Een paar bekende regenwoudbomen zijn: de avocadoboom, de palm, de bananenboom, de mahonieboom, de rubberboom, de kinaboom en de vijgenboom.

Regenwoudbomen kunnen heel oud worden. Tussen de 150 en 1400 jaar! Ze groeien heel langzaam. De grote jongens doen er honderden jaren over om groot te worden. Heel grote bomen hebben vaak steunwortels. Die wortels beginnen al een eind boven de grond. Ze geven de bomen steun, als een soort pilaren. Daardoor kunnen de bomen hoog worden zonder om te vallen.
 

 

De planten
Planten hebben het niet altijd makkelijk in de jungle. Ze groeien in de onderlaag of op de bodem en daar komt weinig zon en regen. Net als de kleinere bomen hebben de planten trucjes om licht en water te krijgen. Ze klimmen of kruipen gewoon langs de bomen omhoog. Net als lianen. Je weet wel: die dikke touwen waaraan Tarzan door het oerwoud slingert. Lianen zijn eigenlijk klimplanten. Hun wortels zitten in de grond. De rest van de plant kronkelt als een dik touw om stammen en takken van bomen, richting zon.

Bromelia's en orchideeën zijn misschien wel de mooiste bloemen uit het regenwoud. Ze hebben bijzondere vormen en mooie, felle kleuren. Die hebben ook wat moeten bedenken om aan eten te komen. Ze groeien op boomtakken! Ze halen hun eten gewoon uit de bomen! Orchideeën hebben geen wortels in de grond. Ze hebben luchtwortels, waarmee ze vocht uit de lucht halen. Bromelia's hebben nog wat anders gevonden. Hun bladeren vormen een soort schaaltje. Daar vangen ze regenwater in op, zo hebben ze altijd een voorraadje water.

Sommige planten proberen op de bladeren van de bomen te leven. Maar dat vinden de bomen weer niets. Daarom hangen hun bladeren iets naar beneden en hebben ze meestal puntige toppen: druiptoppen. Zo loopt de regen snel van de bladeren af en hebben de planten niet veel kans.

Op de bodem leven vooral veel schimmels. Dat zijn de opruimers van het regenwoud. Ze verteren dode bladeren en maken er voedsel van voor de bodem.


Dieren

 

De luiaard


In de regenwouden leven duizenden dieren. Sommige komen overal voor, andere maar in één bepaald gebied. Zo woont de luiaard hoog in de bomen van het Zuid-Amerikaanse regenwoud. De luiaard is, zijn naam zegt het al, lui. Of moet je zeggen: langzaam. Wat het ook is, de luiaard leeft ongelofelijk l-a-n-g-z-a-a-m. Supersloom gaat hij van de ene boom naar de andere boom. Met zijn poten hangt hij aan een tak of liaan. Hij eet ondersteboven, slaapt ondersteboven en verplaatst zich ondersteboven. Hij ziet de wereld meestal op zijn kop. Zijn vier poten hebben sterke klauwen. Zelfs met twee poten los blijft hij goed hangen. Maar dat doet hij niet vaak. Veel te vermoeiend! Hij laat alleen poten los als hij van de ene tak naar de andere gaat. Een luiaard kan wel overeind lopen. Hij doet het alleen bijna nooit.
De luiaard leeft tussen zijn eten. Hij eet namelijk het liefst bladeren en die zijn er in het regenwoud het hele jaar door. Hij heeft lange armen waarmee hij takken kan pakken die ver weg hangen. Dat bespaart hem een hoop geloop. Hij plukt de bladeren trouwens niet met zijn klauwen, maar met zijn lippen en tanden.
In bladeren zitten maar weinig voedingsstoffen. Daarom eet de luiaard er veel. Maar zelfs zijn spijsvertering is langzaam. Hij hoeft maar één keer in de week te poepen. Daarvoor moet hij, jammer genoeg, helemaal naar beneden. Hij graaft een kuiltje in de bodem en doet daar poept hij in.
De luiaard heeft een vacht van lange stekelharen. Daar wonen veel beestjes in. Vooral algen. Die geven de vacht een groene kleur. Handig voor de luiaard, want dat is een goede schutkleur tussen de bladeren. En lekker voor insecten, want die eten de algen weer op.

 

Giftige slangen en kikkers


In het tropisch regenwoud leven veel slangen. Heel mooie en heel giftige! De koningscobra is de grootste. Hij leeft in Zuidoost-Azië en kan wel 5,5 meter lang worden. Je ziet hem niet gauw. Hij heeft goede schutkleuren en verstopt zich graag. Je zou hem wel een verlegen slang kunnen noemen. Hij blijft liefst uit de buurt van mensen.
De gabon-adder heeft heel lange giftanden. Ze kunnen wel vijf centimeter zijn. De adder leeft tussen de bladeren op de grond. Daar valt hij niet op. Maar komt er een lekker klein dier voorbij, dan springt hij tevoorschijn en pakt het. Hij bijt het met zijn lange giftanden en het dier sterft. Daarna slikt hij het in één keer door.

De regenwoudkikkers kun je beter niet aanraken. Hoe mooi ze er ook uitzien! Ze kunnen akelig giftig zijn.
De pijlgifkikker is een van de allerdodelijkste dieren op aarde. Zijn huid is supergiftig. Een piepklein beetje van zijn gif is genoeg om een mens te doden. De felle kleuren van de kikker waarschuwen zijn vijanden: 'Blijf uit mijn buurt!' De pijlgifkikker wordt door de oerwoudindianen gevangen voor zijn gif. Als ze hem boven een vuurtje houden, druipt het gif uit zijn huid. De indianen vangen dat op en smeren het op hun pijlen. Als ze gaan jagen, verlammen ze hun prooi eerst met
een gifpijl, daarna kunnen ze hem makkelijk vangen.

 

De jaguar


Jaguars zijn echte jagers! Ze leven op de bodem van het Zuid-Amerikaanse regenwoud en zijn dol op de andere dieren die daar leven. Vooral als avondmaal! De jaguar eet varkens, herten, tapirs, kaaimannen, knaagdieren, schildpadden en… vissen. Een jagende jaguar ziet er spannend uit. Heel zachtjes sluipt hij op zijn prooi af. De prooi hoort hem bijna niet. Is hij eenmaal vlakbij, dan springt de jaguar er bovenop en HAP! Eenmaal dood wordt de prooi naar een rustig plekje gebracht. Daar begint de jaguar pas aan zijn maaltijd.
Iedere jaguar heeft zijn eigen gebied. Ze markeren de grens met geur en krabsporen aan bomen. Komt er een andere jaguar in hun gebied, dan grommen ze gevaarlijk. 'Blijf weg,' zeggen ze daarmee, 'Hier woon ik! Al dit eten is van mij!'
Een vrouwtjesjaguar is drie maanden zwanger. Ze krijgt meestal twee jongen. Ze worden doof en blind geboren. Daardoor zijn ze in het begin helemaal afhankelijk van hun moeder. De eerste zes maanden blijven ze in de buurt van hun hol.
Jaguars hebben een prachtige vacht: geelbruin met zwarte vlekken. Heel jammer voor ze! Want vanwege dat mooie velletje worden ze vaak door mensen gedood. De huiden worden voor veel geld verkocht, ook al is de jaguar een beschermd dier. Er zijn altijd mensen die zich daar niets van aantrekken. Ze doden de dieren gewoon stiekem. Stropen heet dat.
Andere katachtige in het regenwoud zijn de tijger, de ocelot, de margay en de tijgerkat.

 

Orang-oetan 

Orang-oetans zijn zeldzame maar ook schuwe apen die alleen voorkomen op Sumatra en Borneo. Ze hebben erg lange armen en als ze oud zijn worden ze erg zwaar. Meestal leven ze alleen of in paren met hun jong. De Orang-oetans bewonen dichte wouden en brengen haast hun hele leven in de bomen door. De Orang-oetan eet eigenlijk alleen maar vruchten, omdat dat hun voornaamste voedsel is.

De gorilla


In het Afrikaanse regenwoud leven gorilla's. Zij lijken zó veel op ons, dat ze 'mensapen' worden genoemd. Net als mensen leven ze in families. Een familie bestaat uit vijf tot tien dieren. Eén mannetje heeft de leiding. Meestal is dat de oudste.
De gorilla is de grootste en sterkste aap die er is. De mannetjes zijn zelfs zo groot en zwaar, dat ze niet in bomen kunnen klimmen. Vrouwtjes en jonge gorilla's kunnen dat wel. Gorilla's leven vooral op de grond. Overdag zoeken ze bladeren, boomschors en planten om te eten. 's Avonds maken ze nesten van takjes en gras om in te slapen.
Een vrouwtjes-gorilla krijgt meestal één jong per keer. Het is piepklein. Het weegt
maar anderhalve kilo. Dat is de helft van een mensenbaby. Maar het groeit wel twee keer zo snel! Jonge gorilla's hebben echt een tof leven. Ze worden lekker vertroeteld en iedereen speelt met ze. Als een oudere gorilla slaapt, gebruiken ze zijn rug als glijbaan. En dat vinden de volwassenen prima. Ze zien heel wat speelsterkten door de vingers.
Gorilla's zijn slimme dieren. Ze werken goed samen en maken bijna nooit ruzie. Ze hebben eigenlijk maar één vijand: de mens. Gorilla's zijn beschermde dieren. Het is verboden op ze te jagen. Toch worden ze gedood voor hun vlees, of gevangen voor de verkoop. Maar minstens zo erg is het dat het regenwoud wordt gekapt. Het regenwoud is het leefgebied van de gorilla. Als dat verdwijnt, sterft de gorilla uit. Dat is dan onze schuld.
Er wonen nog veel meer soorten apen in de tropische regenwouden. Orang-oetans bijvoorbeeld. Die leven in Zuidoost-Azië.

 

De tapir


De tapir leeft op de grond in het regenwoud. Je zou het niet zeggen misschien, maar de tapir is familie van de neushoorn. Hij heeft geen hoorn en lijkt eigenlijk nog het meest op een kleine olifant. Dat komt vooral door zijn slurfneus. Met zijn kleine slurf trekt de tapir vruchten en knoppen van planten af. Hij wroet er mee in de grond, op zoek naar eten.
In Zuidoost-Azië woont de Malaise tapir. Die is zwart met wit en bijna niet te zien in het regenwoud. Wel zo veilig, want zo kunnen roofdieren hem moeilijk vinden. Tapirs zijn bang en verlegen. Ze leven het liefst in hun eentje en komen alleen 's nachts tevoorschijn.
In Zuid-Amerika leven Braziliaanse tapirs. Die zijn bruin van kleur. De jongen hebben ook nog strepen en vlekken op hun vacht. Ook handig, want zo vallen ze in de schaduw van het woud niet op.

 

Papegaaien en vlinders


Veel regenwouddieren hebben mooie kleuren. Vooral de vlinders en vogels zijn vaak felgekleurd: geel, rood, blauw, groen, oranje…
Je snapt dat mensen dat heel mooi vinden en best zo'n dier in huis willen. Daarom worden papegaaien vaak gevangen en verkocht als huisdier. Het staat zo leuk in huis en dat geklets is zo gezellig! Maar het mag natuurlijk niet. Er zijn steeds minder papegaaien in de regenwouden en steeds meer in kooitjes in het westen.
Het is grappig om te zien hoe een mannetjes-papegaai een vrouwtje versiert. Hij buigt, hupt en loopt voor haar heen en weer. Hij beweegt zijn vleugels en kwispelt met zijn staart. Hij laat zien hoe mooi hij is. Papegaaien blijven vaak hun hele leven bij hetzelfde mannetje of vrouwtje. Ze zijn heel lief voor elkaar. Ze aaien elkaars veren plat en geven elkaar lekkere hapjes. Een papegaai kan niet tegen alleen zijn. Hij heeft echt een vriendje nodig.

Regenwoud-vlinders zijn ook vaak heel mooi. Vooral de mannetjes. De vrouwtjes zijn meestal fletser. De Zuid-Amerikaanse morphovlinder is zo'n mooie vlinder. Het mannetje is felblauw. Met zijn kleuren trekt hij zo een vrouwtje aan. En hij verjaagt er roofdieren mee. Hij verblindt ze met zijn felblauwe kleur.

                                                

Andere vlinders hebben weer een andere manier om roofdieren af te schrikken.

Als ze hun vleugels uitklappen, kijk je recht in de ogen van een tijger of een slang. Het roofdier schrikt zich even wezenloos en de vlinder vliegt snel weg.
Voor zulke mooie dieren zijn altijd liefhebbers te vinden. En dus worden ook de vlinders worden bedreigd. Ze worden gevangen door verzamelaars of handelaars.


Door Inge Roos.

 

Dit was mijn spreekbeurt

 

 

Terug naar spreekbeurten