


door
Siem Vrenssen
Voorwoord:
Mijn
spreekbeurt gaat over de reis van het voedsel. Met een moeilijk woord heet dat
Spijsvertering.
Spijsvertering
betekent:
Het
verteren van het voedsel tot stoffen die door het bloed opgenomen kunnen worden.
Spijsverteringskanaal
betekent: Het samenstel van buizen en lichaamsholten waarin de spijsvertering
plaats vindt. Deze zorgt voor de opname en de vertering van het voedsel.
Het
spijsverteringsstelsel zorgt ervoor dat het eten wordt afgebroken, zodat het kan
dienen als brandstof voor het lichaam. Ze zorgen ook voor de verwijdering van
giffen en afvalproducten. Als het eten door het spijsverteringskanaal gaat wordt
het verteerd. De taak van de spijsvertering is om de voedingsstoffen, waaruit
energie kan worden gewonnen (zoals vitaminen en mineraalstoffen) uit het voedsel
te halen en voor het lichaam nuttig te maken. Alleen wat het lichaam niet verder
kan gebruiken, scheidt het uiteindelijk weer uit.
Ons
spijsverteringskanaal begint bij de lippen en eindigt bij de anus = poepgaatje.
Ik wil in deze spreekbeurt vertellen wat voor weg het eten aflegt tussen de mond en de wc.
De weg die het
eten aflegt.
1.
Eten
2.
De mond
3.
Slokdarm
lengte
25 cm
4.
Maag
Max. inhoud
4 liter
5.
Dunne darm
lengte
6,4 meter
6.
De Lever, de Alvleesklier en de Gal.
7.
Dikke darm
lengte
1,5 meter
8.
Endeldarm
lengte
20 cm
Over elk orgaan zal ik in mijn spreekbeurt vertellen wat die met het eten doet.

Hoofdstuk 1: Het
eten.
Eten is heel erg
belangrijk. Eten heb je nodig voor energie, mineralen en nog veel meer
voedingsstoffen. Je hebt ook eten nodig voor de groei en om te kunnen leven.
Voeding is pas bruikbaar als het door het spijsverteringskanaal is gegaan. Dus
het eten moet eerst omgezet worden in voedingsstoffen. Je
moet gezonde dingen eten anders word je erg ziek.
Hoofdstuk 2: De
mond
Als het eten in de
mond gaat moet je goed kouwen omdat het eten dam makkelijker te verteren is. Als
je eten in je mond gaat komt er speeksel bij. In
het speeksel zitten stoffen die de vertering opstart en het speeksel maakt het
voedsel in onze mond vochtig en breken stukken af. Als je slikt gaat je huigje
omhoog want anders gaat je eten door je neus naar buiten. Dus nu weten jullie
waarom het drinken soms uit je neus komt. Je keelamandel zorgt ervoor dat
sommige bacteriën dood gaan. Dan slik je het eten door. Je tong duwt het eten
door naar de slokdarm.
Hoofdstuk 3: de slokdarm.
De slokdarm heeft
eigenlijk geen rol in de spijsvertering want het vermaalt niets en doet geen
dingen. De slokdarm zorgt er alleen voor dat het eten zich verplaatst naar de
maag. Het eten glijd met het slijm en spiersamentrekkingen naar de maag. Dat
duurt zo ongeveer 10 seconden. De
slokdarm is dus 25 cm lang en brengt het voedsel van keel naar de maag. Nu
laat ik even zien hoe het eten naar de Maag word verplaatst. Voorbeeld
laten zien van open dicht (spieren
trekken samen en dan gaan de spieren weer ontspannen en zo gaat het voedsel
verder)
Hoofdstuk 4: De
maag. 
Als het eten in de
maag is dan gaan zich de maagwanden samentrekken. De
maag blijft constant in beweging want het eten moet helemaal worden klein
gemaakt. Dan komt er zoutzuur bij. Het
zoutzuur is zo extreem zuur dat het zelfs kleren kan oplossen. Maar gelukkig is
onze maagwand goed beschermd tegen het zoutzuur. De bedoeling van het zoutzuur
is ongewenste bacteriën in de voedselbrij te doden. Het duurt zo ongeveer 1 tot
4 uur in de maag. Bij sommige soorten eten duurt dat langer omdat het dan
moeilijker te verteren is. Als het dan klaar is word het eten in kleine porties
naar de dunne darm geperst.
Hoofdstuk
5: De dunne darm.
In
de dunne darm zijn eigenlijk drie verschillende darmen. De eerste is de
twaalfvingerige darm. De tweede de nuchtere
darm en de derde de kronkeldarm. In de twaalfvingerige darm komt het half
verteerd voedsel. Bij dit voedsel komen sappen van de gal, de lever en de
alvleesklier. Daarover vertel ik dadelijk meer. In de nuchtere darm wordt
voedsel nog meer verteerd. Dan blijft er nog maar weinig over. In de kronkeldarm
staan een soort vingerige obstakels. Op die vingerige obstakels stikt het van de
enzymen. De enzymen breken het vloeibare voedsel tot eenvoudige voedingsstoffen.
Die voedingsstoffen worden meteen afgevoerd door het bloed. Ik vond het wel
grappig dat bij een kind de darmen ongeveer 4 meter zijn en bij een volwassenen
6,5 meter. Dat is een groot verschil.
Hoofdstuk
6: De lever, de alvleesklier en de gal.
De
lever regelt het aantal koolhydraten, hoeveelheid energie, vitaminen, mineralen
enzovoort wat er moet komen in het lichaam. En de lever maakt ook galsap. Galsap
is een stof wat de vetten goed kan verteren. Want in de dunne darm is het
moeilijk te verteren vanwege de vetten. De lever regelt ook dat er extra galsap
in de gal komt als je echt super vet hebt gegeten. Want dan heeft de lever te
weinig sap om het vet te verteren. De lever zorgt er ook voor dat de giftige
stoffen uit het lichaam worden verwijderd.
In
de alvleesklier zitten sappen die er voor zorgen dat het zoutzuur niet meer zuur
is. Want als dat niet gebeurd maakt zoutzuur alles kapot in je lichaam. Als er
per ongeluk nog voedsel bijzit dat niet verteerd is zorgt de alvleesklier er
voor dat dat alsnog gebeurd.
De
gal heeft extra galsap. Als je heel vettig hebt gegeten is dat nodig want dan
heeft de lever te weinig galsap om het vet af te breken.
Hoofdstuk
7: De dikke darm.
De dikke darm kijkt wat voor voedsel er nog in zit dat gebruikt kan worden. Bijvoorbeeld water en energie. Als je ziek bent werken je darmen niet zo goed en dan haalt de dikke darm het water er niet zo goed uit. Dan krijg je diarree. Als je diarree hebt is je poep meer water dan afvalstoffen. De dikke darm is 1,5 meter lang. In het totaal is het eten nu ongeveer 17 tot 46 uur onderweg geweest. Dat is een erg groot verschil. Dat ligt eraan wat je hebt gegeten.
Hoofdstuk
8: De endeldarm.
Vanuit
de dikke darm komt de onverteerbare, ingedikte voedselresten en bacteriën in de
endeldarm. Deze noemt men ontlasting
oftewel poep en het verlaat via de anus je lichaam. In de endeldarm wacht de
poep tot de sluitspier van de anus opengaat. Als je geen sluitspier zou hebben,
zou al je poep er zo uitlopen.
Vragen:
1.
Legt
het water dezelfde weg af als voedsel?
·
A=JA
B=NEE
2.
Tot hoever komt het eten
in je lijf als je moet overgeven?
·
A=
TOT DE SLOKDARM B=TOT DE
DIKKE DARM
·
C=
TOT DE MAAG D= TOT DE DUNNE DARM.
3.
Wat is de lengte dat het
voedsel ongeveer aflegt bij een volwassenen?
· A= 5 METER B= 7 METER C= 9 METER D= 11 METER.
Dit was mijn spreekbeurt
Wil je meer informatie over de spijsvertering?? Kijk dan bij GOOGLE.