

TERSCHELLING
door
Liselotte
Inhoud
-Inleiding
-Aardrijkskunde,
-Geschiedenis ,
-Dieren,
-Planten,
-De Boschplaat,
-Cranberry’s.
-slot
Ik doe mijn werkstuk over Terschelling, omdat ik het een mooi eiland vind met veel afwisselende natuur.Aan de ene kant weiland en aan de andere kant bos, duinen en strand. Je hebt ook heel veel heide.Nog een reden dat ik het over Terschelling doe is dat ik er al vaak geweest ben en steeds weer nieuwe dingen ontdek.
Aardrijkskunde
Terschelling is een
van de waddeneilanden. Van uit het westen is het, het derde eiland,er zijn vier
andere eilanden :Texel,Vlieland,Ameland,en Schiermonnikoog. Aan
de noordkant van Terschelling ligt de
Noordzee en aan de zuidkant de Waddenzee. De
dichts bijzijnde haven is Harlingen. Het is hemelsbreed 25 km tot dat je op
Terschelling bent, maar er is een vaargeul van ongeveer 35 km.
Daar
doe je ongeveer 2 uur met de boot over. Terschelling
is 30 km lang en 4 km breed.
Geel zijn de helmen,
Groen is het gras,
Wit is het zand,
Dit
zijn de kleuren van ’t Terschellingerland.
De vlag van Terschelling zie je hier naast.
De kleuren betekenen ook iets :
Rood zijn de daken,
Blauw
is de lucht,
Geschiedenis
Terschelling bestaat al van af 4000 jaar voor onze jaar telling. De eerste bewoners kwamen rond de middeleeuwen al.
Terschelling zag er nog niet zo lang geleden heel anders uit, het was een grote wildernis van struiken en bomen.
De
mensen hadden een klein boerderijtje of visten, maar zij leefden voornamelijk
van wat je uit de duinen en van het strand kan halen. Hout haalden ze b.v. van
het strand, want bossen waren er toen nog niet.
Bossen
kwamen pas later ( rond 1920) nadat de bodem vol gestopt met turf was.Turf werk
net zo als een spons het houdt water vast zodat de bomen kunnen groeiden. Deze
plant methode noemden ze de “Terschellinger methode”Ook de
vorm van Terschelling veranderd nog steeds.
Dieren
Op Terschelling zijn heel veel diersoorten. Aan de ene kant van het eiland grenst de Waddenzee. Daar zie je bij eb heel veel vogels op zoek naar schelpdiertjes. Het eiland wordt door allerlei trekvogels gebruikt als een tussenstop. Sommige vogels eten dan wel 2 keer hun gewicht aan voedsel. Rotganzen en eidereenden overwinteren er ook omdat het er zo rustig is.
In de bossen vind je reeën en vossen. In de duinen zijn er zandkonijnen. Over het zandkonijn ga ik meer vertellen omdat het met uitsterven bedreigd is. Dat kwam door een ziekte. Als je er vorig jaar was, zag je allemaal dode konijnen. Niet echt fris dus. De konijnen gingen dood door een besmettelijke virus ziekte : myxomatose. De konijnen zijn belangrijk omdat ze gras eten en dan hun poep telkens op de zelfde plaats leggen. De poep is zo’n belangrijke mest voor planten en grassen.
Vissen zijn er natuurlijk ook. Vissen eten plankton.
Dat
zijn kleine beestjes die met de stroom van het water meedrijven. Ze spugen het
water weer uit en houden de plankton binnen.
Zeehonden zwemmen in de waddenzee . Ze eten per dag wel 5 kg. vis.
De zeehonden heb ik zelf wel eens gezien als ze op een zandbank liggen te zonnebaden. Door te zonnen maakt hun huid vitamine D zodat hun lichaam in topconditie blijft.
Planten
Het
waddengebied zou niks zijn zonder planten. Het zand van de duinen zou weg
waaien. Als er geen planten zouden zijn waren er ook geen dieren. Konijnen eten
b.v. kruiden en struiken die op de grond groeien. Zweefvliegen zuigen nectar uit
de bloemen. Enzovoort. Je hoort het al; zonder planten geen dieren.
De
grond is bij de kwelders zout, dus
gras en paardenbloemen groeien er niet. En als je ze er zou planten, gingen ze
slap gelijk hangen. Dat komt omdat het zout in de bodem, het water uit de plant
trekt. Toch groeien mooie planten op de kwelders. Die planten hebben zich heel
goed aangepast. Zeekraal slaat het zout in zijn blaadjes op en wordt daardoor
nog zouter dan de grond. Het plantje overleeft zelfs een vloed golf.
Op
Terschelling heb je heel veel
cranberry’s, maar oorspronkelijk komen ze uit
Engeland : Cranberry’s zijn op het
eiland gekomen door iemand die in 1868 op Terschelling
leefden: Cupido Dat kwam doordat hij een vat vond, hij dacht dat er wijn in zat,
hij maakte het open : er zaten half rottende zure bessen in. Teleurgesteld
gooiden hij alle inhoud in de duinen. Zo
is er dus een plant ontstaan en door een vogel die een besje op at en daar na
weer uitpoepten werden het er steeds meer. Rond 1900 ontdekte tuinders dat je er
lekkere sap van kon maken en ook zo
eten. Het sap werkt als een genees middel voor nier of blaas kwaal.
Slot
Zelf
wist ik niet veel van Terschelling maar nu wel. Als
je ooit op vakantie naar Terschelling gaat wens ik je heel veel plezier. Ik denk dat, dat
wel gaat lukken.
Liselotte