
Yvette Vernooy
Waarom
doe ik mijn spreekbeurt over de torenvalk?
Ik doe
mijn spreekbeurt over de torenvalk omdat ik er veel informatie over dit
onderwerp weet. Dit omdat wij nu al 4 jaar een kersenfestival hebben in de
kersenboomgaard. Daar komt altijd een valkenier. Dat is een man die roofvogels
mag houden. Hij heeft mij al veel verteld over de torenvalk. Ik heb er ook al
eens ééntje op mijn arm vastgehouden.
Wat is een torenvalk en hoe ziet hij
eruit?
Alle
soorten valken jagen overdag op levende prooien. Torenvalken grijpen hun prooi
op de grond. Daar zijn ze dan ook echt voor gebouwd. Het voorste deel van hun
lijf is het zwaarst, zodat ze makkelijk kunnen duiken. Alle soorten valken
hebben lange, puntige vleugels, een rechte staart, sterke vliegspieren en een
snelle vleugelslag. Ze zijn bijzonder wendbaar en ze kunnen hun snelheid
plotseling enorm opvoeren. De vrouwtjes zijn altijd wat groter dan de mannetjes.
Maar die zijn weer wat kleuriger. De torenvalk is een roofvogel. Ze komen over
de hele wereld voor. Er zijn wel honderden verschillende soorten. Roofvogels
worden onderverdeeld in twee grote groepen. De dagroofvogels en de
nachtroofvogels. Nachtroofvogels jagen voornamelijk ’s nachts. Bijv. de uilen.
Dagroofvogels jagen voornamelijk overdag. Hier hoort de torenvalk ook bij. De
dagroofvogels worden onderverdeeld in 4 families. De gieren, de
secretarisvogels, de havikachtige en
de valken. De torenvalk is dus van de valkenfamilie. Andere familieleden zijn
bijv. de boomvalk en de slechtvalk. De torenvalk, zoals hij in Nederland
voorkomt, is een kleine roofvogel. In vergelijking met de andere valken heeft de
torenvalk een betrekkelijk lange staart. Van snavel tot staartpunt meet hij
ongeveer 34 centimeter. Waarvan ongeveer 14 cm. Voor rekening komt van de
staart. De spanwijdte tussen de vleugels bedraagt zo’n 75 cm. Toch is de
torenvalk maar een kleintje onder de roofvogels. Een buizerd die je hier ook
vaak ziet en die soms ook “bidt” is wel 4x zo groot.
De
torenvalk heeft speciale wapens die bij een roofvogel horen. Hij heeft 4 wapens.
Het 1e wapen zijn hele scherpe ogen. Hij kan op een afstand van 100
meter een veldmuis zien lopen. Zijn 2de wapen is zijn snavel. Met de
scherpe punt aan zijn snavel, de valketand, doodt een torenvalk zijn
prooi met één knauw. Andere roofvogels missen die valketand. Het 3e
wapen zijn z’n vlijmscherpe klauwen. Drie tenen naar voren en één
teen naar achteren. Samen vormen ze een klem, waar een prooi niet levend uit
komt. Zijn 4de wapen is het ‘bidden’. Heel snel met zijn vleugels
slaand blijft een torenvalk op dezelfde plaats in de lucht hangen om zijn prooi
te beloeren. De torenvalk is een stootjager. Dat wil zeggen dat hij zich op zijn
prooi laat vallen. Soms doet hij dat vanaf een vaste zitplaats op een paaltje in
de wei of een hoge boom. Die plek noemen we de valpaal. Maar hij kan zich ook
van grote hoogte op zijn prooi laten vallen.
Een
torenvalk eet vooral veldmuizen. Hij vangt er gemiddeld zo’n 3 á 4 per dag.
Als er weinig muizen zijn, jaagt hij ook wel op andere dieren.
Bijvoorbeeld
sprinkhanen, kikkers of zelfs jonge ratten en mussen. Om zijn prooi op te eten,
zoekt de torenvalk een rustige plaats op. Hij houdt het dier met zijn klauwen
vast en scheurt er met zijn snavel kleine stukjes af. Heeft hij
veel haast, dan wordt in 1 keer de kop van de muis verwijderd. Daarna slikt hij
het hele dier direct naar binnen. Dan heeft hij dus het voordeel van zijn
valketand. Daarmee kan hij zijn prooi heel stevig vasthouden tijdens het eten.
Net als uilen spuwen dagroofvogels sommige etensresten uit. Dus ook de
torenvalk. Dat zijn resten die in de maag niet verteren. Ze vormen een soort
prop, die braakbal wordt genoemd. Vaak zitten er ook voedseldelen in die te
groot waren om in de maag te komen. De meeste braakballen liggen onder de nesten
van de torenvalken. Ze zijn vaak verschillend van vorm. Dat heeft te maken met
het soort voedsel dat ze hebben gegeten. Braakballen worden meestal in de
morgenuren uitgespuwd.
Het
seizoen begint aan het einde van de maand maart als de mannetjes- en
vrouwtjestorenvalken elkaar gaan opzoeken. Het mannetje trakteert het vrouwtje
op een ware luchtshow. Hij laat haar al zijn vliegkunsten zien om haar te
versieren. Deze hofmakerij noemt men in de vogelwereld de baltsvlucht. De
baltsvlucht van de torenvalk gaat gepaard met een voortdurend “kie-kie-kie”
geroep van het mannetje. Op het laatst gaat het vrouwtje op zijn toenaderingen
in. Het mannetje weet dan dat zijn huwelijksaanzoek met “ja” is beantwoord.
Ze gaan dan op zoek naar een geschikte broedplaats. Torenvalken maken geen eigen
nest. Ze gebruiken oude nesten van andere vogels, beschutte plekjes. Dat kunnen
holtes in bomen, rotswanden, torens enz. zijn. Ook maken ze graag gebruik van
nestkasten. Ze stellen geen grote eisen. Alleen moeten ze hun nest gemakkelijk
vliegend kunnen bereiken. Als ze een
geschikt nest hebben gevonden dan legt het vrouwtje 5 tot 6 bruingevlekte
eieren. (foto). Dit gebeurt in de laatste weken van april. Om de 2 dagen wordt
er 1 ei gelegd. Het wijfje broedt hoofdzakelijk. Het mannetje draagt dan voedsel
aan. Na een broedtijd van ongeveer 1 maand komen de jongen uit. Ze zijn dan erg
hulpeloos en kunnen eigenlijk nog niets. Valkenbaby’s zijn nestblijvers. Dat
wil zeggen dat ze na de geboorte nog lange tijd op het nest blijven om sterker
en groter te worden. Doordat de eieren met tussenpozen worden gelegd, worden de
jongen ook met tussenpozen geboren. Het eerste jong is dus al flink gegroeid als
de laatste tevoorschijn komt. Soms kan de jongste het dan ook niet bolwerken
tussen zijn grotere broers en zussen. Dan gaat hij dood van de honger. Omdat de
jongen in het begin nog zo hulpbehoevend zijn, scheurt de moeder voor hen de
prooidieren in stukken. Het meeste voedsel gaat naar het jong dat zich het
hoogst ophef en zijn bek het verst opent. Na ongeveer 2 weken houdt de moeder op
de prooi in stukken te scheuren. De jongen moeten zelfstandig worden en leren
zelf hun eten klaar te maken. Vanaf de 2e week gaat ook vader valk
zich met zijn hongerige kroost bemoeien. Na ongeveer een maand zijn de dieren
volgroeid en groot genoeg om het nest te verlaten. Het oudste jong gaat weer
voorop en maakt een proefvlucht van enkele meters naar beneden. Ze blijven nog
enkele dagen in de buurt van hun ouders. Daarna gaan ze ieder hun eigen weg.
Dat
torenvalken zo snel de dood vinden heeft verschillende oorzaken.
Zijn
torenvalken nuttig?Fruittelers
hebben vaak last van vogels die van het fruit komen eten. Vooral van spreeuwen.
Bij de boomgaarden worden dan nestkasten geplaatst in de hoop dat er dan een
torenvalk in gaat nestelen zodat de valk de vogels op een afstand kan houden.
Ook vangt hij veel muizen die anders de wortels van de bomen zouden opeten. De
valken zijn dus nuttige vogels.
Dit was mijn spreekbeurt.
Wil je meer informatie over de torenvalk?? Kijk dan bij GOOGLE.