


DE TREKKER
door Bernd Ballast
IK GA MIJN SPREEKBEURT HOUDEN OVER DE TREKKER.
MIJN EERSTE WOORDJE WAT IK KON ZEGGEN WAS "TEKKER". IK VOND TOEN DE
TREKKER AL HEEL ERG
LEUK EN INTERESSANT. IK ZAT TOEN AL HEEL VAAK BIJ OPA OP DE TREKKER. EN NU OOK NOG WEL MAAR HET MEEST RIJ IK ALLEEN.
VROEGER ZAT IK AAN ALLE KNOPJES EN HENDELTJES VAN DE TREKKER EN PROBEERDE IK WAT ER
GEBEURDE ALS IK OP EEN KNOPJE DRUKTE OF AAN EEN HENDELTJE TROK. TOEN WILDE
IK AL GRAAG WETEN HOE ALLES WERKTE.
LANGZAMERHAND KWAM IK ERACHTER HOE ALLES PRECIES GING EN
TOEN IK OUD GENOEG WAS MOCHT IK ZELF TREKKERRIJDEN.
DE EERSTE KEER GING HET WEL EEN BEETJE MIS. IK REED N.L. MET DE TREKKER
DWARS
DOOR HET PRIKKELDRAAD. IK WAS ERG GESCHROKKEN WANT DE PINKEN KONDEN ZO UIT HET
WEILAND LOPEN. DUS IK HEB GAUW M'N OPA GEROEPEN. DIE HEEFT HET DRAAD WEER
GEMAAKT. GELUKKIG GAAT HET TEGENWOORDIG EEN STUK BETER MET HET TREKKERRIJDEN
VAN MIJ...
Moet je eens kijken zeg, die trekker en dat
werkpaard.Wie denk dat het uiteindelijk zal winnen ? Hoe erg het paard ook zijn
best doet, de trekker zal het
uiteindelijk altijd winnen. Hij kan het trekken veel langer volhouden. In deze
spreekbeurt heb ik het over trekkers en niet over tractors. De boeren noemen het
namelijk ook trekkers. Vroeger werkten de boeren met paarden op het land. Vaak
trokken die paarden een machine bijvoorbeeld een ploeg. Wanneer het werk heel
zwaar was stonden er wel vier of meer paarden tegelijk voor een machine. Na de
tweede wereldoorlog (dus na 1945) namen de trekkers steeds vaker de plaats in
van paarden (zie video)
HOE DENK JE DAT DE EERSTE TREKKER ERUIT ZAG?
(FOTO).
Nu zie je nog maar zelden een paard op het land
werken een trekker doet het werk veel sneller een ander voordeel van de trekker
is dat hij allerlei machines kan aandrijven de
Machine wordt dan achter de trekker gekoppeld. De motor van de trekker laat bepaalde delen van die machine bewegen.
Bij een kunstmeststrooier worden bij voorbeeld een
bewegende pijp de korrels weg geslingerd; in de grasmaaier laat de trekker de
messen snel ronddraaien waardoor het gras in de wei wordt afgemaaid; bij
de machine die aardappelen rooit, rollen de knollen over draaiende banden die
door de trekker in beweging worden gebracht. Bij de zode- bemester, die mest
onder de grasmat laat vloeien (dat is goed voor het milieu) regelt de
trekkermotor de meststroom.
Al snel merkten de boeren dat een trekker, net als
een werkpaard, goed moet worden verzorgd. Een paard moet je goed voeren en de
trekker moet dieselolie (een soort benzine) en smeerolie binnen krijgen. Bij
slecht weer gaat een paard op stal (om geen kou te vatten), een trekker gaat in
de schuur om niet te roesten). Natuurlijk moet de boer bij allebei om zijn eigen
veiligheid denken: een paard kan je op je tenen gaan staan, bijten of een mep
met zijn straat verkopen en een trekker kan omvallen, bijvoorbeeld van een dijk.
Voor de veiligheid van de bestuurder is daarom een cabine of een beugel over de
zitplaats verplicht. Hiervoor heb ik al verteld dat er bij een trekker of een
machine achter de trekker vaak onderdelen zijn die draaien. Er is een wet waarin
staat dat deze goed afgeschermd moeten zijn. De boer let goed op dat hij niet
met zijn vingers of zijn kleren tussen de onderdelen komt.
DE TREKKERS VAN TEGENWOORDIG HEBBEN EEN VEEL LUXERE
UITVOERING DAN VROEGER. VROEGER HAD
DE TREKKER NOG GEEN hydrauliek DUS HET STUREN GING VEEL ZWAARDER.
Ze waren zwaarder om te bedienen. Het ging allemaal met
trekhendels. Alleen de aftakas hielp hen mee. Nu zit er wel hydrauliek op de
machines. Heel vroeger hielp een soort rubberen band de boer om machines aan te
drijven. Die rubberen band draaide om een wiel dat aan de trekker zat. Die band
zat aan de trekker en aan de machine vastgemaakt. Zo zet je (bijvoorbeeld) een
dorsmachine in werking. De machines
van tegenwoordig zijn erg groot en erg duur. De meeste worden bovendien maar een
paar dagen per jaar gebruikt. De rest van de tijd staan ze in de schuur. Veel
boeren schaffen daarom niet alle machines zelf aan, maar huren een loonwerker
in. Die komt voor geld het werk doen voor de boer. Vaak heeft een loonwerker
zelf ook een boerderij. Vooral akkerbouwers en veehouders maken gebruik van de
loonwerker. Maar ook bijvoorbeeld bloembollentelers en groentetelers doen
dat.
Loonwerkers hebben allerlei soorten machines, werktuigen en trekkers. De trekkers van een loonwerker zijn vaak erg zwaar omdat ze grote machines moeten trekken en in werking moeten brengen bijvoorbeeld sloten schoonmaker, zaaimachines, zodenbemesters.
De boer krijgt er hulpjes bij op de boerderij:
satellieten. Die satellieten zorgen voor gegevens die de boer nodig heeft om heel
nauwkeurig zijn werk te kunnen doen. Satellieten helpen ook bij het verzamelen
van informatie voor de computer. Het systeem wordt nog verder uitgewerkt en in
de praktijk onderzocht. Het werkt als volgt. Op de trekker wordt een zogeheten
DGPS-ontvanger geïnstalleerd. Dit is een apparaat dat lijkt op een
navigatiesysteem dat tegenwoordig soms in auto's wordt gebruikt om de route te
bepalen. In de luchtvaart en scheepvaart wordt het al veel langer gebruikt. De
ontvanger krijgt signalen van drie of vier satellieten en van een zender op de grond. Hiermee wordt de plaats van
de trekker op de akker tot op de vierkante meter precies bepaald. Tijdens het
ploegen verzamelen gevoelige metertjes (sensoren worden die genoemd) allerlei
gegevens over de bodem . Die metertjes zitten vast aan de ploeg. Op die manier
worden telkens kleine stukjes land nauwkeurig in kaart gebracht. Die informatie
wordt samen met de gegevens over de plaats van de trekker opgeslagen op een
chipkaart in een computer in die trekker. De chipkaart wordt later gelezen door
de computer op de boerderij In de computer zitten ook andere gegevens over de
akker, zoals de hoeveelheid voedingsstoffen die in de boden zitten in het
voorjaar, wanneer de boer zijn land gaat bemesten, rekent de computer precies
uit hoeveel mest er op elk stukje moet worden gestrooid deze gegevens worden
vervolgens weer met een chipkaart in de computer van de trekker opgeslagen op de
mestinjecteur of de kunstmeststrooier zit regelapparatuur die reageert op de
opdracht die de computer geeft. De computer bepaalt op dezelfde wijze ook hoe
diep de aardappelen moeten worden gepoot. Behalve de ploeg,de mestinjecteur,de
kunstmeststrooier en de aardappelpootmachine, zijn ook andere machines voorzien
van meetapparatuur. Op de maaidorser en de bietenrooier wordt bijgehouden
hoeveel er op welk deel van de akker wordt geoogst . Met een handcomputer met
DGPS-ontvanger kan de boer bijhouden waar zieke planten staan die gegevens
gebruikt hij voor het werken met spuitmachine,zodat alleen daar met
gewasbeschermingsmiddelen wordt gespoten waar dat perse nodig is. Dankzij de
satellieten krijgt de boer het bij het werk op het land stukken gemakkelijker
maar wat nog belangrijker is: hij kan daardoor nog nauwkeuriger bemesten en
bespuiten en dus milieuvriendelijker werken.
NU NEEM IK JULLIE MEE NAAR BUITEN. JULLIE MOGEN DAAR DE TREKKER VAN MIJN OPA BEKIJKEN. IK ZAL ER EEN STUKJE MEE RIJDEN EN LATEN ZIEN HOE DE AFTAKAS WERKT. JULLIE MOGEN OOK IN DE CABINE ZITTEN.
Wil je meer informatie over TREKKERS?? Kijk dan bij GOOGLE.