TURNEN 

door Thirsa Donker

De meeste van jullie weten dat ik turn en daarom ga ik jullie iets vertellen over de toestellen zoals: de vierkante mat, de brug, de evenwichtsbalk, het sprong, de lange mat en de trampoline. Verder vertel ik jullie over: de wedstrijden  zoals: de competities, toestelfinales springwedstrijden ,onderlinge wedstrijden en de pakjes. En over de niveaus en de groepen. 

 

TOESTELLEN

Er zijn zoals hierboven al staat verschillende onderdelen voor de wedstrijden. Je hebt de vierkante mat, de brug, de balk, het sprong , de lange mat en de trampoline. Dit is nog niet eens de helft van de toestellen, die er zijn, maar dit zijn dan ook voorbeelden.( Plaatje op het bord laten zien ) ( gymzaal )  

VIERKANTE MAT

De vierkante mat is zoals het woord al zegt, een grote mat waar je meestal schuin overheen gaat. Er worden een aantal verplichte sprongen en pasjes in verwerkt.( Plaatje op het bord laten zien ) 

DE BRUG

De brug is een toestel met twee ongelijke leggers. Je kunt er allerlei ingewikkelde oefeningen op doen of er aan   zwaaien, ook de afsprong is een belangrijk onderdeel bij de brug. Het is een soort rekstok, maar dan met twee leggers.( De brug laten zien van fieke Willems) ( en de andere plaatjes laten zien)

DE EVENWICHTSBALK

De evenwichtsbalk is een dunne balk die op een bepaalde hoogte staat waarop je allerlei sprongen en acrobatische onderdelen op kunt doen.( Plaatje laten zien van de balk op het bord)

 

 SPRONG

Sprong kan over een paard met plank of trampoline zijn of over een kast met plank of trampoline.Er ligt uiteraard een dikke mat achter, want je komt met een behoorlijke vaart neer.

DE LANGE MAT

De lange mat is een mat die tien meter lang is.Je maakt hier allerlei acrobatische sprongen op. Meestal bestaat een oefening uit drie banen. 

TRAMPOLINE

Er zijn verschillende trampolines, zoals de grote trampoline, de mini en de dubbele mini trampoline.Bij de mini trampoline neem je een aanloop, je springt een keer in de trampoline en je komt neer op de mat. Maar bij de dubbele mini trampoline neem je een aanloop en spring je drie keer in de trampoline en kom je neer op de mat.

Je hebt ook verschillende sprongen zoals: de streksprong dan spring je helemaal gestrekt in de lucht. De hurksprong dan knijp je je benen tegen je aan en hou je je knieŽn vast. De salto dan maak je een koprol in de lucht.

De spreidhoeksprong dan spreid je je benen en probeer je je voeten te raken. En de hoeksprong dan strek je je benen naar voren en probeer je ook je voeten te raken. ( sprongen voor doen)

DE SALTOíS

Een salto is een koprol in de lucht maar je hebt verschillende saltoís zoals: de hoeksalto en de streksalto.

( voordoen )

DE WEDSTRIJDEN

 Je hebt verschillende wedstrijden waar je aan kunt meedoen, zoals: de competities, toestelfinaleís, springwedstrijden en de onderlinge wedstrijden. Dit zijn maar enkele voorbeelden er zijn nog veel meer wedstrijden waar je aan kunt meedoen ( uitslagenlijst laten zien) ( diploma,s laten zien) ( krantstukje voorlezen )

COMPETITIES

De competities zijn drie wedstrijden waarvan de twee beste tellen. Vaak wordt de eerste wedstrijd het hoogst becijferd.

TOESTELFINALES

Toestelfinales zijn wedstrijden waarvoor je geplaatst moet zijn. Je kunt geplaatst worden per toestel. Je kunt bijvoorbeeld alleen geplaatst zijn voor de balk, maar het kan ook zijn dat je voor alle toestellen bent geplaatst;

het hangt er van af hoe goed je op de wedstrijden hebt geturnd. Voor elk toestel valt een medaille te winnen.

( medaille laten zien)

SPRINGWEDSTRIJDEN   

Springwedstrijden  doe je in teamverband. Je doet met een groepje bepaalde oefeningen achter elkaar. Met de hele groep kun je dan een medaille winnen, of soms een beker.

ONDERLINGE WEDSTRIJDEN

Onderlinge wedstrijden zijn wedstrijden die alleen bestemd zijn voor leden van dezelfde club. Je strijdt dus als het ware nu tťgen elkaar. Het hangt van het aantal deelnemers per categorie af hoeveel medailles er zijn te verdienen.

DE PAKJES

Bij een wedstrijd moet je het pakje aan hebben van je club. Het pakje wordt speciaal gemaakt. ( pakje laten zien +de schoentjes.

 

NIVEAUS

Je hebt verschillende niveaus. Je hebt A-, B-, C- en D- lijnen. D is het laagste niveau en A is het hoogste niveau. Verder word je in leeftijdscategorieŽn ingedeeld.

Het begint bij 6/7 jaar, maar die mogen nog niet met de wedstrijden meedoen. Dit is vanaf 8/9 jaar. Dit gaat door tot 12/13 jaar en daarna wordt je ingedeeld bij de aspirant dames/beren. 

GROEPEN

Er zijn ook nog verschillende groepen. Je hebt allereerst peutergym (uiteraard voor peuters), kleutergymnastiek en voor alle andere leeftijden, wedstrijduur (dit is voor de betere turnsters en zij trainen meerdere uren per week) en als je goed genoeg bent kom je op de selectie. Zij trainen een aantal keer per week meerdere uren. Dit hangt uiteraard af van de club waarbij je turnt

Dingen laten zien op het bord. En er over vertellen.

DIT WAS MIJN SPREEKBEURT.

VRAGEN

Voor welke wedstrijd moet je geplaatst zijn?

Noem eens drie onderdelen op. ( de brug, lange mat, vierkante mat, de balk, sprong en trampoline)

Hoe lang is de lange mat? ( tien meter)

Wat is een salto? ( een koprol in de lucht)

Welke niveaus zijn er? ( a,b,c,d)

Vanaf wanneer  mag je meedoen aan een wedstrijd? ( vanaf 8 of 9 jaar)

Hebben jullie nog vragen?

Nu gaan we even naar het speellokaal en laten Laura en ik nog een paar kunstjes zien en we gaan een stukje videoband kijken.

Wil je meer informatie over TURNEN?? Kijk dan bij GOOGLE.

Google

Terug