
![]() |
![]() |
door Rene Flier
De
hoofdstukken :
1.
Inleiding .
2. In het ziekenhuis .
3. Wissel diensten .
4. Hoe word je verpleegkundige .
5. Speciale verzorging .
6. Afdelingen .
7. De keuken .
1.
Inleiding .
Ik
houd mijn werkstuk over de verpleegkundige in het ziekenhuis
2.
In het ziekenhuis .
Als
je valt op je hoofd moet je naar het ziekenhuis .
Dan
kan je naar de E.H.B.O. = Eerste
hulp bij ongelukken.
Daar
word je geholpen. Als je ziek bent of er is iets gebeurt, als je iets in hebt
geslikt bijvoorbeeld, en het kan er niet meer uit, dan word je geopereerd
worden. Daarna ben je niet sterk genoeg , dus moet je in het ziekenhuis
blijven. Daar word je goed
verzorgd.
Als
je weer sterker bent, dan mag je naar huis, maar
thuis
moet je ook nog goed rusten!
3.Wisseldiensten
.
De
verpleegkundige moet dag en nacht werken, verplegen.
De verpleegkundige heeft allemaal verschillende werktijden,
Deze werktijden
worden WISSELDIENSTEN genoemd
Dat
bestaat uit : Dag, Nacht en Middag. De verpleegkundige werkt niet
Daarom
is het werk verdeeld in drie diensten. Dit
beroep is wel eens lastig als je iets met je vrienden wilt afspreken,
want dan moet jij werken. 's
Morgens
om half 8 begint de werkdag, de verpleegkundige die 's
nachts
heeft gewerkt gaat dan naar huis!
Maar
eerst vertelt de nachtdienst aan de dagdienst wat er die nacht is gebeurd,
er kan een opname zijn
geweest, dat betekent
dat een nieuwe patiënt in het ziekenhuis is opgenomen. Of er waren mensen die
niet konden slapen. Het is natuurlijk moeilijk dat allemaal te onthouden.
Daarom
schrijven de verpleegkundige steeds aan het eind van een dienst een rapport.
Veel
mensen hebben vaak een infuus, dat is vloeistof in een zakje, de vloeistof
druppelt door een slangetje in een dikke naald door de arm waar de ader zit,
zo komt de vloeistof in het bloed. De
infuusflessen
worden regelmatig vervangen. Leerlingen mogen nog geen
moeilijke dingen doen aan het lichaam van de patiënt . Aan het eind
van de ochtend komt de ronde van de arts,
een van de doktoren gaat langs alle patiënten. Hij maakt een praatje
en kijkt op de lijst die over iedere patiënt is bijgehouden. Aan het eind van
de ochtend worden ook de medicijnen rondgedeeld, daarna de warme maaltijd. In
het ziekenhuis is het normaal om tussen de middag warm te eten. Dan hoeven de
patiënten s’avonsds met z’n volle maag te gaan slapen. Daarna word hun
temperatuur opgenomen, en een beetje opgefrist voor het bezoekuur.
Halverwege
de middag schrijft men over alle patiënten weer een rapport. De vroege dienst
zit erop, nu is het tijd voor de late dienst. De late dienst begint om half 3
s’middags. Het meeste deel van de late dienst is het zelfde als de vroege
dienst. Om 5 uur word de avondmaaltijd uitgedeeld. Om een uur of 9 gaan de
patiënten slapen.
Nu
komt de nachtdienst. Om 11 uur s’avonds begint de nachtdienst.
Er
moet 's
nachts
natuurlijk gewerkt worden, omdat er van alles kan gebeuren, dan moet iedereen
paraat staan er kan ook iemand dood zijn gegaan dan wordt
de familie gewaarschuwd. De verpleegkundige krijgt dan dus te maken met
verdriet. Er moet veel gebeuren met het ziekenhuis: De spoelkamer, Het dag
verblijf, De keuken. Voor patienten begint de dag weer om 6 uur. Eerst wordt
hun temperatuur opgenomen.
4.
Hoe word je Verpleegkundige ?
Een
verpleegkundige is een beroep, met leuke en lastige kanten. Iedere
verpleegkundige moet een opleiding volgen er zijn er 2 de 1= opleiding: werken
en leren de 2= opleiding: leren en stage.
Werken
en Leren. In veel ziekenhuizen is een Inservice-opleiding. Dat betekent een
Dienst-opleiding. Je volgt een opleiding, terwijl je al in dienst bent. Het
ziekenhuis neemt je aan als leerling verpleegkundige. De opleiding bestaat uit
werken en leren. Je gaat zo nu en dan naar school. In het ziekenhuis krijg je
les in verschillende vakken. De opleiding begint met een proefperiode van een
aantal maanden. Er word dan gekeken of je geschikt bent voor dit beroep. Je
wordt
dan ook betaald. Na enkele jaren doe je examen.
Leren
en Stage.
Op
een andere manier kun je ook verpleegkundige worden. Drie jaar duurt die
opleiding verpleegkundige. Je gaat dan gewoon naar school. Op school krijg
les, daarna en tussendoor ga je mee lopen met een langere verpleegkundige. [
daar bedoel ik mee: een verpleegkundige die langer verpleegkundige is ]
Dat heet stage lopen. In deze opleiding word je niet betaald, want je
bent niet in dienst.
5.
Speciale verzorging.
Aparte
opleiding
Zieken
mensen hebben ook vaker, een speciale verzorging nodig. Je hebt dan een aparte
opleiding nodig. Eerst moet je een van de andere opleidingen hebben gedaan.
Kinder-verpleging.
Vindt
je het leuk om met kinderen te werken dan kun je kinder verpleging halen. Deze
opleiding duurt 1 jaar. Dus als je de
aantekening
haalt van kinderverpleging mag je gaan werken in een kinderkliniek. Zieken
huis is een ander woord voor kliniek.
In
z’n kliniek liggen kinderen van 0 tot 17 jaar oud. Er zijn zalen voor jongen
en oudere kinderen. Je bent in een ziekenhuis niet alleen bezig met verplegen
maar ook met de opvoeding. Je word wel geholpen door de anderen
verpleegkundige.
Intensive
care.
Hier
worden mensen met spoed heen gebracht, deze mensen zijn dood ziek. Deze patiënten
dreigen op levens gevaar. De doodzieke patiënten worden met allerlei
apparaten verzorgd en bewaakt. De opleiding voor op de intensive care duurt 2
jaar.
Geestelijke
ziekten.
Er
zijn ook mensen die geestelijk ziek zijn. Voor deze mensen zijn speciale
ziekenhuizen. Deze ziekenhuizen noemen we psychiatrische zieken huizen. Je
moet wel een hele andere opleiding hebben gevolgd.
B verpleging deze opleiding duurt 3 jaar.
6.
Afdelingen.
De
verpleegkundige moeten op verschillende afdelingen werken. Er is een afdeling
laboratorium, hier word alles onderzocht zoals urine en poep onderzoeken bloed
en weefsel onderzoeken en nog veel meer.
Kraam afdeling, hier worden baby’s geboren.
Kinder afdeling, kinderen van ongeveer 5 tot 15 jaar.
Zuigeling afdeling en couveuse afdeling, voor pas geboren kinderen onder de 1
jaar.
Röntgen afdeling, hier worden foto’s gemaakt.
Hier in het ziekenhuis vind je meer dan alleen verpleegkundigen.
7.
De keuken.
Er
is ook een keuken maar er moet veel gedaan worden, er moeten veel soorten
etenswaren gemaakt worden. Er is ook een ijskast een hele groten. Je moet dan
een speciale jassen aan doen als je erin gaat. Er zijn ook hele grote ketels
ongeveer 1 meter lang.