HET WEER

door

Jolien Hiemstra

 

Van het weer kun je alles verwachten. Soms schijnt het zonnetje volop maar dan kan het de volgende dag regenen. Soms kan het zelfs hele plekken verwoesten, bijvoorbeeld bij overstromingen, orkanen enz.

 

Vroeger

 

In de 16e eeuw was er een wet dat mensen die het weer konden voorspellen net als heksen ter dood moesten worden gebracht. De mensen dachten dat mensen die het weer konden voorspellen magische krachten hadden. Nog verder de tijd in, drieduizend jaar geleden, waren de Germanen in ons land. Die geloofden in goede en boze goden. Één van die goden heette Donar. Hij reed op een snelle wagen met paarden ervoor door de lucht. De wielen van de wagen donderden door de lucht. En hij sloeg zo hard met zijn hamer op zijn zwaard dat de vonken ervan afvlogen. Zo dachten ze dat onweer ontstond. Later dachten de mensen dat ze het onweer konden weg konden jagen. Ze bewaarden bijvoorbeeld een klavertje vier, ze zetten een ezelskop op het dak, of een ei van een zwarte kip over het dak gooien, zelfs een dode uil op de schuurdeur timmeren! En honderd jaar geleden luidde de klokkenluider de klokken als er een onweersbui aankwam. Het geluid van de klokken moest de donderslagen tegenhouden.

 

De dampkring

 

Om de aarde hangt een dampkring. Zonder dampkring zou er op aarde geen leven mogelijk zijn en ook geen weer. De dampkring bestaat uit lucht. Die lucht drijft niet de ruimte in omdat de aantrekkingskracht de lucht om de aarde vasthoudt. In die lucht in de dampkring zit stikstof en zuurstof. Maar er zijn nog veel meer gassen, o.a. waterdamp, die zorgt voor wolken en zo. Alle gassen samen geven een druk: luchtdruk. Hoe dikker de gaslaag, hoe hoger de luchtdruk. De hoogste luchtdruk heerst in de onderste lagen. Hoe hoger je gaat, des te lager de druk. Vergelijk het maar met een stapel dekens op je bed. Hoe dikker de laag, des te zwaarder de laag en des te hoger de druk. Niet overal in de dampkring is het even warm. Op een zonnige dag kan het vlak boven de grond twintig graden zijn, op elf kilometer boven de grond vriest het dan meer dan vijftig graden en op vijftig kilometer hoogte kan het dan weer tachtig graden heet zijn!

 

 

Het KNMI

 

Het KNMI staat in de Bilt. KNMI betekent: Koninklijk, Nederlands, Meteorologisch Instituut. Buys Ballot heeft op 31 januari 1854 het KNMI opgericht. Het KNMI zorgt dat er elke dag het weerbericht op tv komt. Om weer te meten gebruiken ze verschillende dingen b.v. luchtballonnen, zeppelins, satellieten enz. bij het weer opmeten letten ze op deze dingen:

 De temperatuur

 De luchtdruk

 De windrichting

 De windsnelheid

 Neerslag

 De bewolking

 De vochtigheid van de lucht

 

wolken

 

In Nederland zitten bijna elke dag wel wolken in de lucht. Er zijn verschillende soorten wolken. Ongeveer tien soorten die nog eens worden onderverdeeld in soorten. Ze hebben mogelijke namen in het Latijn, maar je kent er vast zelf ook wel een paar die ook gewone Nederlandse namen hebben. Bijvoorbeeld schapenwolken, regenwolken en stapelwolken, de hoogste wolken aan de hemel zijn de cirruswolken. Ze hangen vijf tot twaalf kilometer hoog. Op die hoogte is de lucht zó koud dat de wolken helemaal gevuld zijn met ijskristalletjes. De laagsthangende wolkensoort is de stratus. Zulke wolken hangen lager dan twee kilometer hoog.

 

Onweer

 

In een wolk zitten allemaal kleine waterdruppels bij elkaar. In een onweerswolk gaan de druppels snel langs elkaar. Zo komt er stroom in de onweerswolk. De stroom springt van de ene naar de andere wolk. Als de stroom overspringt geeft dat een heel fel licht, dat is bliksem. De lucht vlakbij de bliksem wordt heel heet; wel dertigduizend graden! Het overspringen geeft ook geluid, dat is de donder. Bliksem neemt altijd de kortste weg en kan dus kan ook naar de aarde springen. Omdat de bliksem eerder bij hoge punten inslaat moet je als je buiten bent en het begint te onweren nooit onder een boom gaan staan. En ga ook niet in de buurt van ijzeren voorwerpen staan. Ga in een kuil of greppel liggen. Als er nergens kuilen of zo in de buurt zijn, moet je je zo klein mogelijk maken. Aan sommige gebouwen zit aan het hoogste punt een staaf bevestigd met een draad die naar de naar de grond gaat. Dat is een bliksemafleider. Een bliksemafleider trekt de bliksem aan. Bij onweer kan de bliksem via de staaf en de draad naar de grond gaan.

Je kunt ook zelf onweer maken. Dit heb ik zelf ook geprobeerd, Als je iets van nylon of  wollen trui uittrekt hoor je soms geknetter en in het donker zag ik kleine lichtflitsen, dat is dan de bliksem. Dat is eigenlijk ook onweer. Je kunt gemakkelijk zelf berekenen hoever het onweer van je afligt. Begin te tellen als je de bliksem zit en stop als je de donder hoort. Elke 3 seconden betekent 1 kilometer. Als je de bliksem en de donder bijna tegelijk hoort is het onweer heel dichtbij.

 

Windhozen en waterhozen

 

Als het heel zwaar onweert, kunnen er soms gevaarlijke draaiwinden ontstaan in een donderwolk. Dat gebeurt vooral op plekken waar water en land vlak bij elkaar liggen, bijvoorbeeld aan de kust. Zulke draaiwinden zijn piepkleine plekjes met héél lage luchtdruk. In die plek wordt van alle kanten lucht aangezogen.

Aan de buitenkant van zo’n onweerswolk kun je niets zien van die draaiwinden. Je kunt het pas zien als onder aan zo’n wolk ineens kleine slurfjes komen te hangen. Die slurfjes worden steeds groter. Zulke slurven kunnen heel gevaarlijk worden. Vanuit de wolk kunnen ze verder naar beneden zakken en de grond of het water raken. Als een stofzuiger raast zo’n windhoos ook wel tornado genoemd, over het land. En neemt alles mee wat los of vast zit. Ook mensen. Gelukkig komt in ons land niet vaak tornado’s voor. Maar in 1972 verdween bijna een hele camping op Ameland de lucht in. Of bijvoorbeeld in 1987 in Oldebroek. Of op Ameland was in 1992 ook nog een windhoos. In de Verenigde Staten kunnen tornado’s veel gevaarlijker zijn, vooral aan de kust van de Golf van Mexico en de Atlantische Oceaan. De mensen die daar wonen hebben daarom vaak schuilkelders onder hun huizen.

 

 

 

Orkanen

 

Een orkaan is een tropische wervelstorm. Orkanen zijn op een satellietfoto te zien als een werveling van wolken. In het midden bevindt zich het oog. Dat is een rustig gebied. De meeste orkanen zijn rond de evenaar.

 

Nu komt er een schema met de windkracht en zo.

Windkracht

naam

Windsnelheid

Zichtbaar effect

2

zwak

10

Voelbaar aan gezicht

3

matig

20 km per uur

Dunne takjes en bladeren bewegen

4

Ook matig

30 km per uur

Grotere takken bewegen

5

Frisse bries

40 km per uur

Struiken bewegen

6

Krachtige wind

50 km per uur

Je krijgt moeite met je paraplu

7

Harde wind

60 km per uur

Bomen bewegen

8

stormachtig

75 km per uur

Dunne takjes breken af

9

storm

90 km per uur

Lichte schade aan gebouwen

10

Zware storm

100 of meer km per uur

Bomen waaien om

 

Regenbogen

 

Een regenboog is meestal alleen te zien als het regent en tegelijkertijd de zon schijnt. Je moet dan met je rug naar de zon staan. Maar hoe ontstaat zoiets nou? Het witte zonlicht wordt in elke regendruppel apart gebroken. Als er aan de voorkant wit licht op valt, komen er aan de andere kant zeven kleuren uit. en dan zie je een regenboog.

 

De kringloop van water

 

Als water verdampt, wordt het gas. Dat gas heet waterdamp. Dat stijgt op, de dampkring in. Hoe warmer de dampkring is, hoe meer waterdamp erin kan hangen. Maar na een tijd koelt de lucht af. Meestal is dat boven land. De waterdamp verandert dan in kleine zwevende waterdruppeltjes. Heel veel waterdruppels bij elkaar wordt dan een regenwolk. De wind kan de regenwolk heel ver weg laten drijven. De wolk zweeft dan door warme en koude lucht heen. Als de wolk door warme lucht zweeft, wordt hij kleiner, zweeft hij door koude lucht, dan wordt hij groter. Dus hoe kouder de lucht, hoe zwaarder de wolk. Tenslotte kleven zoveel waterdruppels aan elkaar dat het regendruppels worden. Die zijn te zwaar om te zweven. En dan vallen ze. En wordt het hele verhaal weer herhaald.

 

Zoek je meer informatie over het weer??  Kijk dan hier bij GOOGLE.

Google
 
Web www.spreekbeurten.info

 

Terug